Big Blues

Hoogmoed komt voor de val. Die val lijkt nog ver weg, maar de reus is wel flink ziek. Het gaat niet goed met de International Business Machines(IBM), vanwege zijn omvang en zijn blauw gestreept logo ook wel Big Blue genoemd. Tientallen jaren had de onderneming een onaantastbare positie in de computerwereld. Wie automatiseerde, kocht IBM en bleef IBM kopen. De kracht van het bedrijf was en is vooral gebaseerd op grote computers, mainframes. Te lang heeft IBM misprijzend neergekeken op dat kleine doosje, de micro-computer. Intussen is dat doosje bezig de reus de das om te doen.

Het is nog niet zo lang geleden dat grote computers (mainframes) zachtzoevend bij bedrijven en instellingen in rook- en stofvrije kamers stonden om de administratie bij te houden. De mensen die ermee om konden gaan, hadden een waas van exclusieve geleerdheid om zich heen. Het publiek werd op afstand gehouden en kwam alleen met dit wonder in aanraking als "de computer een foutje had gemaakt'.

De eerste doorbraak richting gewone man (vrouwen hielden zich ook toen al te weinig met computers bezig) kon je eind jaren zeventig aantreffen bij hobbyclubs in de elektronica. Tijdens bijeenkomsten van de Hobby Computer Club (HCC) waren het de techneuten die precies konden uitleggen hoe de nieuwste chip er van binnen uitzag. Ze stonden in een kring en lieten zelfgemaakte robotjes als kemphanen met elkaar wedijveren. Dat je een micro-computer als tekstverwerker of als elektronische kaartenbak zou kunnen gebruiken, begon pas langzaam vanuit de Verenigde Staten tot ons door te dringen.

De eerste micro-computertjes (Tandy, Apple, Exidy) hadden een zwart-wit bibberbeeld, een werkgeheugen van 4 of als ie ruim bemeten was 8 kilobytes (8.000 tekens). Je sloeg gegevens op een cassettebandje op. Wie het in de bol geslagen was, kocht er een losse disk-drive bij voor een floppy waarop je 120 K (120.000 tekens) kon wegschrijven. Een freak wist zijn werkgeheugen tot 16 K of - het kan niet op - tot 64 K uit te breiden. Hij werd argwanend bekeken. Een paar jaar later zat er al 256 K werkgeheugen in zo'n kleintje plus een 360 K floppy-drive. Je kon er tekst mee verwerken en boekhouden en hij kostte tussen de vijftien en de twintig duizend gulden. Vandaag de dag betaal je een achtste voor een computertje dat vier keer zoveel potentie heeft. En het is op die "factor x' dat de Blauwe Reus zich heeft verkeken.

Bij IBM hadden ze op een dag wel in de gaten dat zo'n klein computertje de moeite waard was. Mensen konden er leuk thuis stukken mee schrijven en er hun recepten in opslaan. Het ging om een personal computer (PC) en zo zou hij voortaan over de hele wereld heten. Ja, ze zouden misschien op kantoor een rol kunnen spelen als "stand-alone' maar liefst toch gekoppeld aan de grote computer, het mainframe. IBM heeft toen een projectteam aan het werk gezet dat binnen een jaar de Personal Computer uit de grond stampte. Iedereen was vol bewondering en ontzag dat zo'n grote, van nature logge organisatie zo flitsend kon reageren. In de management- en organisatieliteratuur galmt het succes nog na. Wil je binnen een jaar een nieuwe PC op tafel zetten, dan moet je niet eerst alle onderdelen en programmatuur zelf ontwerpen en maken. Die koop je in bij specialisten. Het centrale brein, de chip, kwam van Intel, het Disk-Operating System van Micro-Soft (MS-DOS). De verkoopprijs was pittig, maar de naam IBM gaf zekerheid. Wie voor zijn bedrijf micro-computers kocht, nam IBM want daar deed hij al jaren prettig zaken mee. IBM was in het bedrijfsleven al snel ook voor microcomputers de "industriestandaard'.

Er kwamen klonen. Eerst werden die met wantrouwen bekeken. Voldeden ze wel aan de standaard, waren ze IBM-compatible? Er waren keurige klonen van Olivetti, Compaq, Commodore, Tulip. En ook wilde klonen van volkomen onbekende leveranciers uit Taiwan en dergelijke. Vooral de laatste waren stukken goedkoper. En toen ze ook nog qua prestaties en betrouwbaarheid nauwelijks voor de PC van IBM bleken onder te doen, vaak zelf beter waren, ontbrandde een ongeëvenaarde prijzenslag. Die duurt tot vandaag voort en heeft als resultaat dat de winstmarges in de hardware (apparatuur) zijn weggesmolten als sneeuw voor de zon. De wilde klonen vormen nu 60 procent van de PC-markt.

De technische ontwikkeling gaat nu zo snel dat iedere achttien maanden de hoeveelheid "computerpower', die je voor een gulden kunt kopen, verdubbelt. Daardoor kan een netwerk van met elkaar verbonden PC's nu een serieuze bedreiging vormen voor de grote mainframe computers. De computerkracht heeft zich verplaatst van de gecentraliseerde verticale mainframe-organisatie naar een gedecentraliseerde organisatie waar de kracht aan de basis zit. En dezelfde structuurverandering ondergaat nu IBM.

Het verticaal georganiseerde bedrijf is twee jaar geleden opgesplitst in kleinere gedecentraliseerde eenheden om flexibeler te kunnen opereren op de diverse razendsnel veranderende markten. De reorganisatie heeft tot dusver niet het verwachte resultaat opgeleverd. IBM rapporteerde onlangs het grootste verlies ooit in het bedrijfsleven gemaakt -ruim vijf miljard dollar in het vierde kwartaal van vorig jaar. De beurskoers die in 1987 een piek van 176 dollar bereikte en die juli vorig jaar nog op 100 dollar stond, is nu minder dan 50 dollar. De top-directie is inmiddels teruggetreden. Ross Perot heeft al gebeld of hij van dienst kan zijn.