"Afloop non-proliferatieverdrag zou een ramp zijn'

HAAKSBERGEN, 5 FEBR. “Het zou een ramp voor de wereld zijn als het NPV (verdrag tegen verspreiding van kernwapens) in 1995 niet voor onbepaalde tijd of voor een lange periode wordt verlengd. De sleutel daartoe ligt in handen van de vijf kernwapenstaten (de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Frankrijk, Engeland en China). Maar ook Nederland, dat in het internationaal overleg hoog staat aangeschreven, kan er veel aan bijdragen.”

Dat zegt mr. E. Domsdorf (71) over het belangrijkste onderdeel van zijn 1.300 pagina's tellende dissertatie Internationaal Atoomenergierecht, waarop hij vandaag aan de Universiteit van Twente is gepromoveerd.

Na zijn pensionering als rechter-plaatsvervanger in Almelo en advocaat in Oldenzaal heeft Domsdorf zes jaar lang monnikenwerk voor dit proefschrift verricht. Alle beschikbare internationale verdragen en literatuur heeft hij samengevat, geanalyseerd, vergeleken en van commentaar voorzien. “Een weldaad” noemde de archivaris van het Vredespaleis in Den Haag de dikke pil van Domsdorf, toen hij deze onder ogen kreeg. Voor het eerst is het ingewikkelde terrein van het atoomenergierecht in een overzichtelijke uitgave samengebracht.

Zonder het Non-proliferatieverdrag is er geen toekomst tenzij de kernwapens de wereld uit zijn, schrijft Domsdorf, vrij naar de leus die het Interkerkelijk Vredesberaad in de jaren '80 hanteerde in de strijd tegen de kruisraketten. Ondanks het wegvallen van de oude vijand van het Westen, de Sovjet-Unie, en ondanks het Start II-verdrag dat de vernietiging van grote aantallen atoomraketten regelt, blijft het NPV hard nodig om misbruik van kernenergie voor militaire doeleinden te voorkomen en te bestrijden. Maar ook om tot een internationale regeling voor de veiligheid van installaties en reactoren te komen. “Een zeer dringende kwestie”, zegt de promovendus, “ook als je kijkt naar de onveilige centrales in het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS)”. In zijn proefschrift pleit hij ook voor modernisering en verbetering van het NPV.

Nederland is betrokken bij in totaal 119 verdragen over de veiligheid van atoomenergie, blijkt uit de studie. “Een cordon” noemt Domsdorf dat ingewikkelde stelsel, maar hij erkent dat het lang niet waterdicht is, zoals met het geheime atoomwapenprogramma van Irak is gebleken. Begin jaren '80 veroordeelden de Verenigde Naties Israel omdat het een reactor in Irak had gebombardeerd en zelf niet tot het NPV wil toetreden. Twintig jaar later ligt Irak - wèl partij bij het verdrag - onder scherpe internationale kritiek omdat het alle bepalingen van het NPV aan zijn laars heeft gelapt. Eerste probleem is al dat het NPV, anders dan het Euratom-verdrag, geen sancties kent tegen lidstaten die zich zo misdragen.

“Aan Irak moet niets meer geleverd worden tot in dat land een heel andere politieke situatie ontstaat”, meent Domsdorf. “En dan nog moet Irak een nieuwe overeenkomst met het IAEA aangaan. Die zal strenger moeten zijn, en elke leverantie moet onder scherpe controle staan.” Hij onderstreept dat de Verenigde Naties zonder de deskundigheid die de afgelopen decennia is opgebouwd bij het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA) in Wenen niet zo effectief in Irak hadden kunnen optreden als sinds de Golfoorlog gebeurt. Domsdorf steunt de pleidooien van het IAEA voor uitbreiding van het systeem van routinecontroles met "speciale' inspecties en inspecties van nucleaire materialen en goederen die naar verdachte landen worden uitgevoerd, bij aankomst daarvan. Dan kan precies worden nagegaan wat er met die goederen gebeurt.

De les van de gebeurtenissen in Irak is volgens Domsdorf dat het IAEA vóór de Golfcrisis niet beschikte over gegevens betreffende "verdachte' plaatsen in dat land, maar dat de inspecteurs die in 1991 gingen kijken die informatie wèl hadden gekregen, via bemiddeling van de speciale VN-commissie voor Irak, UNSCOM. Ze waren afkomstig van Westerse inlichtingendiensten, zoals de CIA, die beschikken over satellieten. Daarom is het “noodzakelijk wegen en middelen te vinden om het IAEA snel te informeren” over niet voor inspectie opgegeven nucleaire installaties en -materialen. “Dat daarbij de hulp van lidstaten, en met name van die staten die beschikken over satellieten, niet kan worden gemist is duidelijk.”

Vooral de vijf kernwapenstaten zullen volgens Domsdorf “serieus moeten nadenken” over een “algehele stop op het doen van kernproeven”, willen ze het NVP in 1995 overeindhouden. In 1973 is zo'n overeenkomst al door de huidige Nederlandse minister van buitenlandse zaken Kooijmans (toen staatssecretaris) voorgesteld. De laatste toetsingsconferentie voor het NPV in 1990 mislukte, omdat een voorstel van Mexico voor een kernstopverdrag het niet haalde. Domsdorf verwacht dat de Verenigde Staten en Rusland, gezien de goede onderlinge verhoudingen na het START II-verdrag, en ook China bereid zullen zijn er nu wel mee in te stemmen. “Het zou een enorme stap vooruit betekenen. Maar van de Franse houding ben ik niet zeker, ondanks het feit dat ze nu willen toetreden tot het NPV. De Fransen hebben altijd een aparte positie ingenomen.”

Uitvoerig belicht Domsdorf ook het Euratom-verdrag waarbij Nederland van het begin af aan partij is geweest. Hij signaleert “een gevaarlijke ontwikkeling” als gevolg van een gemeenschappelijke verklaring die vier Euratom-leden, Frankrijk, Duitsland, Engeland en België, in maart 1991 hebben afgelegd over samenwerking op het gebied van kernenergie. “Hier tekent zich een afsplitsing af binnen de EG van de "haves' en de "have-nots'. Deze vier zoeken een status als exporteurs van atoomstroom, met alle financieel-economische en mogelijk zelfs politieke gevolgen van dien. Euratom is altijd bedreigd geweest door nationale ambities. Hierdoor kan op nucleair gebied een Europa van twee snelheden ontstaan.”

Nederland zou zich “er voor moeten hoeden afhankelijk te worden van atoomstroomexporteurs als deze vier, want dan ben je als koopman verkeerd bezig”, meent Domsdorf. “Dat gevaar dreigt pas op den duur, wanneer ons aardgas opraakt. Maar als je niet tijdig maatregelen neemt voor je energievoorziening zal je meer moeten importeren. Dat is economisch en technologisch ongewenst en het zou wel eens van invloed kunnen zijn op de waardevastheid van de gulden.”

Moet Nederland dan zelf meer kerncentrales bouwen? “Alleen als we de Rolls Royce van de nieuwste, passief veilige reactoren kunnen aanschaffen en als er een veilige manier is om het afval op te bergen. Ik denk dat we daar zelf voor moeten zorgen, want een Europese oplossing is niet te verwachten.”