Duitse renteverlaging neemt onenigheid in het EMS niet weg

ROTTERDAM, 5 FEBR. Te weinig en te laat, zo luidt na de eerste euforie over de Duitse renteverlaging, de reactie van de geld- en kapitaalmarkten op de verlaging van het Duitse disconto met een kwart procent tot 8 procent en de Lombard-rente met 0,5 procent tot 9 procent.

Bundesbank-president Helmut Schlesinger maakte gisteren duidelijk dat de renteverlaging een reactie is op de toegenomen spanningen binnen het Europese Monetaire Stelsel (EMS). Nadat het Ierse punt vorige week tot een devaluatie van tien procent werd gedwongen, moesten er gisteren zes centrale banken en een dubbele Deense renteverhoging aan te pas komen om de Deense kroon voor een zelfde lot te behoeden. Het beoogde effect van de stap van de Duitse centrale bank is om de spanningen in het EMS weg te nemen.

Vanmorgen keerde de rust onder de EG-valuta inderdaad terug, maar het is de vraag of de renteverlaging van gisteren op de langere termijn veel helpt. Op dit moment bevindt de Duitse lange-termijnrente op de kapitaalmarkt zich met 7 procent al ver onder het disconto. De enorme vraag naar de D-mark stuwde in de laatste maanden de obligatiekoersen zodanig op dat de rentevergoeding op lang kapitaal in D-mark in verhouding laag is.

Ook de obligaties in de twee andere sterke EMS-munten, de gulden en de Belgische frank, maakten een dergelijke ontwikkeling door. Omdat zowel de Nederlandsche Bank als de Belgische Nationale Bank geen interne economische overwegingen hadden om rekening mee te houden, konden zij de officiële tarieven al eerder aanpassen aan het renteniveau dat op de markt al gebruikelijk was. Dat heeft, voor wat de spanningen in het EMS betreft, weinig uitgemaakt. De gulden en de Belgische frank bleven ook na de officiële tariefsverlagingen tot de sterkste munten behoren.

Bovendien is ook de korte rente in Duitsland al lager dan de Lombardrente, de verlaging van gisteren met een half procent ingecalculeerd. Kort geld kan op de geldmarkt worden geleend tegen 8,65 procent, de driemaandsrente ligt nog lager op 8,45 procent. De Duitse officiële rentetarieven zijn - binnenlandse politieke en economische overwegingen daargelaten - pas laat aangepast aan wat in de markt al lang gebruikelijk was. Bovendien is de tariefsverlaging minimaal en dat stelt de markt teleur. Daar was gerekend op een substantiële verlaging, waarop het nog steeds wachten is.

Technisch gezien is er dus weinig veranderd onder de EMS-valuta. De valutahandel luistert evenwel al geruime tijd naar andere signalen. De spanningen binnen het EMS weerspiegelen de voortdurende politieke onzekerheid over de houdbaarheid van het huidige wisselkoerssysteem en de monetaire toekomst van de EG. De munten van de EMS-leden die niet tot de selecte groep rond het anker Duitsland horen - en dat zijn alleen nog die van Nederland en België - zijn daarbij per definitie verdacht. Een stok om de hond te slaan is snel gevonden.

Op de Ierse economie was weinig aan te merken, maar toch werd het Ierse punt vorige week gedwongen om te devalueren. De plotselinge verlaging van de Britse rente en de daaropvolgende val van het pond sterling waren daar de directe oorzaak van. De onverwachte maatregel legde een diepe kloof bloot tussen Groot-Brittannië en de kernlanden van het EMS over de economische politiek voor de langere termijn. Het Ierse punt was gedoemd om in dat gat te vallen. Dat de Ierse export naar Groot-Brittannië door de daling van het pond sterling te zeer zou zijn geschaad wanneer het punt niet meedevalueerde, werd deze week door Ieren zelf ontkracht: de helft van de Ierse export naar het buurland wordt gedaan door buitenlandse ondernemingen in Ierland, en luidt in dollars.

Hetzelfde argument gold deze week voor de Deense kroon. Eenvijfde van de Deense export gaat naar de andere Scandinavische landen, waarvan de munten in het afgelopen half jaar in waarde zijn gedaald. Dat houdt een groot nadeel in, maar zowel de Deense monetaire huishouding als de economie staan er niet slechter voor dan die van de leden van de kerngroep van het EMS. En van bijvoorbeeld de Nederlandse export gaat ook een even omvangrijk deel naar landen waarvan de munt fors in waarde is gedaald, zonder dat dit gevolgen heeft voor de positie van de gulden.

De Duitse renteverlaging van gisteren maakt alleen goed wat er in de markt al heeft plaatsgevonden. Om als leidraad te dienen voor de geld- en kapitaalmarkt is een substantiëlere maatregel nodig. Een gefaseerde tariefsverlaging met in totaal tegen de twee procent tot uiteindelijk 6,5 procent wordt in de regel als voldoende gezien om de Duitse economie - en in het kielzog daarvan die van de overige EMS-landen - voldoende te stimuleren en de politieke spanningen over de rentestand in de EG weg te nemen. Zo'n maatregel van de Bundesbank is om binnenlandse monetaire redenen vooralsnog niet mogelijk. Tot die tijd regeren andere dan economische of monetaire grootheden de Europese valutamarkt.