Als een wielrenner met klein verzet; Vertellingen van Philip Vandenberghe

Philip Vandenberghe: Thuis en bij de buren. Uitg. Dedalus, Antwerpen, Nijgh & Van Ditmar, 130 blz. Prijs ƒ 29,90.

Thuis en bij de buren is een verhalenbundel van Philip Vandenberghe die doet denken aan een kleurenstaalkaart. Dat is althans de eerste indruk. Verhaaltechnisch kan hij ongeveer alles, maar het levert geen enkel echt dwingend verhaal op, en zelfs een heel slecht slotverhaal. Wat kan Vandenberghe allemaal?

Hij kan prachtig eindigen. Het vervelende is dat je daar niet te veel van verklappen kunt. In het eerste verhaal "Buren' vertelt een vrouw aan haar vriendin hoe ze een huis zocht, en ook vond; alleen blijkt haar nieuwe buurman haar ex-echtgenoot, en ontdekt ze pas dan een aantal gruwelijkheden uit zijn leven. Maar het is vooral de vertelsituatie die werkt: de vriendin zit er aanvankelijk bij als een interviewster die het verhaal op gang houdt, maar als ze voelt dat er iets vreselijk op komst is, zegt ze, in plaats van "Ga verder': "Shhht'. Het vreselijke wordt toch gezegd, en de laatste woorden van de vertelster zijn: "Kom. Hou me vast.' Dat is aangrijpender dan de vertelling zelf. Ik wou dat ik de vriendin was, denk ik.

Wat kan Vandenberghe nog meer? In "Treintjes' ontmoeten twee homo's elkaar per contactadvertentie. Vandenberghe is heel goed in het "sorry'-zeggen voor er iets gezegd is, in het afbreken van verhalen uit vrees dat de ander ze niet zal waarderen, in wederzijdse behoedzaamheid, waar niets uit voortkomt.

Hij is soms erg knap in cynische verhaalsnelheid: Zero is een Oosteuropese schaker, wiens vrouw hem laat zitten. "Zero treurde tot vier maanden later zijn moeder stierf.'

In "Lindenlaan 17' wil hij te veel en te weinig vertellen: niet minder dan een familiekroniek in dertien bladzijden. Het is een verhaal over wonen, denk ik, met als hoofdpersonages een broer en een zus die dat niet goed kunnen, dubbel ontheemd als ze zijn: ze zijn van gescheiden ouders, en hebben hun kinderjaren in Afrika doorgebracht. Tee, heet de zus.

Prachtig is de dubbelscène waarin Tee voor het eerst haar regels krijgt. Eerst bij haar moeder.

"En?'

"Er was bloed.'

"Tee! Laat me je omhelzen. Je weet niet hoe blij ik ben dat ik dit mag meemaken. Wij twee samen, Tee! Dank je. Proficiat.'

Vervolgens bij haar vader, zes weken later. Buikpijn. Ze verdwijnt naar het toilet.

"Was het...?'

"Ja.'

"De eerste keer?'

"Ja.'

"Nee!! Gaat het? Ja? De eerste keer! Tee! Wat ben ik trots op je. Oh, dit vergeet ik nooit.'

Vandenberghe is ook goed in couleur locale. De siesta in Sardinië: "Flarden huiselijke geluiden vielen als etensresten uit de vensters. Ruzies die stilvielen, tv-toestellen die afgezet werden voor het dutje, bestekken die werden neergelegd.'

En na de siesta: "In elk dorp, bij elke halte, stonden afscheidsscènes op de bus te wachten.'

Waarom zijn dit dan niet echt goeie verhalen? Ze zijn niet onsubtiel, maar zo gewoontjes. Zoiets als een beginnende, goed gecoachte coureur, die bewust zijn klein verzet trapt omdat hij daar souplesse mee leert. Als je te snel groot wil duwen, kun je later de Pyreneeën niet op.

En welja, het heeft wel iets. Een verhalenbundel kan twee effecten hebben: een aantal knappe verhalen kan, bij elkaar gebracht, onderling devalueren, bijvoorbeeld omdat de trucs steeds dezelfde blijken. Deze onopvallende verhaaltjes versterken elkaar. Bij herlezing worden ze beter.

tk Oude vrijsters

"Horticultural society' is daar een mooi voorbeeld van. Landerigheid. Een vrouw doet haar kinderen naar school en kruipt terug haar bed in. Maar haar jongste zoon komt een paar uur later, ziek, van school terug. Het vervolg gebeurt mede door zijn ogen. Vriendin komt op bezoek. Witte wijn wordt gedronken, er wordt over tuinieren gepraat. "In de winter telt de tuin zijn pieren', zei haar vader. Er wordt ongelukkig geweest: "Vera, zei zijn moeder, weet je wat wij zijn? Oude vrijsters met een vent.' Er wordt geaperitiefd, naar het theater gegaan, gedronken, geëindigd met koffie-cognac. De onthulling van het verhaal is dat beide vrouwen, zeker de moeder, alcoholist zijn. Dat voelde je al in de eerste alinea aankomen. Maar wou het verhaal eigenlijk wel iets onthullen? Ja, subtiliteiten onderweg. Beide vriendinnen drinken een wijn uit het jaar dat het zoontje geboren is. "Ze tikten, lachten luid en dronken zijn bloed.' In de vooravond neemt de moeder een douche, voor ze naar het theater gaat. "Ze (-) stapte in de douche, snuivend en schuddend met het haar, alsof ze zich afwendde van iemand met wie ze niet langer wou praten. Toen ze klaarkwam liep er wat water in haar mond. Bijna had ze zich verslikt.' Het is de meest abrupte masturbatiescène die ik ooit las. Zo ongewoon is gewoon.

's Anderendaags komt de moeder niet uit bed. De voor één keer aanwezige papa zegt tegen het zoontje dat ze zich niet zo lekker voelt.

"Misschien heeft ze het wel van mij gekregen gisteren', zegt het jongetje.

Eerste lezing: een voorspelbaar einde: moeder blijkt aan de drank. Tweede lezing: het werkelijke einde is de onverwachte liefde van het jongetje. Ik vind dit een onopvallend, doodgewoon, voorspelbaar en ontroerend verhaal.