Pompeuze kitscherigheid en dweperij

Belle. Regie: Irma Achten. Met: Wivineke van Groningen, Nelleke Zitman, Rosa Herzberg, Reinout Bussemaker, Do van Stek. In 5 theaters.

Belle heet de film en wie hem zonder voorkennis gaat bekijken, kan een minuut of tien denken dat scenariste/regisseuse Irma Achten een brutaal persoonlijke, boven historie en tijdsbeeld uitstijgende, interpretatie heeft willen geven van het leven van de 18de eeuwse schrijfster Belle van Zuylen. Ze verwijdert zich al direct ver van Belle van Zuylens biografie, maar aanvankelijk lijkt dat juist spannend: in die rij, in een oer-hollands landschap schaatsende meisjes, in dat eigenwijze kind bij de dienstbode in de keuken, in het bokkige meiske dat uit opstandigheid geld pikt uit haar moeders kas, valt allicht een kleine Belle van Zuylen te herkennen, die, hoe onvoorstelbaar dat ook was in haar tijd, een veelzijdig leven verkoos boven een eenduidig vrouwenbestaan. We zien hoe Belle geïntrigeerd wordt door sensualiteit, hoe ze tegelijk leert dat kunst diep kan raken en dat schrijven een weergaloze ervaring kan zijn.

Al snel echter wordt duidelijk dat deze Belle niet voor niets Van Levert heet in plaats van Van Zuylen. De film-Belle verklaart, tot hoon van haar familie, dat ze heeft besloten dichter te worden. Vervolgens gaat ze ervandoor om in een liefdesrelatie samen te leven met de, zwangere, dienstmeid Marthe.

Wordt ze een dichter? Nee hoor. Dat blijkt een kwestie van grote woorden, van Schwärmerei van een meisje dat eens hard met haar kop op het ijs viel en zich toen afvroeg hoe je weet of je dood bent. “Ik die nergens meer ben”, voorspelde haar commentaarstem al haar desertie van het eigen talent. Waar Belle van Zuylen ervoor koos haar hooggestelde idealen trouw te blijven en een identiteit koos in plaats van zich er een aan te laten meten, verkiest Belle van Levert het om mee te rollen met de golfslag van het leven

Achten goot die omslag in drammerige termen. De liefde voor een vrouw verwerpt Belle door Marthe ruw te verstoten. Tegelijk legt ze haar talent het zwijgen op ten gunste van mannelijke machtshonger.

Belle wordt net zo'n matrone als haar moeder. Ze trouwt, krijgt kinderen (zonen, bah!) en geeft leiding aan het familiebedrijf. Alleen af en toe laat ze haar verbeelding toe, in de vorm van een moeilijk verstaanbare flierefluiter met een dunne puntsik. In hem projecteert ze haar weemoed en wat er rest van haar verlangens in een vorm die je doet huiveren voor de kwaliteit van haar ongeschreven gebleven gedichten. Damesfantasietjes zijn het, pretentieus en kitscherig, zoals ze die eerder had over Marthe. Met Marthe schreed ze, gekleed als een oudgrieks beeld, over het water en belandde ze in een drijvend nest. Met de dunne sik vaart ze bloot op de rug van een witte reuze-zwaan, om te genotteren van zijn tomeloze erectie die de lengte heeft van de zwanehals. Joechei.

Irma Achten is in deze film een regisseur zoals haar Belle een dichter is. Ze wil zoveel, maar ze bereikt zo weinig dat je je afvraagt waar dat heilig willen op stoelt. Achten wil een hooggestemd diepzinnig verhaal vertellen over iemand die bestaat maar die het zichzelf aandeed 'nergens meer' te zijn. Ze komt uit op een pompeuze, niet beredeneerde vertelling over ontrouw aan - twijfelachtig - talent. Ze postuleert een vrouwelijke wereld die meer mogelijkheden voor ontplooiing biedt dan een mannelijke en belandt bij kitsch en dweperij.

Ze wil haar acteurs presenteren als acteurs en laat ze nadrukkelijk niet-naturel spelen en gestileerd hun rol invullen. Ze onderstrepen met hun mimiek en gebaren de dialogen die bij herhaling uitleggen wat Belle doet, wat ze niet doet en waarom. Wivineke van Groningen speelt de titelrol en krijgt het onder deze regie zwaar te verduren. Omdat subtiliteit haar niet vergund is, blijft ze als jong meisje, hoe eigenwijs en voorlijk ook, volslagen ongeloofwaardig. Als volwassen Belle zijn haar idyllische, lesbische scènes houterig, haar opstandige scènes hysterisch, haar emotionele scènes pathetisch. Het is Van Groningen niet aan te rekenen, want geen van haar collega's redt het in deze film. Op Guusje van Tilborgh na. Van Tilborgh geeft gestalte aan de kettingrokende lerares Duits, die Belle begrijpt en haar prille poëzie serieus neemt. Zij bracht de portée van haar dialoog, de gezochte accenten en voor film overdreven gebaren en mimiek in afgemeten evenwicht. Ze laat ons zelfs de humor van die stijl inzien, waardoor haar personage meerwaarde krijgt en geen karikatuur wordt.

Irma Achten wil voor haar film een eenheid van stijl: verstilde, stevige, vaste shots in zwartwit, met een nadruk op wit. Dus is er veel wit strijklicht, zijn er veel witte kledingstukken en veel witte decors, meermalen in de vorm van de set omsluitende lakens, en wapperende vitrages als het maar even kan. Wat moet al dat wit? Cameraman Nestor Sanz kweet zich knap van zijn opdracht en maakte mooie stralend witte beelden in kunstige kaders. Maar het is niet aan hem om dit verhaal inhoud te geven. Achten is in staat om haar publiek mee te nemen in deze witte wereld, en het zelfs tijdelijk te hypnotiseren. Omdat ze geen verdere aanwijzingen geeft, leidt het wit tenslotte tot leegte.

Ik wil een volgende film van Irma Achten zien. Eentje waarin ze weet wat ze wil.