Draaien en lassen (2)

De eerste poging van de vakbonden in de metaalindustrie een bres te slaan in het werkgeversverzet tegen een collectieve regeling voor WAO-reparatie is mislukt. Aan iedereen die het wilde horen lieten ze de afgelopen dagen weten dat ze in het pas begonnen CAO-overleg “een breekpunt te pakken” hadden als er niet eerst een aanvaardbare oplossing kwam voor het gat dat de politiek in de WAO heeft geschoten.

Via onderzoek naar verschillende varianten probeerden de bonden de werkgevers te masseren. Maar die willen helemaal niets weten van een reparatie-regeling voor de hele bedrijfstak (200.000 werknemers) en achten een onderzoek derhalve zinloos.

Die opstelling wordt niet alleen ingegeven doordat de FME er niets voor voelt als eerste uit het werkgeversfront tegen collectieve WAO-reparatie (op bedrijfstakniveau) te stappen. Ten minste zo belangrijk is de omstandigheid dat de FME sowieso voorstander is van vermindering van de omvang van collectieve regelingen - lees: terugdringing van de invloed van de vakbonden, die met ongeveer 70.000 leden relatief sterk zijn in deze sector.

Het conflict escaleerde gisteren in de tweede overlegronde doordat werkgeversvoorman J.L. van de Akker (FME) zich in alle oprechtheid liet ontvallen “nooit” aan enige collectieve regeling ter WAO-reparatie mee te zullen werken.

“Een absolute blokkade”, briesten de vier bonden in koor. “Onaanvaardbaar.” Ze weten het aan “onervarenheid” van de FME'er, die voor het eerst het CAO-overleg in de metalektro doet. “Ik wil het geen beginnersfout noemen, maar het was wel dom. In CAO-overleg moet je nooit nooit roepen”, zegt een vakbondsonderhandelaar.

Er kwam in de dichte Zoetermeerse mist heel wat schorsen en draaien aan te pas voordat de spanning week. Uiteindelijk zei Van den Akker dat hij “het jargon nog moest leren” (“Ik wist niet dat hier een speciaal woordenboek voor bestond”), en veranderde hij "nooit' in "nee'.

De verbale wending werd door de bonden gevierd als een concessie van formaat. “Nooit is een blokkade. Nee is genuanceerder.” Opgelucht haalden ze adem, het overleg hoefde niet te worden gestaakt. “Twee keer bij elkaar en dan al breken, hoe leg je dat uit?” Inderdaad, de achterban zou de onderhandelaars linea recta terugsturen: huiswerk overmaken.

De bonden hebben het bedrijfstakpensioenfonds nu gevraagd uit te rekenen wat verschillende collectieve reparatie-varianten kosten. In afwachting van de uitkomsten is voor het heikele agendapunt een “parkeerplaats” ingelast. IJlings verspreidde de FME een communiqué: “Voor alle duidelijkheid zij vermeld dat de werknemer en eventueel ook de werkgever, die als intermediair optreedt, vrij moeten blijven in hun keuze al dan niet de verzekering te bepalen en de verzekeringsinstelling waarbij de verzekering wordt ondergebracht”.

Toegegeven, het is geen specimen van fraai taalgebruik, maar iets anders dan een ondubbelzinnig veto tegen collectieve reparatie valt er toch moeilijk in te lezen.