Na uitspraak van Lamont over eventuele renteverhoging; Vrije val van pond gebroken

LONDEN, 4 FEBR. De worsteling van de Britse regering om een economisch geloofwaardig beleid te presenteren, leek vanmorgen enig succes te boeken: het pond sterling herstelde zich enigszins van wat leek op een vrije val, gisteren. Daarvoor was nodig dat minister Lamont gisteravond moest laten weten dat hij niet zou aarzelen de renteverlaging van vorige week (van 7 naar 6 procent) weer ongedaan te maken. Die renteverlaging, en daaropvolgende rapportages over onenigheid over het financieel-economisch beleid tussen premier Major en zijn minister van financiën, heeft een waardedaling van sterling ingezet die sommige financiële analisten in Londen opnieuw het woord “sterlingcrisis” in de mond doet nemen.

Lamonts waarschuwing volgde enkele uren nadat het pond gedaald was tot zijn laagste waarde ooit ten opzichte van de mark (2,3583), de Franse franc en de Japanse yen en tot de laagste waarde in zes jaar ten opzichte van de dollar (1,4345). De onzekerheid over het economisch klimaat in Groot-Brittannië wordt nog gevoed door het lot van Daf-Leyland, waar 5.000 banen op het punt staan te verdwijnen en door een rapport van de Europese Commissie, waarin wordt voorspeld dat de werkloosheid in het Verenigd Koninkrijk (nu 3 miljoen) in 1994 tot meer dan 3,5 miljoen zal stijgen. Over het aantal te verdwijnen mijnen (31.000 banen potentieel) vergadert het kabinet vanmorgen.

Regeringswoordvoerders lieten gisteravond weten dat verdere renteverlagingen in elk geval zijn uitgesloten tot 16 maart, de dag van de begrotingspresentatie, en mogelijk tot langer daarna. De waarde van aandelen op de beurs steeg gisteren met 9 miljard pond, juist omdat speculanten daar verdere renteverlagingen verwachtten.

De regering wordt onder zware politieke druk gezet door de waarschuwing van onder andere levensmiddelenfabrikanten, dat het gedevalueerde pond betekent dat ze duurdere inkopen (vers fruit, groenten etc) aan de klant moeten gaan doorberekenen. Eén schatting spreekt van 5 pond extra per week aan voedsel voor een gemiddeld gezin. Als voedsel, consumentengoederen en onderdelen voor o.a. de auto-industrie duurder worden, stijgt de ten koste van zoveel benauwenis bedwongen inflatie alsnog. De vraag wordt nu wat de regering haar prioriteit acht: inflatiebestrijding of een exportbevorderende goedkopere munt.