"BEEST' THEO VAN GOGH SCHEMERT SLECHTS BIJ VLAGEN DOOR; Vals licht verbazingwekkend bleek

Vals licht. Regie: Theo van Gogh. Met: Amanda Ooms, Ellik Bargaï, Tom Jansen, Thom Hoffman, Cas Enklaar, Marijke Veugelers. In: 20 theaters.

De artistieke bemoeienis van producent Matthijs van Heyningen met Vals licht, de duurste en meest ambitieuze van Theo van Goghs zes lange speelfilms, zou zich volgens verschillende betrokkenen beperkt hebben tot details, zoals de kleur van de das van acteur Tom Jansen. Van de ruzies en competentieconflicten met een eerdere producent, die Van Goghs enige voorgaande "publieksfilm' Terug naar Oegstgeest kenmerkten, was dit keer geen sprake. Van Gogh neemt dus ook de volledige verantwoordelijkheid voor het resultaat van de verfilming van Joost Zwagermans gelijknamige roman, naar een vrije scenariobewerking van Henri de By en de regisseur.

Toch is Vals licht een verbazingwekkend bleke film geworden, waarin de bevlogenheid en recalcitrante persoonlijkheid van het "bête de cinéma' (de benaming is afkomstig van Jan Vrijman, naar aanleiding van Van Goghs low-budget-debuut Lüger uit 1981) slechts bij vlagen doorschemeren. Er zijn maar een paar particuliere wraakoefeningen van de columnist en polemicus Van Gogh in verwerkt. Slechts een keer valt de naam van zijn aartsvijand Hugo Brandt Corstius en met het verraad van hoofdrolspeler Ellik Bargaï aan de regisseur, die tijdens de opnamen zijn vrouw aan de eenentwintigjarige acteur verloor, wordt terloops afgerekend door een treiterige dienstmededeling van de Nederlandse Spoorwegen op de geluidsband.

De terughoudendheid en volwassenheid van de schrik van de grachtengordel leveren in principe geen groot gemis op, zeker niet zo lang Van Gogh in geschrifte rustig door blijft "zuigen', zoals dat in goed Amsterdams heet. Met het badwater van de verbale provocaties lijkt echter ook het kind te zijn verdwenen. Vals licht mist de zwarte humor van Lüger, de dionysische melancholie van Een dagje naar het strand, de paradoxale warmte van Terug naar Oegstgeest of de obsessie door liefdespijn in Loos. Wat resteert is Van Goghs fascinatie voor leugenachtigheid. Zwagermans roman werd immers teruggebracht tot een hoofdthema, dat strookt met Van Goghs interesse: de prostituée Lizzie Rosenfeld (Amanda Ooms) speelt een spelletje met de door haar geobsedeerde jonge student Nederlands Simon Prins (Ellik Bargaï), speldt hem van alles op de mouw en laat zich nooit kennen. Om filmische redenen, die op zichzelf genomen valide kunnen zijn, werd de tegenstelling tussen de student en de lichtekooi vereenvoudigd en aangescherpt. Van Goghs Simon is geen hoerenloper, die zelf ook een dubbelleven leidt, maar een naïeve voyeur, een volbloed-romanticus, die als hij voor het eerst Lizzies etalage binnenstapt alleen maar naar haar wil kijken.

Ook in zijn geschreven filippica's tegen literaire en journalistieke poseurs en hypocrieten tekent zich Van Gogh romantische geloof in eerlijkheid en goede wil af. Voor een filmdrama levert die strijd te weinig op, dus werd Vals licht ook een eigentijdse thriller, waarin Lizzie zich vijanden van formaat veroorlooft: ze tracht drugdealers en andere penozefiguren te slim af te zijn en gebruikt de goedmoedige Simon als een pion in haar schaakspel. In hoeverre ze werkelijk gecharmeerd is van diens aandacht voor haar, is een op grond van de film moeilijk te beantwoorden vraag. Waar het scenario goed en kwaad streng van elkaar scheidt, zouden regisseur en acteurs ruimte voor dubbelzinnigheid hebben kunnen creëren. Dat lukt uitstekend in bijvoorbeeld de creatie van enkele bijrollen: Thom Hoffman speelt de louche fotograaf Wesley als een sensibel monster, Simons ouders worden door Cas Enklaar en Marijke Veugelers briljant vertolkt als tragische hufters en zelfs Tom Jansen slaagt erin zijn genadeloze drugshandelaar een bedrieglijke zachtmoedigheid mee te geven. Hoewel Van Gogh in zulke scènes met grotendeels uit eigen stal afkomstige acteurs bewijst waar hij toe in staat is, blijven de twee personages waar de film om draait grotendeels in het luchtledige hangen. Bargaï is te jong en te flets, vooral als filmacteur, om de geobsedeerde Simon enige overtuigingskracht te verschaffen. Dat zijn karakter eendimensionaal blijft, ligt niet alleen aan het scenario; wanneer hij citaten uit de Nederlandse literatuur rondstrooit, geloof je geen moment dat hij ze ergens anders dan in het draaiboek gelezen heeft. De grotendeels in Zweden opgegroeide dochter van een Nederlandse vader Amanda Ooms kampt met een ander probleem. Zij beschikt wellicht over de voor Lizzie vereiste hardheid en betovering, maar spreekt zo slecht Nederlands dat de aandacht voortdurend afgeleid wordt door haar worsteling met de dialogen.

In de vormgeving van Vals licht betoont Van Gogh zich een bekwaam, maar geen bijzonder oorspronkelijk regisseur. Cameraman Tom Erisman haalt enkele hoogstandjes uit, bij voorbeeld in een cirkelende beweging rond de met beide hoofdrolspelers gevulde badkuip, maar de excentrieke stijl van Van Goghs andere films heeft plaats gemaakt voor een respectabele dienstbaarheid aan het filmverhaal. Het licht is vals, maar dan vooral omdat het boek nu eenmaal zo heet.

Eigenlijk dreigt Van Gogh met deze, alleszins fatsoenlijke maar nooit hemelbestormende speelfilm in een bekende valkuil te tuimelen. Vals licht balanceert ongemakkelijk op het slappe koord van het Nederlandse-filmcompromis. Links gaapt de afgrond van de concessieloze, hoogst persoonlijke, maar slechts door een handjevol liefhebbers gewaardeerde auteursfilm. Rechts doemt het gat op van de anonieme publieksfilm, die de concurrentie aan moet gaan met het voor de jonge bioscoopbezoeker veel aantrekkelijker internationale topprodukt. De regisseur houdt zich op niet bijzonder elegante wijze staande, ondanks geschamper aan beide zijden. Het applaus van het hooggeëerde publiek zal de beslissing brengen of hij naar beneden valt of niet. Ik vrees het ergste.