Bundesbank helpt EMS met renteverlaging

AMSTERDAM, 5 FEBR. Gisteren heeft de Bundesbank het disconto met een kwart procentpunt verlaagd tot 8 procent.

De Lombardrente, de effectieve bovengrens voor de daggeldrente, werd omlaag gebracht van 9,5 tot 9 procent. Met deze renteverlaging hoopt de Bundesbank de spanningen binnen het EMS, die na de devaluatie van het Ierse punt ontstonden, te verminderen. Na deze renteverlaging kan niet langer getwijfeld worden aan de bereidheid van de Duitse Bundesbank om ook de stabiliteit in het EMS en de conjuncturele situatie bij de EMS-partners te laten meewegen in de besluitvorming over de rente. Het beleid van de Bundesbank begint aldus Europese trekjes te vertonen.

Al maanden bestaat er een spanningsveld tussen de rente, die op binnenlandse gronden gewenst is, en de rente die nodig is om de stabiliteit in het EMS te bewaren. Op binnenlandse gronden was nog geen reden voor een renteverlaging hetgeen de afgelopen week eens te meer bleek: de prijsstijging in januari bedroeg meer dan 1 procent waarmee het jaar-op-jaarcijfer uitkwam op 4,4 procent, veel te hoog in de optiek van de Bundesbank. Echter, de Bundesbank meent progressie aan het loonfront te ontwaren hetgeen na de renteverlaging werd bevestigd door het loonakkoord dat de Duitse overheid sloot met de ambtenarenbonden (loonstijging 3 procent). Naar verluidt is de inschikkelijkheid van de bonden mede te danken aan de verlaging van de rentetarieven door de Bundesbank.

Aanleiding voor het oplaaien van het sinds begin januari smeulende vuurtje in het wisselkoersmechanisme was de renteverlaging in het VK van 7 naar 6 procent verleden week dinsdag. Het Britse pond daalde daardoor enkele procenten in waarde. Vervolgens kwam het Ierse punt onder zware druk omdat de valutamarkthandelaren verwachtten dat de concurrentiepositie van Ierland zou verzwakken door de koersdaling van het Britse pond. Ruim dertig procent van de Ierse export gaat immers naar het VK. De spanning liep dermate op dat de Ierse centrale bank de daggeldrente opnieuw moest verhogen tot 100 procent. Dit werd de Ieren te veel, en in het weekeinde besloot het monetaire comité tot een devaluatie van 10 procent, de grootste in de historie van het wisselkoersmechanisme. De Ierse minister van Financiën Ahern zei na de devaluatie dat met name de hoge Duitse rente de oorzaak was van het ontstaan van een onhoudbare situatie.

Na het weekeinde werden de Franse franc, en vooral de Deense kroon, opnieuw getest. Beide munten werden verkocht, de koersen zakten, en de centrale banken werden gedwongen te inverterveniëren. Saillant detail was dat het nog maar net gedevalueerde Ierse punt de nieuwe bovengrens ten opzichte van de Deense kroon bereikte, waardoor de Ierse centrale bank gedwongen werd kronen te kopen en punts te verkopen. Tevens werd de Deense centrale bank gedwongen het disconto met 2 procent te verhogen tot 11,5 procent. De vrees ontstond dat een eventuele devaluatie van de kroon zou leiden tot nieuwe druk op de Franse franc, waarmee de kern van het wisselkoersmechanisme opnieuw in de gevarenzône zou komen. Donderdagmiddag besloot de Bundesbank mede daarom het disconto te verlagen. De vraag is echter of de discontoverlaging met een kwart procentpunt voldoende is om voor blijvende stabiliteit in het wisselkoersmechanisme te zorgen. Er liggen immers nog enkele uitdagingen in het verschiet, zoals de Franse verkiezingen en het Deense referendum, dat op 19 mei zal worden gehouden. De Bundesbank is mogelijk met het oog hierop afgeweken van een goed gebruik om na een officiële tariefsverlaging een speciale belening met een vast en lager tarief aan te kondigen. Zij houdt nu echter de handen vrij om dit te doen indien de spanningen onverhoopt weer toenemen.

Onder invloed van de perikelen in het Europese wisselkoersmechanisme, en de daarmee samenhangende verlaging van de geldmarktrente in Duitsland heeft de dollar aanmerkelijk aan kracht gewonnen. De afgelopen twee weken steeg de Amerikaanse munt per saldo zo'n 6 cent in waarde.

Bron: Economisch Bureau ING Bank