Koenen gekuist

Trefwoord. Tweede jaargang, nummer 4 (januari 1993). Informatie over abonnementen bij het Matthias de Vriesgenootschap, p/a Grote Wittenburgerstraat 29c, 1018 KV Amsterdam.

Zoals er mensen zijn die hun leven in dienst stellen van Maastrichts aardewerk, de Engelse motorfiets tussen beide wereldoorlogen of de postzegels van Ivoorkust, zo zijn er ook mensen die niet genoeg kunnen krijgen van woordenboeken. In Nederland hebben die mensen vorig jaar een club opgericht: het Mathias de Vriesgenootschap, genoemd naar de negentiende eeuwse lexicograaf en grondlegger van het WNT.

Zo'n zeventig woordenboekliefhebbers hebben zich inmiddels aangemeld. Het zijn journalisten, hoogleraren, lexicografen, vertalers, historici en uitgevers en hun doel is de uitwisseling van kennis en informatie. De leden komen zo'n driemaal per jaar bijeen en luisteren dan naar twee of drie korte lezingen. Verder is er een tijdschrift gesticht, heel toepasselijk Trefwoord geheten, waarin serieuze artikelen, nieuwtjes, wetenswaardigheden advertenties en oproepen samen een zeer lezenswaardig geheel opleveren.

Zo treffen we in het meest recente nummer een gedegen uiteenzetting aan (door Frans Claes S.J.) over het Verklarend woordenboek met platen voor België en Nederland (uitgegeven van 1893 tot 1912) van de hand van Jozef Bal. Erg bekend is Bal's woordenboek nooit geworden, terwijl het toch het eerste Nederlandse woordenboek is dat zowel taalkundig verklarend als encyclopedisch en geïllustreerd was.

Nicoline van der Sijs (bekend van het Etymologisch Woordenboek) schrijft een aardig stuk over een correspondentie tussen de taalgeleerden Vercoullie en Kluge. Ze trof de brieven aan in een antiquarisch verkregen werk van Kluge. De eerste brief dateert van 1900, de laatste van 1911 en in de tussentijd zijn de heren goed bevriend en op de hoogte geraakt van elkaars familieleven. Als echte wetenschappper onderzoekt Van der Sijs vervolgens of er in het werk van de beide etymologen sporen van hun vriendschap zijn terug te vinden. Maar nee. De heren negeren elkaars werk zo goed als geheel en de enige verwijzing die Van der Sijs kon vinden was een kritische noot aan het adres van Kluge in het voorwoord van Vercoullie's Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal.

Het langste artikel in deze aflevering van Trefwoord is van de hand van redacteur Ewoud Sanders en behandelt de geschiedenis van de eerste Prisma woordenboeken - die pockets die elke middelbare scholier gebruikte tot de band losliet en het houthoudende papier in bruine schilfers uiteen was gevallen. Het is een fascinerend verhaal, dat begint in 1952 met de recrutering van de auteurs. Dat was niet eenvoudig, want ze moesten bereid zijn een royalty van vijf procent te accepteren. Bij de tot in de jaren zestig geldende verkoopprijs van ƒ 1,25 een bedrag van ruim zes cent per verkocht exemplaar.

En het moest in één jaar klaar zijn, want Prisma had zich ten doel gesteld in het najaar van 1954 in een klap acht pocketwoordenboeken op de markt te brengen. Moeilijkheden bleven niet uit en Het Spectrum zette de veelal onervaren auteurs flink onder druk. Toch werd de deadline niet gehaald en dat was maar goed ook, want in de zomer van 1954 verschijnt tot grote schrik van Het Spectrum de Woordenlijst van de Nederlandse taal (het Groene Boekje), die maakte dat de spelling van de Nederlandse woorden in de manuscripten op slag verouderd was. Pas in 1955, bij het begin van het schooljaar, lagen de eerste woordenboeken in de winkel.

De Spectrum woordenboeken werden een groot succes. Tot nu toe zijn er ruim 25 miljoen exemplaren verkocht. Recordhouder was het Nederlandse woordenboek van dr. A. Weijnen, dat tot nu toe op 6,5 miljoen stuks staat. Dezelfde Weijnen had in het begin nog even getwijfeld of het misschien niet lucratiever was om in plaats van de royalty-regeling de aangeboden afkoopsom van ƒ 50.000 te accepteren. Zelfs al zou de verkoopprijs op ƒ 1,25 zijn blijven staan, dan nog zou hij ruim ƒ 400.000 aan royalties hebben geïncasseerd.

Behalve de langere artikelen herbergt Trefpunt een aantal rubrieken die een aardig beeld geven van de preoccupaties van de woordenboekliefhebber. In de vragenrubriek vraagt het lid Posthumus of iemand weet waar het woord "eboniet' vandaan komt en Sanders wil meer weten over het Woordenboekje der bloemenspraak, dat in 1864 eens op een veiling is opgedoken, maar waar men nimmer meer iets van vernomen heeft.

Het lid Engelsman is gefascineerd door iets waar andere boekenliefhebbers juist een hekel aan hebben: sporen van vroegere gebruikers. Hij noemt als voorbeelden een met schaar en lijmpot gekuiste medische beschrijving van een verlossing, een Winkler Prins vol aanvullingen, een geheel gekuiste Koenen en een debat over de merites van een naslagwerk, door opeenvolgende bezitters gevoerd op de stofomslag. Wie weet er nog meer voorbeelden, vraagt hij en hij belooft er te zijner tijd een leuk stuk over te zullen schrijven.

In de volgende Trefwoord, zo belooft de redactie, zullen artikelen verschijnen over het Spreekwoordenboek van Harrebomée, over de methodologie van de woordenboekrecensie en de etymologie van lexicon en woordenboek. Wat kan een woordenboekliefhebber zich nog meer wensen?