"Ivan de Verschrikkelijke' zou niet in Israel maar in O-Europa zitten

TEL AVIV, 4 FEBR. De in Israel ter dood veroordeelde John (Ivan) Demjanjuk is volgens het Amerikaanse Congreslid James Trafikant (Ohio) niet "Ivan de Verschrikkelijke' uit het nazi-concentratiekamp Treblinka. Op een persconferentie in Washington zei Trafikant gisteren over bewijzen te beschikken dat Ivan Martsjenko, de werkelijke beul uit Treblinka, zich in Oost-Europa ophoudt en binnen drie maanden kan worden gearresteerd.

Demjanjuks beroep tegen het doodvonnis is nog steeds in beraad bij het Hooggerechtshof in Jeruzalem.

Yoram Sheftel, de advocaat van Demjanjuk, zei vanmorgen dat hij reeds een jaar geleden aan het Hooggerechtshof uit de KGB-archieven beschikbaar gekomen materiaal heeft voorgelegd waaruit moet blijken dat de verkeerde man in 1986 door de VS aan Israel is uitgeleverd en in Jeruzalem ter dood is veroordeeld.

Volgens hem is er een getuigenis van een Rus, Nikolaj Sjalajev, die tegenover de KGB heeft verklaard Ivan Martsjenko in april 1945 te hebben ontmoet. Volgens deze getuigenis was de Oekraïner Martsjenko uit het Duitse leger gedeserteerd en had hij zich bij de partisanen in Joegoslavië gevoegd. Hij was volgens deze Nikolaj Sjalajev van plan met een Joegoslavische vrouw te trouwen.

Yoram Sheftel uitte vanmorgen kritiek op het uitblijven van een uitspraak van het Hooggerechtshof inzake de kwestie-Demjanjuk. Hij citeerde een anonieme persoon van het bureau van de openbare aanklager, die zou hebben gezegd dat de rechters hopen dat Demjanjuk in de gevangenis sterft, zodat het Israelische rechtssysteem zou worden ontlast van de schande te moeten toegeven dat hij op verkeerde gronden ter dood is veroordeeld.

Het blad Ma'ariv vraagt zich vandaag cynisch af of Demjanjuk misschien naar Libanon zal worden uitgewezen indien het Hooggerechtshof beslist hem vrij te laten. Deze krant trekt een vergelijking tussen de ongelukkig verlopende uitwijzing van honderden Palestijnen naar Libanon en de kwestie-Demjanjuk: “In beide gevallen begon het met enthousiasme van de politici en eindigde het met juridische verlegenheid”.