't Is allemaal verklaarbaar

Het heeft allemaal zijn verontschuldigingen, het moet allemaal "vanuit een andere context' worden begrepen, maar als we de moeite nemen het panoroma te overzien kunnen we tot maar één conclusie komen: het is gericht tegen de joden. Zij zijn de enigen die voortdurend worden genoemd. Soms is het een schrijver, dan weer zijn het aanhangers van een voetbalclub, van tijd tot tijd worden grafzerken aangevallen, nu bij nacht een monument met houwelen bewerkt. Maar het gaat om joden, als individu, als groep, om de joodse geschiedenis, de joodse monumenten.

De columnist en filmmaker Theo van Gogh heeft een conflict met de schrijver Leon de Winter. Van Gogh heeft daarbij een stijlmiddel, een genre gebruikt dat in de jaren zestig in de Verenigde Staten opgang maakte: de sick joke. Cabaretiers als Lenny Bruce, Mort Sahl en Shelly Berman hebben zich er met succes van bediend bij hun aanvallen op de schijnheiligheid en ostentatieve vroomheid die veel onrecht bedekte. Berman's The National Brotherhood Week is in het genre een meesterwerk. Van Gogh heeft met soortgelijke middelen geprobeerd de hypocriete uitbuiting van het jodendom aan de kaak te stellen, de "vier mei industrie' zoals hij het heeft genoemd. Processen volgden. Van Gogh is vrijgesproken.

Het gaat me niet om de vraag of dit een juiste uitspraak was en evenmin om het onbetwijfelbare automatisme van vroomheid dat in herdenkingen niet te vermijden valt. De zaak is dat De Winter in deze krant een pagina tot zijn verdediging heeft geschreven waaruit het ongelijk van Van Gogh blijkt. Een joodse schrijver of welke schrijver dan ook die de jodenvervolging tot zijn onderwerp kiest, hoeft daarvoor geen verklaring te geven en zich er zeker niet voor te verontschuldigen, evenmin als voor de keuze van welk onderwerp dan ook. Dat een schrijver over zijn persoonlijk verleden schrijft, zijn geschiedenis, ook in ruimere zin, ligt voor de hand. “Ik schrijf over joodse personages die zich hier en nu afvragen wat het betekent jood te zijn, en als ik het noodzakelijk vind breng ik feitelijk en zakelijk de shoah ter sprake. “In totaal misschien twee of drie pagina's per roman van honderden pagina's (ik ben van gekkigheid zelfs gaan tellen)”, schrijft De Winter. Uit dit tellen blijkt het ongelijk van Van Gogh. Dit tellen is een reden tot schaamte, en niet voor De Winter. Een schrijver hoort niet onder dwang van zulke vreemdsoortige argumenten te worden gedwongen zijn onderwerp in pagina's te inventariseren. Wellicht om op het gebied van de sick joke ook een duit in het zakje te doen heeft Propria Cures zijn inmiddels vaak gewraakte fotomontage verzonnen.

Terwijl deze zaak in de kolommen van verscheidene dag- en weekbladen voortwoedde, trokken regelmatig voetbalsupporters op naar vijandige stadions. Ze schreeuwden dat ze "op jodenjacht' gingen, scandeerden "Auschwitz', namen verwante smeerlapperij voor hun rekening en zagen aldus feestvierend kans nog een aantal treinstellen te verwoesten. Een buitenstaander, een leek op voetbalgebied zou tot de conclusie kunnen komen dat hier het nieuwe straatfascisme aan de slag was. Een vergissing. We hebben te doen met "verbaal vandalisme', de jongelui weten niet wat ze zeggen, er zijn studiecommissies gevormd en als er een paar treinen worden verwoest, dan is dat een te ingewikkelde gebeurtenis om er een arrestatie op te laten volgen. Een verontwaardigd jengelende voetbalmeneer die zijn kas tekort zag komen als vandaag de "risicowedstrijd' Nederland-Turkije 's middags in Rotterdam zou worden gespeeld, heeft het Utrechtse gemeentebestuur zo gek gekregen dat het festijn in stadion Nieuw Galgewaard mag worden gehouden.

Als er op een joodse begraafplaats van tijd tot tijd een paar zerken worden besmeurd of kapotgeslagen kijkt men daar allang niet meer van op. Waarschijnlijk "gestoorden'. Maandagnacht hebben "onbekenden' hun houweel in het Auschwitzmonument in het Wertheim Plantsoen gezet. Gewone jodenhaters of misschien toch weer "gestoorden', jongeren die "niet beseften wat ze deden omdat ze zich niet bewust zijn van het verleden' en die daarom therapeutisch moeten worden benaderd?

Het komt van alle kanten. Deze heeft eigenlijk heel andere bedoelingen, gene hoort ongetwijfeld in een gesticht en die anderen zijn op de keper beschouwd gewone verbale voetbalvandalen. Met elkaar veroorzaken ze een keten van "incidenten' die stuk voor stuk door joden worden opgevat als beledigingen, en die bij elkaar een gevoel van diepe onveiligheid veroorzaken, angst en wantrouwen tegen een maatschappij die niet meer kan zorgen voor de veiligheid waarop alle burgers recht hebben. Alles afzonderlijk is "verklaarbaar' maar het geheel is meer dan de som der delen. Het geheel heeft maar één groep van slachtoffers: de Nederlandse joden. Het gaat niet meer om de motieven van de enkelen maar om degenen die collectief door de daden worden geraakt. De Nederlandse joden worden anders geraakt omdat ze al eens eerder als collectief zijn geraakt. De onophoudelijke reeks van "incidenten' wekt de indruk dat het weer mag. Zeker, het mag natuurlijk niet, maar het gebeurt wèl en het wekt niet meer dan een halfhartige tegenstand gewatteerd met "verklaringen' en daaruit besluiten degenen die het willen dat het weer mag.

Natuurlijk hebben we niet te maken met een collectief georganiseerde actie, maar we staan voor een collectief resultaat; daar gaat het om. Men kan wel weer optochten houden, bloemen leggen, doorvoetballen onder therapeutisch toezicht, een handtekening op een lijst zetten. Dat maakt openlijke en verkapte jodenhaters aan het lachen. De veiligheid van de Nederlandse joden wordt er niet door bevorderd. De veiligheid voor alle Nederlanders is vastgelegd in de wet. Die geldt voor sommige Nederlanders meer of minder dan voor andere zoals we de laatste tijd steeds vaker vaststellen.