Belgisch-kleinsteedse troosteloosheid

ROTTERDAM, 5 FEBR. Het licht werpt vaak een bleek geel schijnsel op de gezichten, maar dat de personages van de Waalse film Abracadabra er zo ongezond uitzien, danken ze voor alles aan hun achtergrond. Drie zoons uit één nest zijn het, herenigd voor de begrafenis van een moeder die ze steevast iedere kans heeft ontnomen om te ontsnappen aan de achterlijkheid.

Tochy, haar oudste, was dat bijna gelukt, want hij belandde in de gevangenis. Dat had zijn redding kunnen zijn. Immers, alleen daar zou hij kunnen schoolgaan voor een anderssoortig leven. Maar maman stierf, en daarmee sleurde ze hem postuum terug naar zijn rotte wortels. Hij kreeg een kort verlof om haar te begraven en zodra we hem in gezelschap zien van zijn dolle jongste broer, weten we dat hij voorgoed verloren is.

De Waalse film, terug op de kaart sedert het magnifieke Toto le héros, lijkt ook op het 22ste Film Festival Rotterdam hard bezig aan een wat verholen bloei. Enkele dagen geleden sloeg een groot deel van het festivalpubliek steil achterover van C'est arrivé près de chez vous (regie: Rémy Belvaux c.s.), een brutale, ruwe quasi-documentaire in zwartwit over een gezellig babbelende seriemoordenaar. Deze laatste dagen presenteert dus de Waalse filmer Harry Cleven in Rotterdam Abracadabra, een al even ruig, maar veel diepgravender en op meer niveaus verteld verhaal. Vaal is de sfeer, hoekig de montage, woest de camera, net als de drie jonge mannen met hun vroegoude gezichten. Cleven volgt ze tijdens hun euforische nacht - langs verveloze café's, tierend op straat, op bezoek bij een slaapdronken grijs meisje, ten slotte onderweg naar een inderhaast opgezette kraak. Cleven houdt van ze, dat laat hij voortdurend voelen, maar redden wil hij ze niet. Hij plonst ze van de thriller in het melodrama en dan verliest hij, van emotie?, de greep op zijn film, Maar dat zij hem vergeven, als dank voor wat hij van zijn acteurs gedaan kreeg en voor zijn pijnigende blik op Belgisch-kleinsteedse troosteloosheid.

The Mozart Bird heet de tweede lange film van Ian Kerkhof, de Nederlands-Zuidafrikaanse filmer die vanwege zijn eersteling, Kyodai Makes the Big Time, zo gretig is omhelsd als wonderkind, dat het gevaar voor doodknuffelen levensgroot aanwezig is. The Mozart Bird is bij lange na zo saai niet als het opzettelijk klunzige Kyodai. Er zitten mooie soepele camerabewegingen (van Joost van Gelder) in, die stevig worden gedragen door een, zo te zien uitgewogen, flegmatische montage. De eerste scène is hogelijk origineel van mise en scène en, nieuw voor Kerkhof, toch spannend: een kersvers paar dat verwikkeld is in een fysiek maar vooral ook verbaal liefdesgevecht, blijft minutenlang slechts in silhouet zichtbaar, tegen een duidelijk te onderscheiden vensterbank met daarachter de voorbijscherende auto-achterlichten op een snelweg. Uit dat eerste gesprek valt op te maken dat dit stel niet verschilt van dat in Kyodai, behalve dat het zich parmantig intellectueel uitdrukt in plaats van bonkig. Verder bleef het bij het oude. De man kan zich slechts uiten door middel van, steeds uitvoerig becommentarieerd, narcistisch seksueel genot; de vrouw houdt van seks, maar tart de man met alle middelen om haar ook geestelijk te bevredigen. Al spoedig wordt duidelijk dat beiden even zwaar gebukt gaan onder de leegte van hun bestaan. Twee keer leeg is nog leger, doceert Kerkhof, maar dat zal niemand verbazen. The Mozart Bird is door zijn vorm prikkelender dan Kerkhofs eersteling, die slechts provoceerde. Des te sterker kampt hij met de vliesdunne inhoud. Zo'n vertelling, die zich op één niveau beweegt rond twee hopeloos enkelvoudige personages, reduceert het uiterlijk van een film tot ijdele opschik. En dat mag niet.