d'Ancona: uitkering voor kinderen uit oorlog

DEN HAAG, 4 FEBR. Mensen die als kind in de Tweede Wereldoorlog ernstig geweld tegen gezinsleden hebben meegemaakt of getuige zijn geweest van executies moeten een uitkering kunnen krijgen als burgeroorlogsslachtoffer.

Minister d'Ancona (WVC) schrijft dat aan de Tweede Kamer. Zij wil daartoe de Wet Uitkeringen Burgeroorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO) wijzigen. Zij verwacht dat jaarlijks tien tot vijftien personen die aan het nieuwe criterium voldoen een een beroep op de wet zullen doen, op zijn vroegst vanaf 1994.

De Indische organisaties hebben de minister gevraagd om aandacht voor de mensen die als jong kind in voormalig Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog en de periode daarna tot 1949 bruut geweld tegenover anderen hebben meegemaakt, zoals gewelddadige arrestatie van ouders, verkrachting van de moeder of executies. Het gaat daarbij niet om kinderen uit de Japanse interneringskampen want die kunnen al een beroep doen op de Wet Uitkeringen Vervolgingsslachtoffers 1940-1945.

Uitsluitend mensen die als gevolg van wat men in de oorlog heeft meegemaakt (lichamelijk) invalide zijn geraakt en daardoor inkomensverlies hebben geleden, komen in aanmerking voor een uitkering als burgeroorlogsslachtoffer. Minister d'Ancona vindt dat psychisch letsel dat jonge kinderen door traumatische ervaringen van geweld tegen derden hebben opgelopen ook een vorm van invaliditeit is.