Hoogleraar Newman: alleen nog periodes van zwak herstel in Amerika; "Economisch verval in de VS is structureel en permanent'

NEW YORK, 4 FEBR. Groei van de werkgelegenheid in de Verenigde Staten is volgens economen een voorwaarde voor een robuust herstel. De massa-ontslagen van de laatste weken bij grote Amerikaanse bedrijven als IBM, Sears, Boeing en Westinghouse wijzen er echter op dat de economie zich dit keer niet herstelt zoals na andere recessies. Het werkloosheidspercentage staat al twee maanden op 7,3 en de sombere berichten uit het bedrijfsleven doen vermoeden dat het niet hard zal dalen.

De VS hebben te maken met een structurele neergang, waarvan de huidige recessie het definitieve bewijs is, volgens Katherine Newman, hoogleraar antropologie aan de Columbia University. In 1988 publiceerde ze Falling from Grace. The Experience of Downward Mobility in the American Middle Class. Newmans interesse gaat uit naar de invloed van economische ontwikkelingen op gemeenschappen en individuen, met name van middenklasse-groepen. “We herkennen nu pas dat het verval structureel en permanent is”, zegt Newman, “maar het is een onderdeel van een patroon, dat we nog niet eerder hebben opgemerkt. In het begin van de jaren tachtig dachten we dat de hoge werkloosheid iets tijdelijks was. Nu beginnen we ons te realiseren dat de Amerikaanse economie en de arbeidsmarkt in zijn geheel aan het veranderen zijn. Dat begint nu ook tot de iedereen door te dringen en dat is pijnlijk.”

Hoewel Newman de term "downward mobility' niet zelf heeft bedacht heeft die sinds haar boek wel de gangbare betekenis gekregen. “Het was een onontgonnen gebied”, zegt Newman. “De trend was wel bekend als tegenstelling van "upward mobility', maar economen besteden nooit veel aandacht aan de menselijke aspecten ervan.”

Sociologen bestuderen het verschijnsel wel, maar volgens Newman vooral als één factor in mathematische modellen. Die beschrijven echter niet de ervaringen van mensen en werpen ook maar een beperkt licht op de betekenis van het verschijnsel. Newman: “Wat ik wilde doen was schetsen wat het inhoudt om je plaats in de maatschappij te moeten verliezen en wat voor verschillen met de oude situatie opeens ontstaan. Het ontslaan van 11.000 stakende verkeerstorencontroleurs in 1981 is voor economen en sociologen niet anders dan 11.000 andere werknemers elders in het land. De ervaring van die mensen werd bepaald door de specifieke samenstelling van hun groep, met eigen culturele kenmerken.”

In haar boek Falling from Grace legt Newman uit wat er zo bijzonder was aan die groep. Er waren veel Vietnam-veteranen onder, mannen uit lagere inkomensgroepen die via het leger een opleiding en een loopbaan hadden gekregen. Ze waren lid van een vakbond, de Patco, die als enige vakbond een stemadvies voor Reagan had gegeven. Diezelfde Reagan liet de hele groep als een baksteen vallen.

Binnenkort verschijnt van Newman Declining Fortunes. The Withering of the American Dream, waarin ze vertelt over de nieuwe generatie die het met minder moet stellen dan ze tijdens hun opgroeien is voorgespiegeld. Newman noemt dat ook "downward mobility', maar dan van generatie op generatie. Het meest zorgwekkende van die ontwikkeling is volgens haar dat het vooruitzicht voor jonge Amerikanen van de volgende generatie somber is.

“Deze recessie is een onderdeel in een langdurige neergang, die zeer ingrijpend is. Voor de een gaat het snel, voor de ander langzaam maar iedereen ziet om zich heen wat er aan de hand is. In één opzicht is het nu anders dan anders”, zegt Newman. “Europa en Duitsland in het bijzonder gaan slechter. Japan gaat slecht, dus welke markten zal de Amerikaanse economie uit het dal helpen? Als iedereen elke dag de krant leest en weer ziet dat er 50.000 mensen zijn ontslagen, krijg je dezelfde loopgravenmentaliteit als afgelopen najaar. Dan denken mensen al gauw: ik houd mijn geld maar in mijn zak. Dat is funest.”

De VS kennen volgens Newman eigenlijk alleen nog anemische herstelperiodes, die altijd weer worden gevolgd door slecht nieuws. De ogen zijn nu gericht op de nieuwe Clinton-regering. Actief ingrijpen om de werkloosheid omlaag te brengen is gewenst, maar dat brengt een verhoging van het begrotingstekort met zich mee. Newman: “Ik weet niet hoe we hieruit moeten komen, ik ben geen econoom. Het is duidelijk dat de jaren tachtig herinnerd zullen worden als de periode waarin Reagan en Bush de Amerikaanse economie naar de Filistijnen hebben geholpen. Lagere belastingen, hoge defensie-uitgaven en dus een groter tekort. Dat beperkt nu onze mogelijkheden, want we hebben die gorilla op onze nek. Telkens als iemand iets wil doen is er die enorme schuld die ons parten speelt, de erfenis van de jaren tachtig.”

Newman is een groot voorstander van regeringsbemoeienis. Actief aansporen tot verbeterde opleiding, bijscholing en training zijn volgens haar hard nodig. “We hebben onze scholen laten verkommeren en het kennisniveau van de geëxamineerden wordt steeds lager. Wij zullen oogsten wat we hebben gezaaid. Het bedrijfsleven is voor een groot deel schuldig. Bedrijven grijpen elk excuus aan om geen belasting te betalen en roepen vervolgens dat de jeugd van tegenwoordig geen opleiding meer krijgt.”

De grootste vrees op dit moment is volgens Newman dat de regering bij het opstellen van stimuleringsprogramma's onder druk van conservatieve elementen water bij de wijn doet. “Ik ben bang dat er dan net te weinig geld beschikbaar is om iets te bereiken.”

Laura Tyson, voorzitter van economische adviesraad, wil strenger toezien op naleving van regels in de internationale handel. Beginnende ondernemingen zouden bovendien van overheidshulp gebruik moeten kunnen maken voordat ze in het internationale diepe worden gegooid. Newman juicht dat soort regeringsbemoeienis toe, maar vreest dat economen uit de neo-klassieke school een keel zullen opzetten, die Tysons plannen doen verwateren. “We hebben onze voorsprong in de high-tech-industrie in tien jaar bijna helemaal verloren”, aldus Newman. “Ik zeg niet dat we protectionistisch moeten worden maar wat andere landen doen, mogen wij ook. De Europeanen en Japanners beschermen hun industrieën toch ook?”