De jacht op de droom; Chinees-Amerikaanse roman van Gish Jen

Gish Jen: Typisch Amerikaans. Vertaald door Anneke van Huisseling. Uitg. Anthos, 280 blz. Prijs ƒ 39,50.

De trouwe CS-lezer herinnert zich wellicht nog het artikel van Jan Donkers (25-9-1992) over een relatief nieuw verschijnsel in de Amerikaanse literatuur: de populariteit van Chinees-Amerikaanse schrijvers, die kennelijk een gevolg is van het succes van de boeken van Amy Tan. Een van de personen die in dat artikel aan het woord komt, is de schrijfster Gish Jen, wier eersteling Typisch Amerikaans recentelijk in Nederlandse vertaling is verschenen.

Typisch Amerikaans beschrijft de levenswandel van Ralph Chang, die als jongeman aan het eind van de jaren veertig vanuit China naar Amerika trekt om te studeren en vervolgens al snel, vanwege de communistische machtsovername in zijn vaderland, de weg terug kwijt raakt en wordt geconfronteerd met de noodzaak om in een nieuw land een nieuw bestaan op te bouwen. Met de nodige ups en downs slaagt hij erin om al halverwege het boek alles te krijgen wat zijn hartje zou moeten begeren: een gezin, een huis en een vaste baan aan de universiteit. Een dergelijke situatie is waarschijnlijk het perfecte eindstation geweest van talloze immigranten, maar gelukkig besluit onze held om iets meer sjeu aan zijn leven te geven. Uit eigen vrije wil zet hij de slinger van hoogte- en dieptepunten weer in beweging en opent hij de jacht op de roemruchte Amerikaanse droom, door zijn baan op te geven en een restaurant te beginnen. De slinger slaat eerst ver uit in positieve richting, maar al snel wordt de terugweg ingezet en bereikt Ralph ongekende dieptepunten, die zijn ooit zo rooskleurige bestaan definitief lijken te zullen ontwrichten. Gelukkig voor de onverbeterlijke empatici besluit de schrijfster op dat moment om resoluut in te grijpen door de slinger beet te pakken en ergens in het midden stil te hangen, met behulp van een deus ex machina (vrouw komt tegen alle verwachtingen in plotsklaps uit coma), die in de televisieserie Medisch Centrum West niet zou misstaan.

Het enige wat de lezer ervan weerhoudt om zich op het ritme van de slingerbeweging in slaap te laten wiegen, is de beeldende, bij vlagen lyrische schrijfstijl van Jen, die ook in vertaling talloze fraaie zinnen oplevert en zorgt dat het boek uitstijgt boven het niveau van de gemiddelde stuiverroman en zelfs uitermate leesbaar genoemd mag worden. In andere opzichten, zoals de tamelijk vlakke typering van personages, de voorliefde voor het grote gebaar en het groteske toeval, sluit het boek aan bij het werk van Amerikaanse schrijvers als John Irving. Afgezien van het feit dat vrijwel alle personages Chinezen zijn en de schrijfster in het verhaal voortdurend een aantal Chinese woorden en zinnetjes (met vertaling) laat terugkeren - wat overigens eerder een storend dan een nuttig effect heeft - is er niets "typisch Chinees' aan het boek. Ralph Chang had bij wijze van spreken net zo goed Jan Jansen kunnen heten en een Nederlandse immigrant kunnen zijn.

Toch zal ook dit boek wel weer koren op de molen zijn van mensen als Frank Chin (zie het artikel van Donkers), die zich nogal kunnen opwinden over de stereotiepe wijze waarop de Chinese cultuur ten toon wordt gespreid in het werk van Chinees-Amerikaanse auteurs. "Assimilatie, bah!', schreeuwt Chin van alle daken en hij hamert er voortdurend op dat Chinezen in hun boeken de Chinese cultuur moeten weergeven zoals die werkelijk is, en niet zoals de Amerikanen haar zich voorstellen. Ik moet zeggen dat ik bij het lezen van het boek van Gish Jen geen moment het gevoel heb gehad dat zij de Chinese cultuur onrecht aandeed, al zal ik daar van Frank Chin wel niet over mogen oordelen. Typisch Amerikaans is het (soms onwaarschijnlijke) verhaal van een botsing tussen twee culturen, die beide evenzeer gestileerd (of stereotiep) worden weergegeven. Het wachten is nu dus op een Amerikaan die zich druk gaat maken over het onrecht dat Chinees-Amerikaanse schrijvers de Amerikaanse cultuur aandoen.