Begaafd

We wilden geen hond, dus gaf een familielid ons twee zebravinkjes. Leuk, vogels met streepjes, dacht ik. Maar nee hoor, spierwit. De enige verklaring is, dat de strepen te breed zijn voor een zebravink. Ze zijn waarschijnlijk gemaakt uit het brede strependeel, de buik, van de zebra. Resteert de vraag of er zwarte en zwart-witte zebravinken zijn. Die met de oranjegele snavel was een zij, die met de geeloranje snavel een hij, makkelijk.

Het onderhoud was eenvoudig, zei het familielid. Om de paar dagen zand op de bodem verversen, vers voer in het voederbakje, vers water in het waterbakje en eventueel een verse stengel zangzaad. Een vinkenhand is gauw gevuld.

H vond ze zielig. Ik vond ze wezenloos. Veel geluid kwam er niet uit. Het kwetterde. Het fladderde wat. Ze mochten niet uit de kooi. Daarvoor waren ze te dom. Vlogen in de gordijnen, konden de weg niet terugvinden, zouden een hartaanval krijgen in de palm van een diervriendelijke mensenhand, die ze terug naar de kooi brengt. Ik kreeg geen band met ze.

Toen heb ik een denneappel in de kooi gelegd. Ze schrokken zich rot. Kropen bovenin een hoek tegen elkaar aan en bewogen zich niet meer. Een dag lang. Wat is er mis met een denneappel? Denneappels groeien toch in bomen. Dat is toch de plek waar vogels zitten? De denneappel heb ik weer weggehaald.

Ze bleken met veertjes te sjouwen. De veertjes lagen op de bodem. Hij pikte ze op, vloog naar boven over het hele traject van 40 cm, een soort grote sprong, en deponeerde ze op haar rug. Want daarop zat zij in haar vaste hoek te wachten. Tot de veertjes buiten de kooi fladderden. Dat was spelen, zei het familielid. Spelen, dat duidt op jeugd of vrije tijd, vrolijkheid, ontdekken, allemaal te grote begrippen voor de modale zebravink, leek me.

Toen heb ik een handje tuinvuil in de kooi gelegd, het begin van het eind. Er zaten mooie lange naalden van de grove den bij, die den van de denneappel. Na een uurtje aarzelen werd het nieuwe materiaal verkend. Het blijkt dat de zebravink een grove dennenaald anderhalf maal zijn eigen lichaamslengte ongeveer net zo handig manipuleert als wij twee panlatten van 3 meter (dennenaalden komen net als zebravinken in paren).

Het ziet er als onhandig geschutter uit maar ze krijgen ze waar ze ze hebben willen: op de rug van de partner. Nu zijn zebravinken niet zo plat van boven, dus die naalden donderden steeds naar beneden, terug op de bodem of uit de kooi. Na een uurtje lagen alle naalden op de grond.

"Laat nou', zei H, "die beesten zijn bekaf.' Maar volgens mij was het nestinstinct. Hij wilde een nest bouwen. De steriele kooi van wit geplastificeerd metaaldraad gaf net zoveel houvast voor een nest als een zwembad voor een mierenhoop. Ik heb toen met van dat tuindraad een soort platformpje in elkaar gefrot, in de hoek waar zij altijd op de veertjes en de naalden wachtte. Hier zou een beetje vink raad mee weten, leek mij. Volharding slechts restte.

Hij werd helemaal gek van de naalden. Vloog ze naar boven in de hoek tot de kooi leeg was, maar stortte zich onmiddellijk op de nieuw aangevoerde voorraad. Dat dit de naalden waren die ik van de vloer opveegde had hij niet in de gaten.

's Avonds waren ze zo aan het vechten dat de veren in het rond stoven. “Zie je wel, je maakt ze helemaal gila”, zei H. “Ik wil die rotvogels niet meer.” Het familielid kreeg ze terug.

Dit alles schoot me te binnen toen ik nadacht over het onderwijs aan hoogbegaafden.