Projectontwikkeling

Enkele weken geleden signaleerde NRC Handelsblad de dreigende omploeging van een fraai stuk natuur in het Noordhollands duinlandschap ten behoeve van woningbouw.

De wethouder, hierop aangesproken, verwees naar een woninglijst van 1150 personen. Nog daargelaten dat het besef op enkele plaatsen begint door te breken dat niet iedere schoolverlater - of zogenaamd (tijdelijk) gezin van twee schoolverlaters - recht heeft op een nieuw te bouwen woning in zijn "eigen' gemeente, was die verwijzing onjuist. De door de wethouder gewenste voorziening in de woningnood betrof namelijk 80 vrije sectorwoningen en villa's en 16 woningwetwoningen. Deze laatste zouden op gemeentegrond komen, niet in het natuurgebied.

Bij nader toezien blijkt een aantal mechanismen in omstreden plannen steeds terug te keren. Ten eerste dat de bouwwereld ambtenaren en bestuur aan zijn kant weet te krijgen, ten tweede dat al snel geschermd wordt met schadeclaims van de kant van projectontwikkelaar/bouwer. De gemeenteraad krijgt daarover zo nodig nota's, uit de koker van burgemeester en wethouders en/of projectontwikkelaar. De raad wordt fors in zijn besluitvrijheid beperkt door dreigend financieel nadeel. Zelden is er de tijd, de gelegenheid en het geld om een werkelijk deskundig tegenadvies in te winnen.

Het volgende mechanisme, in Bergen zowel als nu ook in Zandvoort, is, naast het planschade-element, het kiezen van de weg van een privaatrechtelijke overeenkomst (niet zelden convenant genoemd) of een serie ervan, eerst met B en W en daarna met de raad. Zelden beseft de raad dat daarmee nu juist wel schadeclaimmogelijkheden kunnen ontstaan, die verder absoluut niet bestonden - ondanks de dreigende taal.

Door dit convenant wordt de democratische besluitvorming van een bestemmingsplanprocedure omzeild en vervolgens tracht de bouwer dan een anticipatievergunning ("art. 19') te krijgen.