IJsberen en Eskimo's op de Zuidpool

ROTTERDAM, 4 FEBR. De moordende concurrentie tussen internationale filmfestivals bij het binnenhalen van primeurs leidt tot een enigszins zorgwekkend fenomeen: het vertonen van fragmenten uit nog niet voltooide, belangrijk ogende films onder het motto "work in progress'. Alsof de programmering van het Rotterdamse festival nog niet genoeg biedt, werden bij voorbeeld gisteren in een bomvol Lumière 1 vijf scènes vertoond uit Beijing Bastard, geheel onafhankelijk van de Chinese overheid, maar met steun van het Rotterdamse Hubert Bals Fund geregisseerd door de jonge, veelbelovende filmmaker Zhang Yuan.

De reden van deze voorbarige openbaarmaking lag vooral in de beschikbaarheid van de grootste Aziatische rockster Cui Jian, die zijn Duitse tournee een dagje onderbrak voor een bezoek aan het festival. Volgens Zhang zou Cui een van de vijf gelijkwaardige hoofdrollen vertolken in Beijing Bastard, een onverbloemd portret van de moderne jeugd in de Chinese hoofdstad. In de getoonde fragmenten komt de ster echter maar een keer voor in wat lijkt op een gastrol, tijdens een naar meer smakend concertoptreden. De zeer populaire Cui, die het tijdens de gebeurtenissen op het Tiananmenplein veel gezongen lied van de opstand schreef en bekend maakte, is al door vele Chinese filmers benaderd voor een hoofdrol. Dat hij aan de kleine onafhankelijke Zhang Yuan de voorkeur gaf, spreekt in zijn voordeel, maar de "hype' van een dergelijke avant-première dient uiteindelijk alleen publicitaire belangen, geen filmische.

Net op tijd voor vertoning in Rotterdam voltooide Filmmuseumconservator Peter Delpeut wel zijn nieuwe film als regisseur. The Forbidden Conquest kan opgevat worden als een vervolg op Lyrisch nitraat, waarin fragmenten uit vroege, zwijgende films uit de Desmet-collectie tot een nieuw verhaal gemonteerd werden. Delpeuts tweede lange film beproeft hetzelfde procedé nu op beelden van poolreizen, alle uit het archief van het Nederlands Filmmuseum. De fictieve verteller, een oude Ierse scheepstimmerman, opent een paar stoffige blikken, om zijn verhaal te illustreren over een fantastische expeditie, die onder leiding van de Nederlandse kapitein Van Dijk in 1905 naar Antarctica gevoerd zou hebben. Daar komen de ontdekkingsreizigers tot hun stomme verbazing ijsberen en Eskimo's tegen, wier aanwezigheid zou wijzen op een geheime doorgang van de Zuidpool naar de Noordpool, zoals al eens beschreven door Edgar Allan Poe. Delpeut gebruikt dit voor het grootste deel uit zijn duim gezogen verhaal om op speelse wijze aan te tonen, hoe je door montage van documentaire beelden een relaas bij elkaar kunt liegen, al zijn sommige van de meest fantastische elementen (dat bij voorbeeld een Zuidpoolexpeditie heimelijk vertrekt uit het Noorse Bergen) juist waar gebeurd. Belangrijker nog lijkt het gebruik van de Grote Witte Stilte als metafoor van de schoonheid van de zwijgende filmkunst. De verteller is dan ook van mening dat het geluidloos schreeuwen van zeeleeuwen het best hun pijn uitdrukt. The Forbidden Conquest is een indrukwekkende hommage aan de cameralieden van die oude poolreisfilms, misschien wel de meest magische beelden uit de oertijd van de filmgeschiedenis.

Twee van de aardigste films van dit festival komen uit Zwitserland. Fuurland 2 van Clemens Klopfenstein en Remo Legnazzi is een vervolg op E nachtlang Fuurland (1982), het verslag van een geïmproviseerde nachtelijke kroegentocht door Bern. De hoofdpersoon Max Rüdlinger is nu helemaal een oudere jongere geworden, dromend van een meer glorieus bestaan dan dat van verslaggever voor de lokale radio. Zijn omzwervingen door de feestvierende hoofdstad van het zeven eeuwen oude Zwitserland, zonder poespas opgenomen met een video Hi-8 camera en daarna opgeblazen naar 35mm, onthullen de desillusie van de generatie van de jaren zestig en vormen een geestig gefilmd portret van een stad die een dorp gebleven is.

Klopfensteins landgenoot Daniel Schmid groeide op in het deftige hotel van zijn familie in Graubünden. Na een rijke carrière en vier eerder in Rotterdam vertoonde films (waaronder een verfilming van Fassbinders Het vuil, de stad en de dood), alsmede een bijna fatale ziekte, vond Schmid het tijd eindelijk zijn Amarcord te maken, een feestelijke reconstructie van herinneringen aan dat hotel vol zonderlinge gasten, waar Schmids grootmoeder de scepter zwaaide. Hors saison, in het Frans opgenomen in Portugal, omdat daar nog van die statige, niet door de moderne tijd bezoedelde lokaties bestaan, is een tamelijk conventionele film. Dat mag de pret niet drukken. Alleen al de rolbezetting met onder meer Ingrid Caven als de zangeres van het salonorkest, Andréa Ferréol als tijdschriftenverkoopster en Geraldine Chaplin als een Russische anarchiste zorgt voor eindeloos plezier en prettige melancholie over een verloren tijdperk.