Brussel: lage groei in de EG bedreigt EMU

BRUSSEL, 4 FEBR. De meeste lidstaten van de EG dwalen af van het pad dat moet leiden naar de verwezenlijking van de Economische Monetaire Unie (EMU). Het afgelopen jaar is geen vooruitgang geboekt bij het voldoen aan de voorwaarden die in het Verdrag van Maastricht zijn afgesproken voor toelating tot de EMU.

Tot die sombere conclusie komt EG-commissaris Henning Christophersen (financien) in het gisteren gepubliceerde EG-jaarverslag over de economische situatie in de gemeenschap.

Twee weken geleden had Christophersen de ministers van financien uit de twaalf lidstaten al geinformeerd dat Brussel zijn groeiverwachtingen voor dit jaar opnieuw naar beneden had bijgesteld. In december ging de Commissie nog uit van een groei in 1993 van 1 a 1,5 procent. In januari sprak hij over een groei van niet meer dan 0,8 procent en in het nu verschenen rapport wordt daar nog weer een fractie van afgehaald door een groei op driekwart procent te voorspellen.

Christophersen zei gisteren dat de geloofwaardigheid van het EMU-project staat of valt met de vraag of de komende tijd voldoende economische groei kan worden gerealiseerd. “Er is een duidelijk verband tussen het bevorderen van de groei en het verwezenlijken van de convergentie-criteria”, aldus de EG-commissaris. Het ontbreken van voldoende economische groei houdt volgens hem het risico in dat de geloofwaardigheid van de convergentiecritaria op de helling komt te staan. Als de criteria worden losgelaten, dreigt "hernationalisering' van het economische en monetaire beleid. De convergentiecriteria, die zijn vastgelegd in het Verdrag van Maastricht, zijn normen die gelden voor het financieringstekort en de omvang van de totale staatsschuld in een lidstaat, de inflatie, de rente en de wisselkoers. Het is de bedoeling dat de twaalf lidstaten op al die terreinen naar elkaar toegroeien om vervolgens in 1997 of in 1999 de EMU op te richten. Als op dit moment toelatingsexamen zou worden gehouden voor de EMU, zouden alleen Frankrijk en Luxemburg op alle onderdelen slagen.

Afvlakking van de economische groei leidt onmiddellijk tot een relatieve verslechtering van de begrotingssituatie en dat is precies wat er het afgelopen jaar in de meeste EG-lidstaten is gebeurd, aldus het rapport van de Europese Commissie. Vorig jaar kenden alleen Denemarken, Frankrijk, Ierland en Luxemburg een financieringstekort dat onder de 'Maastricht-norm' van 3 procent van het bruto nationaal produkt lag. Het Nederlandse financieringstekort liep op van 2,5 procent in 1991 naar 3,5 procent in 1992.

De oplopende begrotingstekorten beperken de armslag van de EG-landen om impulsen te geven aan de economische groei. Christophersen herhaalde gisteren dat de individuele lidstaten al hun macro-economische manoeuvreerruimte moeten benutten om economische groei te bevorderen, maar dat die groei-initiatieven tegelijkertijd het vertrouwen in een gezond monetair-economische beleid niet mogen ondermijnen.

De tegenvallende economische ontwikkeling zal de komende tijd leiden tot een verdere stijging van de toch al hoge werkloosheid in de EG. Christophersen is daar uiterst somber over. Zelfs een opleving van de economische groei in de tweede helft van dit jaar, zal een toeneming van de werkloosheid (nu gemiddeld 11 procent in de EG) in 1994 niet kunnen tegenhouden. De werkloosheid in de EG kan alleen maar verminderen, indien een economische groei gerealiseerd zou kunnen worden van zo'n 3,5 procent, aldus Christophersen.