Heropvoering van grillig stuk van Lodewijk de Boer uit jaren zestig; Sero doodt zijn tirannieke vader Borak

Voorstelling: Borak valt van Lodewijk de Boer door de Paarden Kathedraal. Vormgeving: Frits van Hartingsveld; regie: Ruurd van Wijk; spelers: Huin Broos, Eric Corton e.a. Gezien 4/2 Blauwe Zaal, Schouwburg Utrecht. Te zien t/m 7/2 aldaar. Tournee t/m 8/4.

Het waren de grote, onwrikbare thema's die toneelschrijver en componist Lodewijk de Boer aan het begin van zijn carrière interesseerden. En eigenlijk nog steeds. Stilistisch is er misschien een en ander veranderd tussen een vroeg stuk als Borak valt (1965) en het recente De Buddha van Ceylon. In die kleine dertig jaar is De Boer zijn onderwerpen trouw gebleven.

Zijn personages zijn als verdoolden. Ze revolteren tegen de maatschappij en zoeken troost in de kunst. Zelfs een mystiek of religieus verlangen is hen niet vreemd. Die revolte kan dan in The Family haar hoogtepunt bereikt hebben, ik zie even graag een stuk als Borak valt. Het is grillig en ongebreideld, de koortsdroom van een betrekkelijk jong auteur, het gaat over kunst en werkelijkheid. In '65 beleefde het zijn première; deze dagen is het in de regie van Ruurd van Wijk opnieuw te zien.

De plot ontwikkelt zich, na een grandioos begin, traag en wat mechanisch. Borak en zijn uit incest geboren zoon Sero staan elkaar naar het leven. Een vrouw, Sphota, en een vriend van Sero, Mark, zijn nodig om aan die hel vuur en dramatiek te geven. Mark wil een toneelstuk schrijven over een zoon die zijn vader vermoordt - en tot slot vermoordt hij Borak, de oude man, de verlepte tiran van huis- en slaapkamer die door seksuele rollenspelletjes met Sphota "de kleine onderdelen' van zijn lichaam wat warmte geeft. Dit begin over ouderom in Borak valt is prachtig: elke zin is een klein juweel.

De verwijzingen naar de mythe van Oedipus zijn legio. Evenals die naar het christendom als het gaat over martelaarschap. Tot slot lijkt Borak valt een variatie op Shakespeare's King Lear. Zoals Huib Broos aan het slot optreedt, blind, met pleisters voor de ogen, bloemetjeskrans op zijn kop, kan het niet anders of hij is Gloucester en de nar ineen. Hiermee is hij een kenmerkend personage uit de wereld van Lodewijk de Boer: verdwaald tussen de culturen. En tegelijk zoekend naar Shakespeare èn Christus.

Kostumering en decor citeren naar hartelust de jaren zestig. Veel kersrood, een befaamd bankje uit die tijd in de vorm van een mond. Decorstukken als repen gescheurd papier. Sphota (Simone Delorme) draagt een zwarte lakjas en een jurk die de buik vrijlaat. Ach, de jaren zestig. Toch is die historische afstand noodzakelijk. Juist door het stuk in zijn tijd te plaatsen en niet moedwillig te actualiseren, krijgt het meer betekenis.

Ruurd van Wijk is een goed verstaander van het werk van De Boer. Zijn regie is muzikaal: heftige stormachtige passages wisselen af met kalmere. Een bezwaar is dat het middendeel te gedetailleerd is om de spanning te handhaven. Ook de metafoor van de werkelijkheid als toneel en het toneel als werkelijkheid krijgt een te zwaar accent. Halverwege staat de ontwikkeling stil, treden herhalingen op, zodat wat aanvankelijk raadselachtig en dreigend is, te veel wordt uitgelegd. Als de toeschouwer nog niet wist dat dood en erotiek verstrengeld zijn, dan leert hij of zij het nooit. De regie hoeft geen "leermeestertje' te spelen.

Het is een zeldzaamheid in het Nederlandse toneel dat voorstellingen heropvoeringen beleven. Lodewijk de Boer treft dit gelukkige toeval met een in veel opzichten sterk gespeelde en geregisseerde uitvoering van Borak valt. Wat vooral treft is de heftigheid van De Boer's schrijverschap en de moed om alles te gebruiken wat hij nodig heeft, van Sophocles tot de Bijbel. Toen al een eclecticus, Lodewijk de Boer, ver voor deze tijd.