Doodmeppen (3)

Bij het vliegenmeppen kan men niet alleen waarnemingen doen over gezichtsveld en reactiesnelheid van vliegen, maar ook over hun leervermogen en geheugen. In maart en april 1945 was ik enige weken vliegenverdelger in een keuken. De (zeker niet ideale) vliegenmeppers construeerde ik uit dunne bamboestokjes en uit de in overvloed aanwezige bidprentjes op briefkaartformaat.

De keuken behoorde tot een voormalig Ursulinen klooster. De chef aldaar, de heer Kawamoto, had mij de heldere instructie gegeven om 250 vliegen per dag te doden. De beste produktie kon bereikt worden door positie te kiezen bij de opgedroogde bloedplassen op, en naast, het hakblok voor de vleesbewerking. Met de vliegenmepper zo'n 15 cm onbewegelijk boven een aantrekkelijke plaats was het afwachten tot zich daar voldoende vliegen verzameld hadden. Met een snelle klap kon men dan een redelijk aantal slachtoffers maken. Het leervermogen van de vliegen bleek uit het feit dat men de procedure slechts 3 tot 4 maal kon herhalen. De vliegen hadden dan blijkbaar geleerd dat de situatie gevaarlijk was zodat het nagenoeg leeg bleef onder de mepper. Het korte geheugen van de beestjes zou afgeleid kunnen worden uit de omstandigheid dat als de plek zo'n tien minuten met rust werd gelaten de procedure wèl met succes herhaald kon worden. Het leek dan of de vliegen de aangeleerde voorzichtigheid inmiddels hadden vergeten.

Toegegeven dient te worden dat het onduidelijk was in hoeverre bij de opvolgende gebeurtenissen dezelfde vliegen waren betrokken. Ik heb de dieren nooit gemerkt.