Beurs stapt af van centrale koersvorming

AMSTERDAM, 5 FEBR. De Amsterdamse effectenbeurs stapt af van het principe van centrale koersvorming waarbij koersinformatie voor alle beleggers toegankelijk is.

Het beursbestuur heeft gisteren besloten vóór het einde van dit jaar een aparte schermenhandel in te voeren voor grote transacties in de 25 à 30 meest actieve fondsen. De transacties op deze beurs voor grote transacties zullen met vertraging of in sommige gevallen zelfs helemaal niet aan de rest van de markt worden gemeld.

Een woordvoerder van de Vereniging voor Effectenbezitters (VEB), pleitbezorger van particuliere beleggers, zei vanmorgen “niet erg blij” te zijn met de beslissing van het beursbestuur. De VEB, die steeds heeft aangedrongen op behoud van de centrale markt, vreest dat door de splitsing van de handel een prijsverschil zal ontstaan waarvan de particuliere belegger de dupe wordt.

Binnen het huidige hoekmanssysteem van de beurs zijn transacties met binnen- en buitenlandse beleggers nu nog gebonden aan de centrale gereguleerde prijsvorming. Een beurswoordvoerder bevestigde vanmorgen dat na de splitsing van de beurs grote transacties in het zogenoemde "wholesale-segment' met vertraging aan de rest van de markt zullen worden gemeld. Particuliere beleggers, van wie de orders via het zogenoemde "retail-segment' worden uitgevoerd, kunnen dan pas bij voorbeeld de volgende dag, of zelfs helemaal niet, kennis nemen van transacties die door grote beleggers zijn uitgevoerd.

De Amsterdamse beurs komt met de maatregel tegemoet aan de wens van institutionele beleggers (pensioenfondsen, verzekeraars) grote transacties te kunnen uitvoeren zonder dat andere - particuliere - beleggers daarop kunnen reageren. Grote beleggers zochten om die reden de afgelopen jaren in toenemende mate hun toevlucht tot de Londense schermenbeurs Seaq International.

Het nieuwe gecomputeriseerde handelssysteem van de beurs zal veel karaktertrekken vertonen van het Britse Seaq. Er komen aparte "advertentieschermen', waarop banken en commissionairs bied- en laatprijzen en de omvang van een aandelentransactie, de zogenoemde "quotes', kunnen inbrengen. De deelnemers aan het systeem zijn verplicht tegen de opgegeven prijzen te handelen. De effectenhuizen krijgen volledige vrijheid van handelen, zodat ze rechtstreeks met elkaar zaken kunnen doen of aan- en verkooptransacties intern tegen elkaar kunnen wegstrepen.

Onduidelijk is nog waar precies de grens zal liggen tussen beide markten. De beurs wil de grens afhankelijk laten zijn van de liquiditeit - verhandelbaarheid - van bepaalde fondsen. Voor handel in de vijf internationals Koninklijke Olie, KLM, Akzo, Philips en Unilever zou de grens liggen op circa 10.000 stukken. Voor minder verhandelbare fondsen ligt die grens lager.

De rol van de hoekman, tot nu toe spil van het Amsterdamse handelssysteem, zal na de splitsing van de handel grotendeels zijn uitgespeeld. Daardoor zal de beursvloer gedeeltelijk overbodig worden. Voor kleinere transacties in de top-30 fondsen en voor de parallelmarkt blijft nog wel een rol voor de hoekman weggelegd. Het aantal hoekmannen per fonds wordt teruggebracht van twee naar één.

De circa twintig hoekmansbedrijven die nu nog in Amsterdam actief zijn zullen een verdeling van de fondsen moeten maken. De reorganisatie van het handelssysteem zal eind maart aan de ledenvergadering van de Amsterdamse effectenbeurs worden voorgelegd.