Fotografe van steen; Het imago-bevestigende oeuvre van Annie Leibovitz

Op de foto-tentoonstelling van Annie Leibovitz in het Stedelijk Museum lijkt het alsof de toeschouwer de spiegel van de geportretteerden is. Of het nu Clint Eastwood is of Keith Haring, je kijkt naar mensen die via de camera naar zich zelf kijken. Leibovitz is een omgekeerde Pygmalion, “zij maakt van haar levende modellen standbeelden, marmeren halfgoden.”

Hoe kijk je naar de foto's van Annie Leibovitz nu ze als heuse kunstwerken aan de muur van het Stedelijk Museum hangen? Veel van deze foto's kende ik al, soms zonder te weten dat ze van Leibovitz waren. Schwarzenegger op de schimmel. Lennon bloot over Yoko heen, Keith Haring door zich zelf beschilderd staande voor zijn eigen schildering, Michael Jackson verzonken in de aanblik van de neuzen van zijn zilveren schoenen - ik had ze wel eens gezien, op de bladerende wachtkamermanier, wanneer m'n blik door Vanity schaatste op zoek naar, ja wat? Wat willen je ogen zien als ze langs de hoogglans der glossy bladen roetsjen?

Er hangen bijna honderd en vijftig Leibovitzen in het Stedelijk. Ze veroorzaken om te beginnen de stemming van een quiz. Herkent u deze man of vrouw? Ik merkte dat ik hetzelfde deed als de vele museumbezoekers om me heen: even snel een blik op de foto, daarna op het bijschrift ernaast - om me van mijn herkenning te vergewissen. Kende ik de gefotografeerde niet (wat me ongeveer een op de vier keer overkwam), dan ging ik snel door naar de volgende foto. Kende ik hem of haar wel, dan gleed mijn blik weer terug naar de foto, terwijl er een prettig party-gevoel ontstond. Aha, dus toch. Aangenaam. Vervolgens stelde ik me de tweede quizvraag, de Moeilijke: Begrijpt U Wat Leibovitz Met Deze Foto Wil?

Neem die van Clint Eastwood. Ook als men hem voor het eerst ziet is het alof men hem voor de zoveelste keer ziet. Eastwood staat in een zanderig straatje dat je aan de set voor een western doet denken. Om hem heen is stof doende neer te slaan. Eastwood werpt ons zijn blik toe - die altijd observerend is, waaks, maar ook broedend. Hij heeft een plan. Hij wil door, er is een handeling die vooruit geholpen moet worden. Maar Leibovitz heeft hem in een stevig touw gerold. Eastwood is daar zojuist per PTT bezorgd. Houdini? En we denken aan zijn prachtige, woordenloze films waarin hij zo dikwijls degene is die moet ontsnappen. Het lage licht beschijnt zijn gezicht, maar je aandacht gaat naar zijn handen. Ook zijn polsen zijn vastgebonden. Eastwood heeft zijn handen gebald. Toch is hij de acteur met de rustige, precieze horlogemakershanden. Die zal hij beslist nodig hebben om uit deze pose te ontsnappen.

Geen ziel

Welbeschouwd wil Leibovitz met Eastwood niet heel veel. Met haar befaamdste foto's onderstreept ze het beeld dat je van de geportretteerden al had. Natuurlijk kijkt vrijwel iedereen je aan - dit aankijken is de stijlfiguur die de portretkunst legitimeert, maar je hebt bij haar zelden het gevoel gezien te worden. Haar camera is gericht op een wereld die naar zich zelf kijkt, alsof je van de geportretteerden de spiegel bent. Een spiegel heeft, dat is bekend, geen ziel.

Sommige mensen kunnen goed in de spiegel kijken, en wat nog bijzonderder is: ze kunnen hun spiegelblik, die hun ideaal is, ook werpen als er geen spiegel meer is. Leibovitz houdt van mensen die zich zelf voortdurend door een denkbeeldige spiegel teruggekaatst willen zien. Imponerend is de foto van Greg Louganis, de schoonspringer. Die is onder water gemaakt, na de plons. Leibovitz is er zelfs hier in geslaagd de geportretteerde de camera in te laten kijken, rechts onder in beeld. Dit moet Louganis veel deugd hebben gedaan. Als je zo geniaal kunt duiken, dan stel je je na iedere mooie plons vast en zeker voor: "ik wou dat ze me nu, onder water, konden zien.' Leibovitz heeft hier voor gezorgd.

Naarmate de tentoonstelling vorderde, begon ik mij meer af te vragen of Leibovitz er van houdt om zelf aangekeken te worden. Op de foto van John Malkovich wordt zij toornig gevorst, met de fronsende, loenzende blik die we goed kennen van Dangerous Liaisons. Malkovich' mond staat een halve fractie open, en we herinneren ons zijn enigszins verwaten, sommerende tong. Hij lijkt me zeer gericht aan te kijken, zeer van zins om een van zijn rücksichtslose clausen uit te spreken. Toch is hij, zo maak ik mij sterk, niet uitgesproken genteresseerd in mij. Hij had Leibovitz tegenover zich toen deze foto gemaakt werd, maar de vraag die zijn pose en zijn penetrante oogopslag haar stellen is: zie je hoe ik kijk? Zorg je ervoor dat dit uiteindelijk de blik is die je opneemt?

Tom Waits, die in het begeleidende boek naast Malkovich afgedrukt staat, wekt de indruk gezocht te hebben, al poserend, naar iets dat zijn aanwezigheid voor deze nauwelijks terugkijkende camera rechtvaardigde. Hij slaat op twee van de vier opnamen zijn ogen neer. Niet uit verlegenheid, schat ik (volgens mij maakt Leibovitz' manier van kijken het niemand ooit moeilijk), maar uit onlust. Misschien is hij van al deze geportretteerden degene die het minst op zijn gemak is voor zijn eigen spiegelbeeld. Hij was me het sympathiekst omdat hij, als enige in dit hele, tweehonderdveertig pagina's tellende boek, mij een onverhoedse vraag leek te stellen: waarom kijk je naar mij? Waarom vind je mij de moeite van deze foto waard?

Blind

Voor het overige is vrijwel iedereen er zichtbaar van overtuigd dat zijn of haar aanwezigheid op de foto in kwestie gerechtvaardigd wordt door de foto in kwestie. Deze wereld is pagina's lang kortgesloten. Je kijkt naar mensen die door de camera van Leibovitz naar zich zelf kijken. Misschien waren ze benieuwd naar wat zij van hen zou "maken', maar uiteindelijk wisten zij dat ze op een bepaalde manier blind is. Zoals een spiegel blind is.

Dat dit door velen de superfotografie van deze tijd gevonden wordt zou te maken kunnen hebben met het verval van de Pygmalion-mythe, die van oudsher de prototypische kunstenaarsmythe is, omdat hij gaat over het verlangen met woorden, beelden of marmer iets wat eigenlijk verbeelding is tot leven te wekken. Een kunstenaar maakt van ivoor een vrouw. Ze beantwoordt zozeer aan zijn schoonheidsideaal dat hij wel zou willen dat zij leefde. Dankzij een goddelijke ingreep kan hij haar leven inblazen: "de minnaar staat versteld, vreugde en twijfel wisselen elkaar af, hij vreest dat het allemaal niet waar is, en probeert zijn hoop uit met zijn hand, keer op keer. Ja, het was werkelijk vlees', staat er bij Ovidius.

Op een of andere manier is bij Leibovitz precies het tegenovergestelde aan de hand, en niet alleen bij haar, want zij voert de tendens van minstens een decennium aan: zij maakt van haar levende modellen standbeelden, roerloze, definitieve objecten, marmeren halfgoden. Anders dan Pygmalion, die, zoals het een minnaar betaamt, snakte naar het lichaam van zijn ivoren geesteskind, lijkt Leibovitz totaal niet te snakken. Zij is geen minnaar, niet iemand voor wie "het' altijd net buiten haar macht ligt, hoe groot haar talent ook is. Ze vereenzelvigt zich zozeer met haar modellen, dat zij, samen met hen, versteent.

Zelf vindt zij, zo blijkt uit interviews, haar foto van John Lennon de mooiste: die waarop hij naakt en met opgetrokken, foetale benen op Yoko Ono is geklommen. Ik vind hem ook de mooiste. Het is de enige foto van deze tentoonstelling waarop je iemand werkelijk naar iets ziet verlangen. Dat iets is Yoko Ono, en ze is helemaal aangekleed en kijkt onaangedaan, bijna schijndood, naar boven. Het is altijd, zodra het er op aan komt, moeilijk om te begrijpen waar iemand naar verlangt, wanneer je niet toevallig naar hetzelfde verlangt. Dat maakt deze foto telkens weer onthutsend, en binnen dit beeld- en imagobevestigende oeuvre is hij een wonder. Pagina's lang begrijp je precies wat Leibovitz wilde, namelijk exact de foto maken die je aan het bekijken bent, en bij deze foto merk je ineens dat het daar dus niet om kan gaan. Er moet iets gevangen worden wat je niet begrijpt, wat misschien zelfs schaamteloos is - en toch zou je het willen.