Bank van Japan verlaagt het disconto tot 2,5 procent

TOKIO, 4 FEBR. Zoals verwacht heeft de centrale bank van Japan vandaag het disconto met 0,75 punt verlaagd tot 2,5 procent. In een verklaring laat de Bank van Japan weten dat deze renteverlaging, tesamen met de vijf voorgaande verlagingen, “voldoende basis moet verschaffen voor stabiele groei”.

De centrale bank voerde in juli 1991 de eerste verlaging door, nadat zij de rente eerst had verhoogd tot zes procent ten einde de luchtbel-economie van buitensporige speculatie in effecten en onroerend goed tot barsten te brengen. De economische gevolgen van deze hoge rente verrasten Japan compleet. De economie kwam in een recessie terecht, de ernstigste sinds de oliecrisis in 1973.

Deze recessie is niet veroorzaakt door externe omstandigden, maar is van puur Japanse makelij. De microprocessor van Japans supersnelle economische groei, het bankwezen, raakte ontregeld. De banken, die altijd overmatig leningen hebben verstrekt aan de industrie, kwamen door de koersval op de beurs in grote problemen. Volgens officiële cijfers zitten zij opgescheept met 12,3 biljoen yen (bijna 200 miljard gulden) aan "slechte' leningen, leningen waarover al zes maanden geen rente meer is ontvangen. Waarnemers schatten dit bedrag op een veelvoud.

De renteverlaging wordt door analisten alom gezien als een poging van de centrale bank om financiële chaos te voorkomen. De Japanse banken, de grootste ter wereld, zouden vlak voor de sluiting van het boekjaar op 31 maart massaal aandelen willen verkopen - aandelen die nog zijn gekocht voordat de luchtbel-economie begon - om hun resultaten op te vijzelen. Dat zou de beurskoersen in een vrije val doen belanden en de beurs compleet doen inklappen, met als waarschijnlijk gevolg een "run' op de banken. Japan zou wereldwijd zijn beleggingen terugtrekken en daarmee de hele wereldeconomie in een depressie storten.

De verlaging van de rente moet de banken aan meer inkomsten helpen (het verschil tussen de rente die zij ontvangen en die zij uitkeren wordt groter omdat banken de eerste rente met opzet met vertraging verlagen) en beleggingen in effecten aantrekkelijk houden. Vandaag sloot overigens de Nikkei, het koersgemiddelde van de 225 belangrijkste beursfondsen, 0,18 procent lager.

De centrale bank heeft vandaag dan ook tot de verlaging besloten na zware druk uit de industriële wereld en de regerende Liberaal-Democratische Partij. Ondanks het "oppep-pakket' van 10,7 biljoen yen, het grootste aller tijden, dat de regering vorig jaar afkondigde, groeit de Japanse economie niet meer, maar krimpt zij in. Bij elke renteverlaging sinds juli 1991 verkondigde de centrale bank dat economisch herstel aanstaande was. Maar vorige week gaf premier Kiichi Miyazawa in het parlement toe, dat de regering vorig jaar de ernst van de toestand volkomen had onderschat.

De rente is nu weer terug op het niveau van de luchtbel-economie van eind jaren tachtig. Ruim twee jaar, van februari 1987 tot mei 1989, stond het disconto op 2,5 procent en dat bracht de buitensporige speculatie op gang. Geld was vrijwel gratis en bedrijven expandeerden zo snel, dat zij nu kampen met een reusachtige overcapaciteit en excessief hoge afschrijvingskosten. Hoewel massa-ontslagen nog steeds niet plaatshebben, vragen veel waarnemers zich af hoe lang grote Japanse concerns zich nog de luxe kunnen veroorloven van "levenslange' werkgelegenheid voor hun personeel.