Verwrongen beeld van ondernemer; Vergelijking met Maxwell levert karikatuur op; De ware manager is steeds bezig zichzelf overbodig te maken

Het portret dat de psycho- analyticus prof. Manfred Kets de Vries (Human Resource Management, Fontainebleau) in NRC Handelsblad van 12 januari over Robert Maxwell heeft geschreven steunt op een verwrongen beeld van een ondernemer. Over Maxwell kunnen we kort zijn, een ijdele stuntman en acrobaat die zich in zijn eigen netten verstrikte en oplichter in het groot werd. Hij hield de leiding straf zelf in de hand, waardoor de ontmaskering pas bij het debacle ontdekt werd.

Hoewel hij in staat was zijn publiek te overbluffen en te imponeren is het onjuist hem met een gederailleerde ondernemer te vergelijken. Een type als Maxwell klemt zich aan die macht vast en pronkt ermee, maar een ondernemer poogt zo snel mogelijk zijn macht weer te delegeren, natuurlijk met behoud van zeggingskracht. Hij moet zo nodig kunnen ingrijpen waar iets misgaat en als een soort brandweer steeds beschikbaar zijn en een oplossing voor de moeilijkheden bedenken.

Tegelijkertijd moet hij zijn onderneming op een afstand kunnen zien, hoe deze zich verhoudt ten opzichte van de omringende krachten en speuren naar mogelijkheden voor expansie. Daarnaast weet hij dat hij twee groepen te vriend heeft te houden, de geldgevers en de werknemers. Groepen die vaak weinig begrip voor elkaar hebben, zodat op dat punt geschipperd moet worden. Het cijfermateriaal dat hem verstrekt wordt door boekhouding en accountant moet hij interpreteren en kunnen vertrouwen, want hierin vindt hij de basis voor zijn handelen. Maar de moeilijkste opgave voor de ondernemer is het om zowel zijn bedrijf te kennen van dichtbij als het op afstand te kunnen zien. Steeds wordt hij belaagd door 'bedrijfsblindheid', door zich in details te verstrikken. Hij moet voortdurend bezig zijn zichzelf overbodig te maken, zodat voor hem overblijft de functie van "brandweer' en initiatiefnemer met betrekking tot expansie. Ondernemers die aan dit beeld voldoen zijn zeldzaam en worden daarom hoog gesalarieerd door een raad van toezicht die hem zijn vertrouwen schenkt.

Leg ik mijn beeld van een ondernemer naast dat van Kets de Vries dan ligt daar een wereld tussen. We zullen hem aan het woord laten. “Allereerst staan ondernemers zeer ambivalent tegenover controle. Aan andermans genade te zijn overgeleverd boezemt hun angst in. () Veel ondernemers kunnen slecht uit de voeten met kwesties van dominantie en onderwerping. Ze staan argwanend tegenover andermans gezag. Gezagsdragers maken hen kopschuw. Hiërarchieën zijn niets voor hen, tenzij door henzelf ingesteld. Ze hebben graag dat de dingen volgens hun voorschriften gebeuren. Sommigen creëren zelfs een ondernemingscultuur waarin iedere vorm van andersdenkendheid verboden is. Afwijkende meningen zijn onbestaanbaar. Er is geen plaats voor ondergeschikten die zelfstandig denken. Geven en nemen, een werkelijke dialoog wordt niet getolereerd.”

Hoe prof. Kets de Vries met dit beeld voor ogen de financiers kan bewegen deze ondernemer van de zo nodige middelen te voorzien is niet te snappen. Gewogen en te licht bevonden. Maar ook is even erg, dat hij goede medewerkers niet tolereert en zich met jaknikkers omringt, terwijl hij het juist in de kwaliteit van zijn medewerkers moet zoeken om op te kunnen vertrouwen. En dan die van boven opgelegde “bedrijfscultuur”, daarover zou een psycholoog toch moeten weten dat een cultuur ontstaat en niet kan worden opgelegd. Voor het ontstaan daarvan is een voorwaarde dat de mensen zich in hun werk naar waarde weten geschat en vertrouwen in de leiding hebben en als gevolg trots zijn op hun bedrijf en er naar buiten toe voor opkomen.

Wat Kets de Vries niet doorziet is dat hoe meer macht een ondernemer krijgt, hoe meer hij heeft te beantwoorden aan een juk dat hij van buitenaf krijgt opgelegd. Dat dit tot frustraties kan leiden is duidelijk, maar ook tot eerzucht om aan de verwachtingen te voldoen, waardoor goede ondernemers spaarzaam voorkomen. Bedenkt men daar nog bij dat een ondernemer goed moet kunnen luisteren, stalen zenuwen moet hebben naast een goede gezondheid en zich op bevel moet kunnen ontspannen, dan blijkt dat we hier te maken hebben met de speld in een hooiberg. De meesten beantwoorden niet loepzuiver aan dit model, maar lijken er op. Maxwell niet.