Melij met zombies

Levende doden George A. Romero en de hedendaagse horrorfilm. Night of the Living Dead (1968), t/m 10 februari. Dawn of the Dead (1978), 11 t/m 17 februari. Day of the Dead (1985), 18 t/m 24 februari. Amsterdam, Nederlands Filmmuseum, dagelijks 19u.

Het terugzien van George A. Romero's klassieke cultfilm uit 1968, Night of the Living Dead, leidt tot een conclusie, die koren op de molen is van bezorgde moralisten. Lokte de low-budget-griezelproduktie, voor een schijntje in zwart-wit gedraaid met vrienden en bekenden van de regisseur uit Pittsburgh, indertijd grote verontwaardiging uit door de, zelfs in het gespecialiseerde Amerikaanse drive-in-circuit nog niet eerder vertoonde grafische verbeelding van kannibalisme, moedermoord en gapende wonden, nu maakt de film in dat opzicht geen bijzondere indruk meer. Met andere woorden: de grenzen van wat maatschappelijk toelaatbaar en individueel verdraaglijk is, zijn in een kwart eeuw drastisch verschoven. Overigens leverde Romero daar zelf een grote bijdrage aan, door de twee latere films Dawn of the Dead (1978) en Day of the Dead (1985), die tesamen een thematisch verwante zombie-trilogie vormen. Met name in de laatste aflevering deelt Romero het auteurschap van de film zichtbaar met Tom Savini, de man van de "special make-up effects', die inmiddels zelf regisseur is geworden in het zogenaamde "splatter'-genre. Ook voor de huidige standaard zijn de gespleten schedels en openbarstende borstkassen in Day of the Dead nog steeds schokkend, ondanks de aan strip- en tekenfilmcultuur verwante humoristische knipoog.

Het Nederlands Filmmuseum past zich aan bij de trend van erkenning voor de kwaliteiten van wat in de spelonken van de internationale filmproduktie gebrouwen wordt door de programmering in februari van Romero's trilogie, aangevuld met nog minder aanzien genietende verwante staaltjes van het genre. Juist die vergelijking met de imitatoren en epigonen levert nieuwe inzichten op. Verrassend is de ontdekking dat Romero een echte auteur is in de zin van de door de "Cahiers du Cinéma' in de jaren vijftig gelanceerde theorie. Romero onderscheidt zich niet alleen door het verleggen van de grenzen van zijn genre, maar ook door een niet direct voor de hand liggende, en toch onmiskenbare subtekst.

Romero's zombies zijn wandelende lijken, die zich voeden met de levenden. Hun wederopstanding vormt een ware epidemie, volgens de media veroorzaakt door een van Venus afkomstig virus. Er zijn verschillende politieke aspecten aan dit gegeven te ontdekken, waaronder die media-manipulatie. De zombies, die alle geledingen van de bevolking vertegenwoordigen maken in Dawn of the Dead een winkelcentrum onveilig. Op deze opstand der horden zijn verschillende reacties van de tot "Übermensche' gepromoveerde levenden waarneembaar. Sommigen, met name zwarten en vrouwen, zijn vervuld van mededogen met de hongerige massa. Zij verdedigen zich met hand en tand, maar trachten ook anderen te redden van een wisse dood, gevolgd door assimilatie met het zombie-legioen. In Day of the Dead is er zelfs een humanistische geleerde, bijgenaamd Frankenstein, die hoopt de zombies op te voeden tot meer aangepast gedrag, bij voorbeeld door ze een walkman met Beethovens Negende symfonie op het hoofd te zetten. Aan de andere kant staan de egoïstische levenden, die de diepste schuilkelder opzoeken en met de ondergang bedreigde lotgenoten desnoods voor de deur laten kreperen. Zij wentelen zich in hun bevoorrechte positie en gaan desnoods langs gewelddadige weg over tot het uit de weg ruimen van zwakke broeders in hun eigen schuilplaats.

Van Romero werd de laatste jaren weinig meer vernomen. Het laatste filmplan dat de openbaarheid haalde was een vervolg op de trilogie getiteld Zombies in the White House. Het zou een aanwijzing kunnen zijn dat hij met zijn eerdere films inderdaad een satire maakte op de tegenstelling tussen Democraten en Republikeinen.