Westeuropese veiligheid wordt ernstig bedreigd; Wat in Joegoslavië ontbrak was een stok achter de deur; Slagvaardigheid en directe inzetbaarheid zijn nieuwe slagwoorden

De Engelse minister van buitenlandse zaken Douglas Hurd kreeg er vorige week in Londen veel applaus voor in het Royal Institute of International Affairs. Hij verklaarde zeer stellig dat zijn land geen troepen zou sturen om de strijdende partijen in Joegoslavië tot vrede te dwingen. Wij Britten, zei hij, kunnen niet overal zijn en niet alles doen.

De boodschap was duidelijk en de eerste conclusie kunnen we er al uit trekken: ook als de Veiligheidsraad er alsnog in zal slagen de strijdende partijen in Bosnië-Herzegovina tot een akkoord te brengen, zal er nooit een voldoende militaire macht komen om de vrede daarna af te dwingen. De resultaten van vijf maanden arbeid van Vance en Owen kunnen dus grotendeels naar de prullenbak. Want het is uiteraard een illusie te denken dat het broze bouwwerkje van het confederale Bosnië-Herzegovina met zijn tien provincies overeind te houden is zonder een forse internationale vredesmacht.

Ik wil nog wel een stap verder gaan: de kans dat Vance en Owen Bosnië-Herzegovina als een duurzame staatkundige eenheid bij elkaar hadden kunnen houden, was van meet af aan gering. Daarvoor was er toen zij begonnen al te veel etnisch gezuiverd, hadden de Serviërs al te veel bereikt en was er te veel kwaad geschied.

Het probleem waarop de internationale gemeenschap in het voormalige Joegoslavië stuitte heet, zoals bekend, peace enforcing. Mooie papieren regelingen voor crises bedenken, wil meestal wel lukken. Maar wat in Joegoslavië ontbrak was een stok achter de deur, de bereidheid om zo'n oplossing dwingend op te leggen.

De euforie over het einde van de Koude Oorlog is inmiddels voorbij. Maar de politieke en militaire consequenties van de nieuwe situatie worden nog maar moeizaam getrokken. We krijgen nu ook in de "Tweede wereld' te maken met lokale conflicten waarvoor we geen oplossing hebben. In de Koude Oorlog hadden we een big stick achter de hand die schrik inboezemde. We willen er echter maar moeilijk aan wennen dat we in de huidige omstandigheden een flinke, snel inzetbare, interventiemacht nodig hebben voor het nieuwe type conflicten waarmee we te maken krijgen.

De Koude Oorlog heeft bij ons een merkwaardige uitwerking gehad op het denken van vele burgers en militairen. We hoefden onze ultieme wapens nooit te gebruiken, omdat ze zo schrikaanjagend waren. De verkeerde conclusie die daar soms uit is getrokken, luidt dat vrede en veiligheid vanzelfsprekend zijn. Er zijn soms beroepsmilitairen die zeggen dat ze geen oorlogsrisico's willen lopen en vrouwen van beroepsmilitairen krijgen applaus voor de bewering dat onze politici maar naar Bosnië moeten, maar niet hun eigen echtgenoten.

Maar weinig Westerse politici hebben met een vooruitziende blik gereageerd op de nieuwe situatie na de beëindiging van de Koude Oorlog. Op politiek terrein ontbreekt het nog steeds aan een samenhangend Westers beleid tegenover de ex-communistische wereld. Op militair terrein is er wat meer gebeurd. Het inzicht ontstond dat de veranderde omstandigheden een ander type krijgsmacht noodzakelijk maken. Slagvaardigheid en directe inzetbaarheid van eenheden in crisissituaties zijn de nieuwe slagwoorden. Maar tegelijkertijd zijn de politici volop bezig de winst van de gewonnen Koude Oorlog door inkrimping van het leger te verdelen.

Historische vergelijkingen gaan altijd mank. Maar het is een feit dat de veiligheidssituatie in West-Europa er nu, net als in 1938, slechter voorstaat dan algemeen gedacht wordt. In het voormalige Joegoslavië beschikken wij niet over de politieke wil om de vrede af te dwingen. Maar kunnen wij ook passief blijven als het conflict daar internationale vormen aanneemt? Een explosie van de Albanezen in Kosovo is tot dusverre gelukkig uitgebleven. Maar de kans daarop blijft aanwezig, evenals de inmenging van de Albanezen uit het moederland en Macedonië in zo'n conflict. Een niet-afgestraft Servië zou te zijner tijd trouwens belangstelling voor Macedonië kunnen krijgen. Voor de aanhangers van de Groot-Servische gedachte hoort deze republiek zonder enige twijfel tot hun land. Een nieuwe Balkanoorlog, waarin ook de Bulgaren en Grieken betrokken raken, is dan niet uitgesloten.

Zo zijn er in Midden- en Oost-Europa meer crisisscenario's te bedenken. Wat doen we als de Hongaren in Roemenië in opstand komen, daarin na enige tijd gesteund door de Slowaakse Hongaren? Voor elke Hongaarse regering zal het moeilijk zijn hun volksgenoten aan hun lot over te laten.

Nu kan men tegenwerpen dat hier wel de somberste scenario's worden geschetst en dat het allemaal wel zal meevallen. Maar wie heeft indertijd het Joegoslavische conflict voorzien en wie geloofde dat de Oekraïne en Slowakije zich zouden afscheiden? Het is verstandig rekening te houden met méér crises in Midden- en Oost-Europa. Alle ex-communistische staten zitten in een moeizame overgangsfase waarin van alles fout kan gaan. Dat kan tot situaties leiden die, zo niet de Westeuropese veiligheid, dan toch onze stabiliteit ernstig kunnen ondermijnen. Ook het feit dat grote stromen vluchtelingen tot dusverre zijn uitgebleven, biedt geen zekerheid dat het altijd zo zal blijven. Het beste is gewoon op het ergste voorbereid te zijn.

Bij voorkomende crises in Midden- en Oost-Europa zullen crisisbeheersingsoperaties zowel een humanitair als een militair aspect moeten dragen. Van de regering in Washington kan West-Europa alleen steun verwachten als zij zelf ook bereid is snel en efficiënt in te grijpen. Noodzakelijk daarvoor is een snel inzetbaar Westeuropees interventieleger van een behoorlijke omvang.

Ik laat hier in het midden in hoeverre voor dit type acties alleen beroepslegers geschikt zijn of dat er ook dienstplichtigen kunnen worden ingezet. Onze Westeuropese militairen dienen in ieder geval te beseffen dat in de gewijzigde veiligheidssituatie op ons continent, acties ver buiten de eigen grenzen noodzakelijk kunnen zijn. Duidelijk is voorts dat er ook bij velen van onze politici een flinke mentaliteitsverandering noodzakelijk is. Aangezien zoiets echter nooit snel gaat, moet straks de wal misschien het schip keren.