Nam: Gas uit Waddenzee nodig; Directeur wil afspraken over fasering bij boringen en produktie maken

ASSEN, 5 FEBR. De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) moet zich “beter profileren dan in het verleden” om duidelijk te maken dat het bedrijf bij de aardgas- en oliewinning “zeer verantwoord met het milieu omgaat”. Dat zegt de nieuwe directeur van de NAM, ir. Henk G. Dijkgraaf. Sinds drie maanden zwaait hij de scepter over deze dochtermaatschappij van Shell en Esso.

Vooral nu de NAM samen met andere maatschappijen naar nieuwe aardgasvelden in kwetsbare natuurgebieden wil gaan speuren, zit de kritiek van de milieubeweging Dijkgraaf dwars. “De milieubeweging ziet ons door een eenzijdige bril. Dat kan ik wel begrijpen, ik sta open voor hun doelstellingen, maar het is onze taak een balans aan te brengen in de informatievoorziening. We zijn een uiterst verantwoordelijke industrie, dat hebben we ruimschoots bewezen.”

De NAM wil “op een eerlijke manier proberen de dialoog aan te gaan, ervoor zorgen dat de mensen goed weten wat gaswinning inhoudt”, zegt Dijkgraaf. “Als we geen gas in de Waddenzee gaan winnen, loopt de Nederlandse staatskas 10 tot 20 miljard gulden mis. Dat is onnodig. De Waddenzee moet worden beschermd, maar gaswinning kan heel goed in die bescherming worden ingebouwd. En met 10 miljard gulden kun je dingen doen die heel nuttig zijn voor het milieu. Het is een waardevolle schat voor de Nederlandse maatschappij.”

Belangrijk argument van de milieubeweging tegen de gaswinning is de bodemdaling waardoor de wadplaten, waarop veel vogels fourageren, langer onder water kunnen blijven staan. Maar daar is volgens Dijkgraaf geen sprake van. “We meten jaarlijks bij Ameland en bij het veld in Blija, waar ook gas uit de Waddenzee wordt gewonnen, hoeveel de bodem daalt. Die metingen worden geverifieerd door Rijkswaterstaat. De milieubeweging baseert zich op oude getallen, die uitwezen dat de grond 26 cm. zou verzakken, maar in werkelijkheid is het 18 cm. op het diepste punt, over een periode van 20 à 25 jaar. Daar komt bij dat die bodemdaling geen enkel effect heeft, omdat de natuurlijke zandtransporten in de Waddenzee veel groter zijn. Sinds in 1986 de produktie begon is er niets te zien. Nul komma nul.”

Het gas uit de Waddenzee zal al in de tweede helft van de jaren negentig, vanaf ongeveer 1997, nodig zijn om aan de leveringsverplichtingen van de Gasunie te voldoen, aldus de NAM-directeur. “Daarom moeten we nu al met de voorbereidingen beginnen. Eerst moet je nog seismisch onderzoek doen, dan proefboringen, er moet een technisch ontwerp komen, vergunningen, je moet bouwen - dat kost tijd.” Het kabinet maakte vorige week echter bekend bij nieuwe gesprekken met de oliemaatschappijen als uitgangspositie te hanteren dat het moratorium op boringen in de Waddenzee, dat in 1984 voor tien jaar is overeengekomen, moet worden verlengd. Dijkgraaf: “Onze inzet is niet verlengen. Moratorium is een mooi woord voor pauze. We zijn die pauze overeengekomen omdat we begrip hadden voor de zorgen over een concentratie aan activiteiten in de Waddenzee. Maar nu is die concentratie voorbij en willen we doorgaan. Daar hebben wij recht op.”

Dijkgraaf zal persoonlijk deelnemen aan het overleg met de Haagse ministeries over de voorgenomen activiteiten in het Waddengebied. “Ik verwacht dat er een redelijke oplossing zal komen”, zegt hij. “Wij kunnen hard maken dat ons werk geen kwalijke effecten op het milieu heeft, want we werken met een "nul-vervuilingsconcept'. Er is jaren geleden al geïnvesteerd in het volledig biologisch afbreekbaar maken van de boorspoeling. Voor dat soort inspanningen is onvoldoende oog.”

Volgens Dijkgraaf is het belang van gasproduktie in de Waddenzee “eminent” en is het moratorium “niet verlengbaar”. “Daarom moeten we nu met het zoeken naar gas beginnen. Daarbij kunnen we afspraken met de overheid maken over een fasering in de tijd, op basis van een inventarisatie van de gasvoorraden. Daar zijn wij toe bereid, want wij hebben best begrip voor de zorgen van de overheid. Waar die zorgen niet terecht zijn zullen we ze wegnemen.”. Zo'n fasering in de tijd vindt Dijkgraaf “geen compromis”. “Aan de concessies houden we vast. Die zijn onze rechtszekerheid en dat is een belangrijk element in de discussie. Concessies wil je gehonoreerd zien. Daar is geen compromis over mogelijk. Maar wat je wel kunt doen, is bekijken of je werkzaamheden vanaf het land afwisselt met werken op zee, om zo de rust in het gebied zo min mogelijk te verstoren. Je kunt afspreken dat er nooit meer dan twee werken tegelijk op zee worden gedaan. Al moet het natuurlijk wel allemaal gebeuren.” Over eventuele juridische procedures of claims tegen de staat, wanneer de onderhandelingen zouden mislukken, wil Dijkgraaf niet praten - “al denk ik dat onze juridische afdeling daar vast wel gedachten over heeft.”

Ook over de boorvergunningen voor het IJsselmeer, waar een contra-expertise moet uitwijzen of de NAM gelijk heeft dat er zonder gevaar voor natuur, milieu en drinkwatervoorziening geboord kan worden, maakt Dijkgraaf zich geen zorgen. Ook daarvoor geldt het "nul-vervuilingsconcept' van de NAM. Bovendien constateert Dijkgraaf dat de Haagse ministeries “kennelijk verschillend aankijken” tegen de boorvergunningen die al in 1986 aan de NAM zijn verleend voor het IJsselmeergebied. “Economische Zaken wil gas winnen, Verkeer en Waterstaat en VROM lijken tegen.”

In het personeelsblad Nammogram zei Dijkgraaf onlangs dat “het niet winnen van gas uit de Waddenzee de duurste en tevens meest onnodige milieumaatregel in de geschiedenis zou zijn”. Voor het IJsselmeer geldt het eerste wat minder, voegt hij daar nu aan toe, omdat de gasreserves onder dat gebied kleiner zijn en dus het economisch belang geringer. Maar afzien van exploitatie in het IJsselmeer is even onnodig als in de Waddenzee, meent Dijkgraaf, omdat er “geen sprake zal zijn van enig gevaar voor de drinkwaterwinning”.

Op de vraag of hij van het IJsselmeer zou willen afzien als hij daarmee een positieve beslissing over de Waddenzee zou kunnen binnenslepen, een "uitruil' dus, zegt hij: “Dat is eigenlijk ondenkbaar. Je hebt rechten, die ga je niet uitruilen.”

De NAM maakt nooit cijfers over het bedrijfsresultaat bekend, maar Dijkgraaf wil wel kwijt dat “onze resultaten onder druk staan”, mede als gevolg van de lage olieprijzen op de wereldmarkt. “Niettemin zijn we financieel gezien een redelijk robuuste onderneming”. Opnieuw is er in 1992 meer aardgas geproduceerd, maar door de koppeling aan de olieprijzen is de opbrengst gedaald. Met de oliesector, een relatief klein onderdeel van de NAM-activiteiten, gaat het slecht, bevestigt Dijkgraaf. “Het gaat erom het niveau van de baten hoger te houden dan de kosten. Bij de oliewinning in Nederland zitten we wat dit betreft dicht tegen de nullijn aan.”

Een technische studie moet antwoord geven op de vraag of het grote veld in Schoonebeek in produktie kan blijven, door introductie van een nieuwe techniek. “Maar we zullen Schoonebeek niet snel opgeven”, zegt Dijkgraaf. “Op langere termijn zal de olieprijs weer stijgen, denk ik. Maar stel dat we over vijf jaar met de produktie in Schoonebeek moeten stoppen, dan zou een tijdelijke sluiting een optie kunnen zijn. Dan gaat Schoonebeek in de motteballen, in afwachting van betere tijden.”