De collectieve afschuw na de vernieling

ROTTERDAM, 5 FEBR. De vernieling van het Auschwitz-monument, afgelopen zondag, leidde tot heftige reacties.

Zondag 31 januari: Burgemeester E. van Thijn: “Ik ben diep geschokt. Het betreft een pure daad van vandalisme. We staan hier dubbel gemotiveerd door de zeggingskracht van dit monument.”

Jan Wolkers, ontwerper van het monument: “Het is vooral zo afschuwelijk voor de mensen die in Auschwitz hebben gezeten en zo oud zijn dat ze misschien voor het laatst een herdenking kwamen bijwonen.”

CIDI-directeur R. Naftaniël: “De verbijstering die je zag op de gezichten van de mensen is misschien precies wat de daders willen. Dat kan je dus niet onbeantwoord laten. Daarom willen we dit omvormen tot een daad van protest tegen racisme.”

A. Löwenhardt, bestuurslid van het Auschwitz-comité: “De vernieling is een heel goed voorbereide actie geweest. Dat had ik in een stad als Amsterdam niet voor mogelijk gehouden.”

Maandag 1 februari: Commentaar Algemeen Dagblad: “Temidden van recente racistische en anti-semitische uitingen in ons land vormt de beschadiging van het Auschwitz-monument in Amsterdam een ongekend dieptepunt.”

J. Ruiter van het Appel tegen Vreemdelingenhaat : “Met deze vernietigende beschadiging heeft men rechtstreeks de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, de tweede en de derde generatie, in het hart getroffen.”

Dinsdag 2 februari: Commentaar Trouw: “Het zijn schokkende daden, maar het zou ons toch liever zijn, als gewacht werd met het meteen spreken over racisme en antisemitisme als oorzaken, tot er meer aanwijzingen zijn over de daders (...). In Nederland worden elk jaar voor tientallen miljoenen guldens zinloze vernielingen aangebracht.”

Woensdag 3 februari: Columnist H.J.A. Hofland: “Het gaat niet meer om de motieven van de enkelen maar om degenen die collectief door de daden worden geraakt.”

Burgemeester E. van Thijn, nadat een rechts-extremistische groepering de verantwoordelijkheid voor de vernieling had opgeest: “De naam van de organisatie doet sterk denken aan vooroorlogs fascisme.”

Politiewoordvoerder K. Wilting: “Het is een vrij vlakke brief met aan het eind een duidelijk stukje jodenhaat.”

Donderdag 4 februari: CIDI-directeur R. Naftaniël: “Zolang de Nederlandse bevolking en de politiek geen vlammend protest tegen antisemitisme laat horen, heerst er een klimaat waarin misdrijven zoals van afgelopen zondag kunnen gebeuren.”

Vrijdag 5 februari: Commentaar Nieuw Israelietisch Weekblad: “Wat gecreëerd wordt vergt een oplettende toeschouwer, wat vernield wordt is zichtbaar voor iedereen. Dat is een van de redenen dat de schok over een vernieling zoveel dieper gaat dan de ontroering over een schepping.”