Kaland: partijleider mag geen premier zijn

DEN HAAG, 4 FEBR. De fractievoorzitter van het CDA in de Eerste Kamer, A.J. Kaland, vindt dat zijn collega L.C. Brinkman uit de Tweede Kamer geen premier kan worden van een volgend kabinet als hij ook partijleider van het CDA wordt.

Dat zei Kaland vanmorgen voor de KRO-radio. “Brinkman mag in een volgende periode best in het kabinet zitten”, zei Kaland, “maar de vraag is of hij daar ook als partijleider moet zitten. Ik heb hem zelf gezegd dat ik het beter vind als de partijleider in de Tweede Kamer blijft.” De rol van partijleider kan ook door anderen worden vervuld, zei Kaland, die daarbij geen namen noemde. “Maar het CDA is veel rijker aan talenten dan iemand vermoedt.”

Premier Lubbers heeft tweemaal zijn persoonlijke voorkeur uitgesproken voor Brinkman als nieuwe partijleider. In politiek Den Haag wordt er, gezien de machtspositie van de christen-democraten, steeds van uitgegaan dat als Brinkman Lubbers inderdaad opvolgt, hij vanzelf ook premier wordt. Kaland verzet zich tegen deze gedachte.

Volgens Kaland heeft het feit dat de laatste jaren partijleiders als Lubbers en Kok in het kabinet zitting nemen de democratische verhoudingen geschaad. “Dat versterkt de positie van het kabinet en zijn hele bureaucratie ontzettend. Als een partijleider het kabinet niet kan terugfluiten is er democratisch iets mis.” Kaland prefereert een situatie zoals in de jaren vijftig en zestig, toen partijleiders als Romme niet in het kabinet zaten maar in de Kamer.

Het is niet de eerste keer dat Kaland zich over de positie van Brinkman uitlaat. Vorige week verweet de CDA-senator Brinkman woordbreuk met de VVD omdat de fractievoorzitter uit de Tweede Kamer op het laatste moment de besprekingen met de VVD over een alternatief WAO-voorstel had afgebroken.