Strijd Krajina wordt geen algemene oorlog; "Maar drie granaten gisteren, het is niet zo erg als in 1991'

ZADAR, 3 FEBR. Twaalf dagen vechten tussen Kroatische en Servische eenheden lijken nabij de Kroatische havenstad Zadar de loop van het front niet noemenswaardig te hebben veranderd. In een noordelijke buitenwijk van Zadar lijkt het gedruis van inslaande en uitgaande granaten, en het roffelen van de machinegeweren nog steeds te komen van de plaatsen waar vrijdag een week geleden het Kroatische offensief begon: de Maslenica-baai in het noorden en het vliegveld Zemunik oostelijk van de stad.

Dat is ook de talk of the town in het centrum van Zadar, een ommuurde burcht op een schiereiland, waar de bevolking al twaalf dagen in een "algemene alarmfase' leeft, waarmee bedoeld wordt dat er elk moment verdwaalde Servische granaten kunnen neerkomen. Maar het valt mee, meent een ober in een koffiehuis: “Het waren er maar drie gisteren. Het is niet zo erg als in 1991.”

Grootscheepse bombardementen op burgerdoelen van Servische zijde worden zeldzamer. Kennelijk moeten de Serviërs zuiniger zijn met munitie, menen Westerse militaire experts. De vuurkracht van de Kroaten is ondanks het wapenembargo aanzienlijk toegenomen in vergelijking met 1991.

Aan het front is men bepaald niet zuinig met munitie, blijkt uit de ook in de binnenstad van Zadar hoorbare doffe dreunen uit de vlakte. De strijd is zojuist hervat, na een gevechtspauze van ongeveer twaalf uur in de nacht van maandag op dinsdag. De ober meent te weten dat in het noorden wordt gevochten om het stadje Novigrad, dat een week geleden nog trots door de Kroatische veroveraars aan journalisten getoond werd.

Volgens de Servische autoriteiten in Knin, wier radiostation hier aan de Kroatische kust vele luisteraars kent - de propaganda-uitzendingen gelden als een welkome aanvulling op de notoir onbetrouwbare propaganda van radio-Zagreb - bereiden de Kroatische troepen een voortzetting van hun offensief naar de steden Obrovac, Benkovac en Knin voor. De Kroatische president, Franjo Tudjman, had het afgelopen weekeinde op een dergelijke mogelijkheid gezinspeeld.

De werkelijkheid is moeilijk te achterhalen, nu de meeste militairen van de VN-vredesmacht UNPROFOR uit veiligheidsoverwegingen uit deze streken zijn weggehaald. Onze oppervlakkige waarnemingen in en rondom Zadar lijken echter meer een bevestiging van de Kroatische versie van de huidige gevechten: dat het Kroatische leger bezig is zich te verweren tegen een Servische poging tot herovering van het bij het Kroatische offensief verloren terrein.

“Wij hebben geen verdere intenties”, verzekerde maandag op de Kroatische televisie de bejaarde generaal Janko Bobetko, een oude partizanenleider, nu door Tudjman (eveneens trouwens een oude communist) geroepen tot het hoge ambt van chef-staf. Het voortslepen van de gevechten bij Zadar lijkt aan zijn aanvankelijke glorie wat afbreuk te doen: van de aangekondigde terugkeer van debevolking naar de op de Servische eenheden veroverde dorpen lijkt onder het huidige wapengeweld geen sprake te kunnen zijn, en al helemaal niet van herstel van de brug van Maslenica - om over de terugkeer van de buitenlandse toeristen naar Kroatië komende zomer nog maar te zwijgen.

Aan de andere Kroatisch-Servische fronten in Kroatië is het nog niet tot een algemene hervatting van vijandelijkheden gekomen. Een algehele oorlog is het niet - ook al omdat het Joegoslavische leger, anders dan in 1991, zich ondanks dreigende taal uit Belgrado buiten de strijd lijkt te willen houden. Op de achtergrond speelt, minder hoorbaar, de vraag of en hoe het mandaat van de UNPROFOR-troepen in Kroatië, die hier bijna een jaar lang het eerste succesvolle staakt-het-vuren uit de Joegoslavische burgeroorlog hebben gecontroleerd, eind deze maand verlengd zal worden. Kroatië, dat aanvankelijk had laten weten dat de UNPROFOR maar moest vertrekken, heeft gisteren voor het eerst duidelijk laten weten toch weer aan verlenging te denken.

President Tudjman stelde, in een brief aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Boutros Boutros-Ghali, wel een aantal voorwaarden, die neerkomen op een hernieuwd engagement van de VN de Kroatische "soevereiniteit' over de Servische gebieden te herstellen en de Serviërs daar te ontwapenen. De Joegoslavische regering in Belgrado had al eerder laten weten voor een verlenging van het mandaat te zijn, omdat de aanwezigheid van VN-troepen de enige waarborg tegen "biologische vernietiging' van de Serviërs in Kroatië zou zijn.

De Serviërs in Kroatië, die zich verenigd hebben in de "Servische republiek Krajina', wordt niet gevraagd wat zij ervan vinden. Zij waren ook geen partij in de oorspronkelijke overeenkomst van een jaar geleden, die onder auspiciën van de Europese Gemeenschap in essentie tussen de presidenten van Kroatië en Servië bekokstoofd werd. Die Serviërs bestaan echter wel, blijkens de doffe dreunen en kleine rookpluimpjes in dit onherbergzame landschap, zo rotsig en onvruchtbaar dat je er bijna alleen maar geiten kunt houden. Bijna de gehele Servische Krajina bestaat uit dit landschap, waarbij vergeleken de Franse Auvergne een vruchtbaar Arcadië lijkt. “En daar maken ze elkaar voor dood”, merkt een Kroaat uit de stad Split op. “Wat een ellende.”