Geef me een stukje Swahili en ik zing het na; De pop en jazz van zangeres Denise Jannah

“New York zit niet op mij te wachten,” zegt zangeres Denise Jannah. In Nederland wordt daar anders over gedacht. Met een verrassende eerste cd en een geruchtmakend optreden in het BIM-huis werd ze de hoop van de jazzcritici. Jannah zingt jazz en pop en houdt van "doodgezongen' repertoire: “Is dat stuk al achthonderd keer op de plaat gezet? Dan zal tante Denise eens laten horen dat het nog springlevend is.”

Het Denise Jannah Quintet met Angelo Verploegen (trompet), Jack van Poll (piano), Paul Berner (contrabas), en Lucas van Merwijk (drums) is o.a. te horen: 6/2 in Sonja op Zaterdag (21.07 uur Ned 3), 27/2 Thelonious, Rotterdam, en 4/4 op het SJU-Festival, Vredenburg, Utrecht. Als gast van blazer Bart Plateau is ze op 28/2 te horen in de Grote Zaal van de Doelen in Rotterdam.

“Het doorzettingsvermogen heb ik van mijn moeder,” zegt zangeres Denise Jannah (Paramaribo 1956) voor ze in de taxi stapt op weg naar een schnabbel - jureren bij een song contest in Club Caribbean in Amsterdam. Nog geen steenworp daar vandaan, op de Oude Schans, is het BIM-huis gevestigd waar ze op 23 januari zelf een strijd heeft uitgevochten. Vooral tegen haar andere helft: de niet-zelfverzekerde Denise Jannah.

“Ik had de uitdaging van het BIM-huis zelf opgezocht, maar het ging wel van oei toen ik mezelf daar als vlag op het maandprogramma zag staan. Ik pronkte ook al op de cover van het maandblad Jazz Nu en allerlei mensen begonnen me te bellen. Ik voelde steeds sterker dat er veel van afhing. En toen kreeg ik ook nog angina. Loei-onzeker werd ik ervan. Op de avond zelf was ik knap hees, ik had slecht geslapen maar hield mezelf aardig op de been tot het verzoek kwam om maar wat eerder te beginnen. De zaal zat immers al een halfuur stampvol. Toen kwamen de bibbers pas goed. In de pauze heb ik mezelf daarom maar even onder handen genomen.”

Hoe moet men zich dat voorstellen?

“Ik probeer mijn concentratie op te voeren. Bekijk nog eens de opbouw van de set die voor me ligt. Je kunt niet zo maar in willekeurige volgorde een serie liedjes afwerken. Zo'n stuk als "Sophisticated Lady' bijvoorbeeld doet me zoveel, dat ik daarna iets minder moeilijks moet doen. Voor het zwaarbeladen "Strange Fruit' dat over lynching gaat, geldt dat nog sterker. Ik moet dan eerst even terugkeren op aarde om daarna weer de hoogte of de diepte in te kunnen gaan. Niet te veel heavy shit achter elkaar zingen. Dat soort dingen leer je alleen door het een keer flink fout te doen.”

In het BIM-huis gaat het na de pauze echter heel goed en de kritieken zijn navenant. "Nieuwe jazz-diva van Nederland' staat er de volgende dag in deze krant boven de recensie, en de Volkskrant gaat zelfs nog verder: "Denise Jannah is klaar voor New York', zo luidt de kop onder een foto over vier kolommen. Is dat zo, staan haar koffers al ingepakt?

Denise Jannah, net bekomen van een concert van de Frank Grasso Big Band in pianopaleis Christofori, vraagt of de deur van het eethuis dicht mag, prikt een pedis stukje rundvlees aan haar vork en neemt bedachtzaam een slokje thee. “New York zit niet op mij te wachten, vermoed ik. Die Amerikanen kicken er allemaal op om naar Europa gaan. Yeah man, I had a gig in Paris, dat soort dingen vertellen ze elkaar, en dat is geen toeval. Je wordt daar zo slecht betaald. Stel dat ik het gok, dan zie ik de afloop al voor me. Meid, hoe is je vakantie geweest? Nou, ik was in New York en heb daar zo lekker met die en die gejamd. Het eerste wat ze zeggen als je daar je mond open doet is: you gotta take guys from New York. Terwijl ik het met mijn eigen musici ontzettend getroffen heb. Het is allemaal zo betrekkelijk.”

Een uitnodiging voor Carnegie Hall ook?

“Dat is wat anders. Dan slaap ik een hele week niet. Het betekent wel dat ik vanaf heden niets fout meer mag doen. Een heel stimulerend idee, maar tegelijkertijd behoorlijk belastend. Natuurlijk, de vocale vedetten in Amerika zijn merendeels oud, maar er zijn ook jongeren met talent. Rachelle Ferrell bijvoorbeeld. Toen ik na haar eerste jazz-cd de tweede zag met daarop produced by George Duke dacht ik: aha, zij doet ook wat ze wil. Want daar gaat het mij om: kunnen doen waar ik zin in heb. Waar ik vaak zo ziek van word, is dat je altijd moet kiezen. Wie is je idool? Wat zing je liever, pop of jazz? Ik wil het graag allebei doen. Dat mijn eerste cd Take It From The Top een jazzplaat geworden is, komt doordat het jazzlabel Timeless mij vroeg. Ik liep toentertijd - in 1991 - ook met de gedachte rond een popplaat te maken. Als Rachelle het kan, dan kan ik het ook, nietwaar. Dat heb ik ook tegen Timeless gezegd: dat ik ook pop zing en die vrijheid niet op wens te geven. Natuurlijk is het niet onverstandig om een specialisatie te kiezen. In mijn geval is dat de jazz omdat mijn stem zich er goed voor leent en ik daarom in die sfeer het meeste werk aangeboden krijg.”

Op je cd staat nogal wat standaardrepertoire. "Pennies From Heaven', "My Funny Valentine', liedjes die iedereen kent.

“Dat advies gaf pianist Barry Harris me. Zet er gerust een stel standards op, want anders wordt het heel moeilijk. Een onbekende zangeres die ook nog onbekend materiaal zingt, dat werkt doorgaans niet. Ik zing die standards ook omdat ik dat zogenaamd doodgezongen repertoire heel uitdagend vind. Is dat stuk al achthonderd keer op de plaat gezet? Dan zal tante Denise eens laten horen dat het nog springlevend is. Ik maak er mijn eigen versie van, anders dan al die andere. Het is heel prettig dat dat in de kritieken wordt opgemerkt. Dat ik niet zing als Sarah Vaughan, niet als Betty Carter en ook niet als Ella. Terwijl ik die allemaal imiteren kan. Ik heb goede oren en een talenknobbel. Geef me een stukje Swahili en ik zing het zo na, zonder te weten wat het betekent.”

Ze zong jarenlang op feesten. Van "Besame Mucho' en "I will Survive' tot zelfs "Het Dorp' van Wim Sonneveld. Het leven als popzangeres testte ze uit met de groep Fruitcake in de Amsterdamse nachtclub Citadel. Op haar 26ste meldde ze zich alsnog aan op het conservatorium in Hilversum voor de studierichting Lichte Muziek. Ze kon toch al zingen. Waarom dan deze stap ?

“Ik studeerde rechten maar muziek werd steeds belangrijker voor me. Soms wilde ik de musici iets uitleggen, maar daar miste ik de theoretische kennis dan voor. Dat zat me dwars.

“Je wordt door de mannen van een band vaak toch al niet serieus genomen. Je blijft dat meisje dat toevallig zingt. Ik wilde er graag mee doorgaan en niet na drie jaar met versleten stembanden zitten. Sommige mensen kunnen een avond lang ruig zingen en daar dan ook nog een sigaret bij opsteken. Zo'n stem heb ik niet. Ik realiseerde me dat ik wat zuiniger moest zijn op wat ik meegekregen had.”

Ze heeft inmiddels zelf ervaring als zangpedagoge. Als musical director werkte ze voor de theatergroep De Nieuw Amsterdam, ze geeft les op het conservatorium in Rotterdam en heeft ook nog enkele privé-leerlingen. Wat vertelt zij al die vocalisten in spe?

“Ik ben nogal kritisch op teksten. Iemand moet weten wat hij zingt en waarom juist dat. Een vocalist moet iets uitdragen, en niet alleen maar mooi staan te zijn. Zingen van ellende met een smile om je mond zoals Diana Ross dat zo goed kan, vind ik verwerpelijk, met alle respect voor haar vakmanschap. Ik vertel leerlingen dat ze zichzelf moeten zijn. Imiteren mag wel, voor de grap of als studie, maar niet als je pretendeert iets eigens te brengen. Contact met het publiek is ontzettend belangrijk maar dan moet het wel eerlijk zijn. Mensen voelen wanneer het vals is, maar ook wanneer het echt is. En soms krijg je dan na afloop een brasa van een onbekende die je echt hebt geraakt; omdat hij of zij dat net ook heeft meegemaakt, of iemand in de familie. Het zijn de mooie momenten van een beroep dat voornamelijk uit keihard werken bestaat. Dat vertel ik die jonge mensen ook; dat ze het op de bühne moeten maken. Ik heb het aan den lijve ondervonden. Het conservatorium verschafte me het nodige inzicht maar het is de praktijk die me heeft gevormd.”