Neil Young?

In de jeugdsoos was het altijd raak. Zodra ik een plaat van Neil Young tussen de heavy metal probeerde te smokkelen, steeg een grommend protest op uit vele met bier doorsmeerde tienerkelen. “Zet die huilebalk af!” was het gekwelde commentaar, als Youngs melancholieke kopstem uit de speakers waaide. Ze pikten hem er onmiddellijk uit.

Mijn ouders ook. Bonkende bezemstelen tegen het plafond vormden onveranderlijk hun begeleiding van klassiekers als "Down by the River' en "Cowgirl in the Sand'. “Alsjeblieft, bonk dan op z'n minst in het ritme”, smeekte ik - tevergeefs.

“Bob Dylan gaat wel, die zingt nog als een kerel”, vertrouwde een buurtvader me ooit toe op een verjaardagsfeestje, “maar die Young, ik weet niet, het is denk ik een ernstige ziekte.” Ook hij hoorde het al op kilometers afstand als in zijn buurt een hippe scholier zijn Weltschmerz probeerde te stileren met de Young-platen "After the Goldrush', "Harvest' of "Tonight's the Night'.

Kennelijk zijn de tijden veranderd. Binnenkort moet een heus laboratorium zich buigen over de vraag of het Young is die zingt op de omstreden cd "The Lost Tapes'. De plaat zou oude, pas ontdekte opnamen bevatten, en het bedrijfje dat hem op de markt heeft gebracht bezweert dat het Young is die deze opgewekte folkdeuntjes ten gehore brengt. Young zelf zegt van niet - en de liefhebber hoort dat ook. De stem is veel te zuiver en geschoold, heeft niets van Youngs geforceerde klaagstem. De snaarklanken vloeien als honingdraden uit de speakers, totaal anders dan de hoekige aanslag waarop Young het patent heeft. De gelikte composities staan haaks op Youngs zwaarmoedige werk, dat nooit van het ene naar het andere oor suist zonder aanzienlijke emotionele schade aan te richten.

Maar de rechter had geen oren. De wetenschap moet het zeggen, bepaalde hij vorige week in het kort geding dat Youngs platenmaatschappij tegen het cd-bedrijfje had aangespannen. Een "blinde' test met computers en andere apparatuur om keel-, neus- en mond-klank te analyseren. Zekerheid hebben we nu dus als de apparatuur dreigend begint te grommen en de wijzertjes panisch uitslaan: “Nee, zet af! Niet die huilebalk!”

Dan is hij het.