Sylvia Bächli tekent vormen en schaduwen van het dagelijks leven

Tentoonstellingen: Sylvia Bächli. T/m 28 febr. in het Gemeentemuseum Arnhem, di-za 10-17u, zo 11-17u. T/m 20 febr. in Galerie Espace, Kerkstraat 276, Amsterdam, di-za 12-17.30u.

“Ik kan niet de hele dag tekenen. Daarom wandel ik veel door de stad,” zegt de Zwitserse kunstenaar Sylvia Bächli. Zij was in Nederland voor de opening van twee tentoonstellingen, in het Arnhems Gemeentemuseum en bij Galerie Espace in Amsterdam. Bächli (1956), die in Bazel en Parijs woont, ontving in 1991 als eerste kunstenaar de Zwitserse Prix Breguet d'Art Contemporain. Haar werk was in 1987 in Nederland te zien op de Keuze-tentoonstelling van de KunstRAI.

De sterk vereenvoudigde vormen op de tekeningen zijn soms herkenbaar als motieven die je buiten op een stadswandeling tegenkomt, zoals opstijgende vliegtuigen, verkeersborden, een haven, elektriciteitskabels in een verlaten fabriekshal of binnen in het atelier - een kastje, een stoel, een rij schoenen. Op andere zijn delen van het lichaam afgebeeld: handen, borsten, ogen, neusgaten, benen. Meestal zijn dit vrouwelijke vormen, omdat Bächli, zoals ze zegt, hiermee het meest vertrouwd is. De tekeningen zijn niet gebaseerd op nauwkeurige observaties van de werkelijkheid, maar vormen de neerslag van vluchtige momenten die men min of meer onbewust ervaart. Een enkele komt voort uit een droom, zegt Bächli: “Ik droomde dat ik vogels moest tekenen en het niet kon.”

Bächli vertelt dat zij altijd op de grond zit te tekenen. Zo ontstaat intuïtief, bijna gedachteloos een grote hoeveelheid tekeningen met verschillende thema's. Later maakt ze daaruit een selectie - de goede bewaart ze, de rest gooit ze weg. Voor elke expositie stelt ze aparte groepen samen, aangepast aan de ruimte. De tekeningen hangen volgens een van te voren precies uitgewerkt schema op de muur. Er is geen verbindend thema. “Samen vormen ze losse fragmenten uit een verhaal of de tonen van een melodie. Maar ze kunnen ook zelfstandig functioneren.”

De tekeningen zijn vrij klein en meestal uitgevoerd in gouache, maar ook met krijt, houtskool of inkt. Bächli werkt uitsluitend in zwart-wit. “Deze beperking laat de toeschouwer meer vrijheid - net als bij zwart-wit foto's kan hij zelf de kleur er bij bedenken. Er zijn wel toonverschillen in het zwart dat soms vermengd is met bruin of blauw. En ik werk op verschillende soorten papier.”

De tentoonstelling in Arnhem omvat twee zalen. Behalve tekeningen is hier ook een installatie te zien van schaduwbeelden. Aan weerszijden van een smalle, verduisterde ruimte staan op de grond twee "stillevens'. Verlicht door een zaklantaarn werpen doodgewone huishoudelijke voorwerpen geheimzinnige schaduwen op de wanden. Het publiek dat door de zaal loopt, zorgt voor beweging in dit schimmenspel.

Tussen deze installatie en de tekeningen bestaat een duidelijke verwantschap. In beide probeert Bächli kleine, onbeduidende dingen en gebeurtenissen weer te geven zonder dat ze hun intieme, persoonlijke karakter verliezen. Het blijven ongrijpbare, toevallige ogenblikken. Bij elkaar vormen de tekeningen geen afgerond verhaal of een melodie met een keurig begin en einde. “In het dagelijkse leven gaat het toch ook zo,” zegt ze. “Je ziet iets, je draait je om en denkt tegelijkertijd aan iets anders. Ik probeer zichtbaar te maken hoe we tegenwoordig leven.”