"Wij zullen overwinnen'

MARJ AL-ZOUHOUR, 4 FEBR. De oproep van de muezzin wordt enigszins overstemd door het gesputter van de generatoren die het Amerikaanse televisiestation CNN midden in het "Kamp van de Terugkeer naar Jeruzalem' tussen de Israelische en de Libanese linies in Zuid-Libanon heeft opgesteld. Maar de 396 overgebleven Palestijnen van de 415 die op 17 december door Israel naar Libanon werden uitgewezen, komen massaal toegesneld voor het middaggebed.

Na het gebed, in een nieuwe sneeuwstorm, wordt er nogmaals in het openbaar gestemd over het Israelische compromisvoorstel van eerder deze week om een kwart van de uitgewezenen te repatriëren: wie tegen het Israelische plan is moet zijn hand opsteken. Het wordt onmiddellijk duidelijk, allemaal blijven zij hier.

Volgens een woordvoerder van de merendeels moslim-fundamentalistische Palestijnen, dr. Aziz Douwayk, werd het Israelische voorstel met weerzin ontvangen. De ballingen zien het, zegt hij, als een Israelisch-Amerikaans opzetje om sancties tegen Israel te voorkomen, dat eigenlijk het principe van de uitwijzing bekrachtigt. “Wij willen onszelf niet zien als vluchtelingen, en we weigeren ook naar een ander land te vertrekken, waar ook ter wereld. Dit opzetje is bedoeld om deze en verdere uitwijzingsmaatregelen te legaliseren. Waarom laat (de Israelische premier) Rabin niet toe dat iederéén naar zijn huis terugkeert, of naar zijn vorige positie, de gevangenis? Waarom wil hij ons verbannen, alleen omdat wij er een andere opinie op nahouden? Wij willen allemaal onmiddellijk terugkeren naar de bezette gebieden, zoals is voorzien in resolutie 799 van de Veiligheidsraad” van de Verenigde Naties.

De enige ballingen die het kamp willen verlaten zijn vier zieken, van wie het Rode Kruis alweer tien dagen geleden vond dat zij dringend naar een ziekenhuis dienden te worden gebracht. Hun evacuatie wees Israel echter af, hoewel anderen toen mochten vertrekken.

Even is het opgeklaard, maar dan begint het opnieuw te sneeuwen. De uitgewezenen hernemen hun dagelijkse activiteit: hout sprokkelen, water halen, de modder en het sneeuwwater uit de tenten verwijderen, het vuur voor de tenten brandend houden en eten koken. Sommigen gaan wandelen, anderen bidden.

Voor tent nummer 16 vertelt de kok van dienst dat de dorpelingen uit de omgeving met hun ezeltjes niet voldoende levensmiddelen en brandstof kunnen aanvoeren om bijna 400 man toereikend te voeden en warm te houden. Van binnenuit de tent klinkt een luide stem: “Het weer is in Gods handen, en hoe het weer ook wordt, wij zeggen Allahu Akbar, God is Groot, en wij zullen overwinnen.”