"Convenant ABP benadeelt ongehuwden'; Platform signaleert discriminerende bepalingen in nieuw ambtenarenpensioen

ROTTERDAM, 4 FEBR. Hebben minister Dales (binnenlandse zaken) en de ambtenarenbonden half december over de privatisering van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) klare wijn geschonken? Of hebben ze het op een dubieus akkoordje gegooid?

Het vorige week opgerichte Platform tegen Pensioendiscriminatie houdt het op het laatste, en spant zich in om de politiek “wakker te schudden”. De tijd dringt, want het is de bedoeling dat Dales en de bonden het convenant over de toekomst van het ABP volgende week woensdag officieel ondertekenen.

Het Platform zegt dat in het convenant “discriminerende bepalingen” zijn opgenomen die de pensioenachterstelling van ongehuwden (alleenstaanden en ongehuwd samenwonenden) ten opzichte van gehuwden zouden vergroten. Daardoor zouden ongeveer 170.000 van de in totaal 850.000 ambtenaren extra worden benadeeld in hun pensioenaanspraken.

Het eerste succesje heeft het Platform inmiddels geboekt. Op verzoek van D66 en Groen Links is volgende week dinsdag, aan de vooravond van de ondertekening, mondeling overleg met de Kamercommissie voor ambtenarenzaken ingelast. “We zullen de minister duidelijk maken dat we niet meewerken aan discriminerende regelgeving”, aldus D66.

Wat is het geval? Op 16 december bereikte Dales met de ambtenarenbonden overeenstemming over verzelfstandiging van het ABP per 1 januari 1996. Ze spraken verder af dat vooruitlopend daarop met ingang van 1 januari 1994 het pensioenregime wordt aangepast.

Ongehuwden krijgen nu van het ABP een (iets) hoger (aanvullend) ouderdomspensioen dan gehuwden. Het fonds werkt namelijk met twee franchises (deel van het salaris waarover geen aanvullend pensioen wordt verzekerd, omdat daar de AOW in voorziet). Voor ongehuwden bedraagt de franchise 22.870 gulden, voor gehuwden 32.765 gulden. Verder zijn ongehuwden uitgesloten van het nabestaandenpensioen (ook als ze formeel niet mogen huwen, zoals ambtenaren van gelijke kunne), terwijl ze wel verplicht zijn daarvoor een bijdrage te betalen.

In het convenant is opgenomen dat vanaf 1 januari volgend jaar voor gehuwden en ongehuwden dezelfde franchise (van 26.500 gulden) zal gelden, en dat ongehuwden uitgesloten blijven van nabestaandenpensioen. Gevolg van deze wijziging is dat de ouderdoms- en nabestaandenpensioenen van gehuwden worden verhoogd (met respectievelijk 4.385 en 3.132 gulden per jaar) en de ouderdomspensioenen van ongehuwden worden verlaagd (met 2.541 gulden per jaar).

“Door het convenant worden de pensioenaanspraken van ongehuwden verder achtergesteld bij gehuwden. Ze moeten hetzelfde bijdragen en ze krijgen er nog minder pensioenaanspraken voor terug”, aldus F. van Rikxoort van het Platform. Om de verhoging van de ouderdoms- en nabestaandenpensioenen voor gehuwden te kunnen betalen moeten de premies per saldo voor alle ambtenaren omhoog.

Ambtenaren zijn voor hun aanvullend pensioen verplicht verzekerd bij het ABP. “Het convenant leidt er in feite toe dat een nog groter deel van de pensioenbijdragen van ongehuwden zal worden gebruikt om tekorten op de bijdragen en de nabestaandenpensioenen van gehuwden te dekken”, aldus Van Rikxoort.

Het Platform verwijt de minister en de vakbonden gemene zaak te hebben gemaakt over “vergroting van de achterstelling van ongehuwden”. Van Rikxoort: “Ze hebben de mond vol over het beginsel van gelijke beloning, maar ze verzwijgen dat ze het eenzijdig toepassen in het voordeel van gehuwden.”

De gewraakte bepalingen uit het convenant zijn volgens het Platform in flagrante strijd met Europese regelgeving, die gelijke beloning voorschrijft en discriminatie naar burgerlijke staat verbiedt. Pensioendeskundigen achten een proces bij het Europese Hof van Justitie dan ook zeer kansrijk, maar daar gaan jaren overheen. Bovendien kan zo'n proces nu nog niet worden aangespannen, omdat er nog slechts een convenant is en geen nieuwe wettelijke regeling.

Secretaris Th. Sonneveld van de ambtenarencentrale ACOP (aangesloten bij de vakcentrale FNV) erkent dat het convenant tekort schiet, maar zegt: “De privatisering van het ABP is zo complex, dat we onmogelijk alles in één keer kunnen regelen. Een nabestaandenpensioen voor ongehuwden, zeg maar het partnerpensioen, zal een van de eerste dingen zijn die we gaan regelen, zodra we in 1996 zijn geprivatiseerd”.

Minister Dales erkent eveneens dat ongehuwden door de verhoging van de franchise worden gedupeerd. Maar dit nadeel heeft volgens haar uitsluitend betrekking op de toekomst. Reeds ingegane pensioenen en reeds verworven aanspraken op ouderdomspensioen worden volgens haar niet aangetast. Zij laat weten dat het op burgerlijke staat gebaseerde onderscheid in ouderdomspensioen tussen ongehuwden en gehuwden “niet langer houdbaar” is, maar zwijgt over het laten voorbestaan van dit onderscheid ten aanzien van het nabestaandenpensioen.