Potvis lijkt toch een baleinwalvis en niet een tandwalvis

Recent moleculair-genetisch onderzoek heeft de klassieke indeling van de walvisachtigen onderuit gehaald.

Generaties lang hadden taxonomen de walvisachtigen ingedeeld in twee grote, overzichtelijke groepen, namelijk de Tandwalvissen, waaronder potvissen, dolfijnen en bruinvissen, en de Baleinwalvissen, waaronder de gigantische blauwe vinvis. Typerend voor de Tandwalvissen is het echolokatiesysteem, waarmee ze navigeren en hun prooi opsporen. De Baleinwalvissen zijn filter feeders, die zich voeden door plankton uit het zeewater te filteren tussen hun baleinen, als een soort gordijnen in hun bek. Aan echolokatie doen ze niet.

Vergelijking van erfelijk materiaal van 16 soorten walvisachtigen wijst echter uit dat de potvis veel meer verwantschap vertoont met de baleinwalvissen dan met de tandwalvissen waarbij hij is ingedeeld. Dat meldt M.C. Milinkovitch van de Vrije Universiteit in Brussel deze week in Nature. Zijn team bestudeerde DNA-volgorden, afgeleid van 12S en 16S RNA genen van ribosomen uit de mitochondria van de diverse zeezoogdieren evenals van de mens, de koe, de wilde ezel en van de luiaard, een van de primitiefste zoogdieren.

Dit vergelijkend onderzoek werpt een geheel nieuw licht op de evolutie van de walvisachtigen. Algemeen werd verondersteld dat de beide onderordes in het walvissenrijk al 35 tot 40 miljoen jaar geleden uiteen gingen. Maar uit de nieuwe verwantschapsstudie valt af te leiden dat de gemeenschappelijke voorouder van zowel de potvissen als de baleinwalvissen "nog maar' 10 tot 13 miljoen jaar geleden op onze planeet rondzwom. Deze ontdekking suggereert dat het vernuftige echolokatiesysteem dat alle tandwalvissen, en ook de potvis, gemeen hebben, wellicht bij de baleinwalvissen in de loop der evolutie verloren is gegaan. Of misschien is dit systeem in de loop van de evolutie tenminste tweemaal ontstaan, zowel bij de potvissen als bij de andere vertegenwoordigers van de tandwalvissen, onafhankelijk van elkaar (convergent, om met Darwin te spreken).

In elk geval kan men de tandwalvissen niet langer opvatten als een monophylum (d.w.z. een exclusieve taxonomische groep met een gemeenschappelijke voorouder). In plaats daarvan moet men spreken van paraphyla, meerdere afstammingslijnen, die hun dichtstbijzijnde gemeenschappelijke voorouder ook gemeen hebben met een aantal baleinwalvissen.

Overigens wordt er in een commentaar in Nature op gewezen dat in Zuid-Amerika al fossielen van zowel baleinwalvissen als van potvissen gevonden zijn die zeker 23 miljoen jaar oud moeten zijn. Dat is in tegenspraak met de veronderstelling dat beide groepen in de loop van de evolutie pas zo'n 10 tot 13 miljoen jaar geleden uiteen gegaan zouden zijn.