Gentse actrice gaat een samenzwering aan met het publiek; Chris Thijns verovert Bredero

Regisseur Hans Croiset houdt de Nederlandstalige toneeltraditie in stand met voorstellingen van Vondel en Bredero. Onlangs ging Moortje van Bredero bij Het Nationale Toneel in première. De Vlaamse actrice Chris Thijs speelt daarin een verrassende en lovend ontvangen rol, die van de snol Moy-Aal.

Ze is klein van gestalte, maar met haar uitstraling en stem bereikt ze zelfs het schellinkje van de grote schouwburgzaal: de Vlaamse actrice Chris Thijs in Moortje. Het verbazingwekkende aan haar spel is de schijnbare moeiteloosheid waarmee ze de verzen neemt in deze klucht van Bredero. Waar andere, minder ervaren acteurs weleens struikelen over het Nederlands van twee eeuwen terug, komen bij Chris Thijs de woorden als vanzelfsprekend over de lippen. Als zij haar tekst rechtstreeks tot de zaal spreekt, hoor ik niet alleen de woorden, ik zie ook de beelden van het zeventiende-eeuwse Amsterdam dat ze oproept.

Chris Thijs is sinds dertien jaar verbonden aan het NTG (Nederlands Toneel Gent). Ze speelde in stukken van Tsjechov, Shakespeare, Botho Strauss en Lars Norén. Haar opleiding volgde ze aan het Gents Conservatorium. Chris Thijs: “De taal van Bredero is mijn grootste fascinatie. Het is beeldend, kleurrijk en levendig. Als ik hoor dat de gemiddelde Nederlander maar een beperkt vocabulaire van zo'n zeshonderd woorden tot zijn beschikking heeft, dan slaat de schrik me om het hart. Zo ver zijn we dus afgedwaald van de rijkdom van de zeventiende eeuw. Ik heb mezelf tot taak gesteld de taal van Moy-Aal toegankelijk te maken; ik moest haar veroveren.”

Het instuderen van de tekst gaat in verschillende fasen. Eerst leert ze "als een papegaai' alles uit haar hoofd, vervolgens gaat ze op zoek naar de betekenis van onbekende woorden en probeert ze het geheel van de zin te begrijpen. Tot slot speurt ze naar een manier om de verzen ook werkelijk levend over het voetlicht te brengen. Chris Thijs: “Je moet niet teveel accenten leggen, dat schaadt. Dan ontstaat een dreun. Ik zoek altijd in een zin één essentieel begrip op, daar waar het om draait. Dat woord krijgt het accent. Zo ontstaat een levendige cadans.”

Chris Thijs bekeek zeventiende-eeuwse schilderijen in het Louvre in Parijs en in het Amsterdamse Rijksmuseum. “Er is een schilderij van Moeyaert dat me bijzonder heeft geïntrigeerd,” zegt ze. “Er staat een vrouw op tussen een oude en een jongere man. Op haar kraag staat de naam van mijn personage. Is ze werkelijk geschilderd naar het toneelstuk? Of liet Bredero zich door dit werk inspireren? Als ik een rol voorbereid wil ik me van het karakter altijd een voorstelling kunnen maken, ik kan niet in het luchtledige spelen. Daarom bekijk ik schilderijen. Om beelden in me op te nemen.

“Bovendien werk ik graag met de methode van Stanislavski. Ik geef aan iemand een verleden mee, ik verzin haar biografie. Psychologisch graaf ik een rol helemaal uit. Moy-Aal is een complex figuur, zeker geen type. Is ze wel of geen prostituée, een hoerenmadam misschien? In elk geval is ze doortrapt, geslepen, opvliegend van aard. Ze is goed en slecht tegelijkertijd, zoals elk mens in wezen is. Ik geef haar al die trekken mee, zodat ik in het midden laat wàt ze precies is. Niemand is eenduidig, en zij zeker niet. Ik geef geen moreel oordeel over haar gedrag. Het mooie is dat de kwalijke verhalen die over haar de ronde doen door haarzelf worden gekuist.”

Met Moortje voert Brederode ons binnen in een Amsterdamse, carnavaleske wereld van klaplopers en vrouwenjagers die als bedriegers en bedrogenen door het leven gaan. De muziek van Vincent van Warmerdam doet denken aan Italiaanse films, bijvoorbeeld La Strada van Fellini. Ook de in elkaar overlopende scènes geven aan de toeschouwers de ervaring naar een film te kijken.

Chris Thijs: “Een van de mooiste sensaties die je op het toneel kunt hebben is de intimiteit met het publiek. Het is toch privé, toneelspelen, een samenzwering tussen mij en zeshonderd toeschouwers. We spelen veel rechtstreeks op de zaal, dus met doorbreking van de vierde wand. Dat geeft mij het gevoel met de toeschouwer een band aan te gaan, iets met hen te delen. Moortje gaat over dubbele moraal, over wat vrouwen toentertijd wel was geoorloofd en niet, en wat mannen zoal wel deden en wat niet. In Moy-Aal is die dubbele moraal gesymboliseerd. Ik ben niet achter de waarheid van haar leven gekomen, en ik hoop dat de toeschouwer haar evenmin zal veroordelen. Een snol? Dan toch op z'n minst een courtisane.”

Moortje door Het Nationale Toneel is de komende maanden in de schouwburgen door het hele land te zien.