Koepelkerk is markant monument

AMSTERDAM, 4 FEBR. Met de brand in de "Sonesta'-koepel is een van de markantste historische monumenten van Amsterdam ernstig beschadigd geraakt. Ook wordt gevreesd voor het lot van het bijzondere orgel, een ontwerp van de Utrechtse orgelbouwer Jonathan Bätz.

De Nieuwe Lutherse Kerk, in de volksmond de "Ronde' Lutherse kerk, is tussen 1668 en 1671 gebouwd in de stijl van het Hollands classicisme door de architect Adriaan Dortsman. De kloeke ronde vorm met een grote groene koepel - een halve bol met daarbovenop de tamelijk kleine lantaarn - bezorgde de kerk aanvankelijk de bijnaam "de Lutherse teerpot'. Op de lantaarn stond een zwaan, het symbool van de kerkhervormer Maarten Luther. De ronde centrale ruimte is voor de helft omgeven met galerijen. Daar zaten de lidmaten tijdens de diensten, zodat alle blikken gericht konden zijn op de kansel ertegenover. In 1935 werd de kerk voor de eredienst gesloten. In de jaren zeventig werd de kerk gekocht en ingrijpend gerestaureerd door het Sonesta-hotel, nu het Renaissance-hotel. Sindsdien worden er congressen en concerten gehouden.

In 1822 ontstond brand door onvoorzichtigheid van loodgieters. Alleen de muren bleven overeind. De architecten T. Suys en J. de Greef, die in 1823 de herbouw ter hand namen, hielden zich aan de classicistische stijl, met pilasters langs de gevel, maar in de koepel werden de gewelfribben en gladde tussenvlaktes van Dortsman vervangen door een casssettengewelf. Daardoor leek het nieuwe plafond lager. De kerk is in 1826 opnieuw in gebruik genomen en verkeerde tot gistermiddag volgens Monumentenzorg “in perfecte conditie”.

Grote zorgen maakt men zich over het Bätz-orgel, dat met zijn drie manualen, een vrij pedaal en vijftig registers een van de grootste in Nederland is en het enige dat Bätz voor een koepelkerk ontwierp. Pas in 1715 kreeg Cornelis van Hoorenbeeck de opdracht een orgel voor de kerk te maken. Toen het in gebruik werd genomen waren er echter klachten over het zwakke geluid, en Christiaan Müller werd aangezocht om verbeteringen aan te brengen. In 1830 kwam het orgel van Bätz, destijds de bekendste orgelbouwer van Nederland. Het orgel is vijftien jaar geleden voor drie miljoen gulden gerestaureerd.