Aangeslagen Mobutu niet uitgeteld

Bijgestaan door Frankrijk en de Verenigde Staten heeft België woensdagavond president Mobutu Sese Seko van Zaïre naar aanleiding van de jongste rellen in krachtige termen de wacht aangezegd. Het is echter niet aannemelijk dat de oude vos er in zijn luxueuze paleis in zijn geboortedorp Gbadolite lang wakker van ligt en zich opmaakt om de macht nu over te dragen aan premier Étienne Tshisekedi.

Om het niet alleen bij woorden te laten, onderschepte de Belgische regering een vliegtuig vol gloednieuwe bankbiljetten van vijf miljoen zaïre. Een kleine plaagstoot waar Mobutu vermoedelijk ook niet erg verdrietig om zal zijn geweest. Was het immers niet dit zelfde type biljetten dat vorige week tot een bloedige muiterij onder een deel van het leger leidde, toen bleek dat de bevolking dit betaalmiddel niet wilde aannemen?

Vorige maand hadden de Westerse staten Mobutu al laten weten dat het land geen buitenlandse hulp meer zou ontvangen, zolang hij weigerde om met Tshisekedi samen te werken. Ook dat was, zoals Amerikaanse functionarissen naderhand wel wilden toegeven, een tamelijk loos dreigement, aangezien de buitenlandse steun aan Zaïre toch al geruime tijd was stopgezet.

Van een militaire interventie, waarop de geplaagde bevolking van Kinshasa erg had gehoopt, maakten de Belgen verder geen gewag meer. Sterker nog, kort voor de gezamenlijke waarschuwing van België, de Verenigde Staten en Frankrijk aan het adres van Mobutu, had de Belgische regering al bekendgemaakt dat de eerste van de 550 Belgische paratroepen die Brussel in allerijl naar het Congolese Brazzaville had gestuurd om Belgische burgers te helpen evacueren, reeds eind deze week zouden worden teruggetrokken.

De operatie van de paratroepen is niet helemaal geworden wat de regering ervan had verwacht. Verder dan Brazzaville, de hoofdstad van Zaïre's buurland Congo, zijn ze niet gekomen nadat Mobutu de Belgen te kennen had gegeven dat ze niet welkom waren. Met een kwaadaardige knipoog naar de voormalige koloniale mogendheid België, verklaarde Mobutu dat slechts Franse militairen zouden worden toegelaten om buitenlandse burgers te helpen evacueren.

Daar liet Mobutu het niet bij. Toen de eerste Belgische burgers de rivier de Zaïre met een pont wilden oversteken richting Brazzaville, kwam er tot hun schrik plotseling een boot met zwaar bewapende militairen langszij die hen dwongen aan boord te gaan. Het bleek om het particuliere jacht van Mobutu te gaan. De president wilde er persoonlijk op toezien dat de Belgen onder zijn controle veilig het land uitkwamen, heette het. Opnieuw had de president even zijn macht laten gelden.

De uitgekookte Mobutu, die erin is geslaagd om nu eens dank zij sluwheid en dan weer met bruut geweld ruim 27 jaar aan de macht te blijven, weet dat de kans op een grotere militaire interventie nu niet groot is. Weliswaar kan hij zich niet langer opwerpen als een rots in de branding tegen het oprukkende communisme, maar ondanks zijn verlies aan prestige bij de Westerse mogendheden staan die niet te trappelen om op grote schaal in te grijpen in Zaïre.

De grote mogendheden komen immers reeds handen te kort om alle branden in de wereld te blussen. Alleen in Afrika al zijn er ettelijke: Somalië, Mozambique en Angola. De omstandigheden in Zaïre lijken ook niet dramatisch genoeg voor een ingrijpen. Er is (nog) geen massale hongersnood en er woedt geen alles vernietigende burgeroorlog zoals in sommige andere Afrikaanse staten. Stervende kinderen, die via de televisiecamera's de publieke opinie en daarmee de politici in beweging brengen, zijn in Zaïre een zeldzaamheid. Er is "slechts' een koppige, meedogenloze dictator die weigert om de macht uit handen te geven.

Een belemmerende factor voor een interventie is voorts dat Mobutu nog altijd over een geduchte strijdmacht beschikt. Er is geen sprake van dat het zenden van enige honderden Westerse militairen de balans direct in het voordeel van de oppositie zou doen doorslaan, zoals in sommige kleinere Afrikaanse landen wel het geval zou zijn.

Vooral de bij de Zaïrese bevolking beruchte Speciale Presidentiële Divisie (DSP), waarvan de omvang door de Belgische Zaïre-deskundige Colette Braeckman wordt geschat op 15.000 man, is een sterke troef van de oude Mobutu. Deze elitetroepen zijn voortreffelijk getraind, vaak met Israelische hulp. Ze zijn nagenoeg geheel afkomstig uit Mobutu's eigen provincie Equateur en worden slechts na een strenge selectie toegelaten. Het leidende kader van dit keurkorps, aldus Braeckman, bestaat niet zelden uit mensen die een universitaire graad hebben. Doordat ze naast hun zuiver militaire training ook nog ideologisch worden geschoold, kan Mobutu bijna blindelings op de DSP vertrouwen. Uiteraard is de financiële en materiële beloning van Mobutu voor deze loyale troepen voortreffelijk.

Hoe belangrijk de DSP is, bleek ook weer bij de jongste muiterij van soldaten van het reguliere leger die waren uitbetaald in de gewraakte nieuwe biljetten van vijf miljoen zaïre. Zonder de geringste aarzeling trok de DSP op tegen de muiters en doodde ettelijke honderden van hen. Elke buitenlandse interventiemacht zou rekening moeten houden met zware tegenstand van de DSP.

Ondanks de verbale steun van het Westen, blijft de positie van Tshisekedi uiterst precair. Wijselijk houdt de premier zich zoveel mogelijk schuil, soms op Westerse ambassades. Aangezien hij niet de beschikking heeft over eigen troepen, is hij min of meer overgeleverd aan de luimen van Mobutu. Zijn stamgenoten hebben het eveneens zwaar te verduren. De Kasai worden bij duizenden weggejaagd uit de provincie Shaba, het vroegere Katanga waar veel cobalt en koper zit. Een duidelijk geval van "etnische schoonmaak' dat echter nauwelijks door de buitenwereld is opgemerkt.

Ironisch genoeg hoopt Tshisekedi naar verluidt juist een verbond aan te gaan met de leider van Shaba, de machtige Nguza Karl-I-Bond, die tot dusverre in het Mobutu-kamp heeft verkeerd. Erg veel heeft Tshisekedi Karl-I-Bond, die ook nu al als een koning van Shaba kan optreden en niet bekend staat als een groot democraat, niet te bieden. Een onzekere factor is ook het slecht getrainde en slecht betaalde reguliere leger. Ook dit zou sterker partij kunnen kiezen voor de oppositie dan tot nu toe gebeurde. Het probleem voor Tshisekedi is dat hij de militairen nog minder geld en voedsel kan bieden dan de president.

Mobutu's positie, sinds het einde van de Koude Oorlog al onmiskenbaar verzwakt, is door de jongste muiterij zonder twijfel verder ondermijnd. Maar, krachtig gesteund door zijn DSP en de kliek die van haar steun aan Mobutu leeft, is de 62-jarige president nog allerminst uitgeteld. Wanneer de miljarden dollars die hij zich volgens veel bronnen heeft toegeëigend en op buitenlandse banken heeft ondergebracht niet worden bevroren, kan hij zijn positie uit eigen middelen nog lang handhaven. De man, die Zaïre altijd heeft beschouwd als zijn privé-domein en het bloed van ontelbare tegenstanders aan zijn handen heeft, zal zich desnoods laten terugdringen tot zijn eigen provincie Equateur, maar hij zal zich tot het uiterste blijven vastklampen aan de macht.