Wachttijden in thuiszorg korter dan aangenomen

ROTTERDAM, 3 FEBR. In de thuiszorg (kruiswerk en gezinshulp) zijn er aanzienlijk minder en ook kleinere wachtlijsten dan vorig jaar bekend werd gemaakt.

Belangenverenigingen in de thuiszorg meldden toen dat 30 tot 40.000 mensen op hulp wachtten. Onderzoeksresultaten die gisteren werden gepubliceerd tonen dat bij minder dan tien procent van de kruisorganisaties in totaal 46 cliënten op hulp moeten wachten. De wachttijd is minder dan een week.

Het onderzoek naar het voorkomen van wachtlijsten in de thuiszorg werd door het Nederlands instituut voor onderzoek in de eerstelijnsgezondheidszorg (NIVEL) uitgevoerd in opdracht van staatssecretaris Simons (volksgezondheid). Simons besloot daartoe nadat vorig jaar de Landelijke Vereniging voor Thuiszorg de lange wachtlijsten bekend had gemaakt. Volgens de Vereniging zou de thuiszorg vijfhonderd miljoen gulden tekort komen.

Het NIVEL betrok in zijn onderzoek alle 72 kruisorganisaties en 153 van de 156 instellingen voor de gezinsverzorging. Zes kruisorganisaties kennen een wachtlijst. Daarop staan in totaal 17 mensen die gemiddeld drie dagen op wijkveerpleging wachten en 29 mensen die vervolgens binnen vijf dagen aan hulpmiddelen worden geholpen.

Bij de gezinszorg zijn de wachtlijsten aanzienlijk groter. Daar staan in totaal zo'n 12.500 mensen op. Het NIVEL constateert dat bij instellingen met veel ziekteverzuim en veel vacatures de wachtlijsten relatief groot zijn.

In het afgelopen jaar is de druk op de thuiszorg wel toegenomen, zo signaleert het NIVEL. De gemiddelde verblijfsduur op de wachtlijsten in de gezinszorg nam met zeven dagen toe, voor gezinshulp tot gemiddeld 45 dagen en voor de alpha-hulp tot negentig dagen. Het aantal mensen op de wachtlijst voor de traditionele gezinshulp steeg echter niet, dat bleef ongeveer 7.500. De lijst voor de alpha-hulp groeide wel: van 3.570 tot 4.940 wachtenden.