Topinkomens (1)

Driemaal heb ik de laatste alinea gelezen van het artikel "Specialisten zullen verdeeld blijven' (NRC Handelsblad, 29 januari), maar het stond er werkelijk: “Naar de mate waarin de geneeskunde feminiseert, zal ook de harde kern minder stevig in de schoenen komen te staan.

En als straks het grootste deel van de specialisten vrouw is, zullen parttime werk en vrijetijd de belangrijkste items worden. Je ziet het nu al bij de jongere specialisten. Het halen van een topinkomen wordt minder belangrijk. Maar als prijs zal daar helaas dan een lagere maatschappelijke waardering van de medisch-specialist tegenover staan. Dat is kennelijk het onvermijdelijke lot van beroepen waarin vrouwen het voor het zeggen krijgen.'' Einde citaat van een LSV-vertegenwoordiger.

Ik heb altijd gedacht dat het topinkomen van een specialist van ondergeschikt belang was en de vervulling van zijn specialistische taak de hoogste prioriteit had. Ook dacht ik dat een m/v achter dat specialisme volkomen onbelangrijk was. Tevens heb ik nooit geweten, dat mijn overbuurvrouw die een uitstekend kinderarts is en haar beroep prima combineert met haar gezin, maatschappelijk lager gewaardeerd werd. Integendeel.

En wat betreft dat onvermijdelijke lot van beroepen waar vrouwen het voor het zeggen krijgen: ik hoop dat het niet belangrijk zijn van een topinkomen, het prioriteit geven aan parttime werk (ideaal voor die tweede specialist) en vrije tijd snel gerealiseerd zullen worden, zowel in beroepen waarin vrouwen als mannen het voor het zeggen hebben.