Kamer: industriebeleid ondergeschoven kindje

DEN HAAG, 3 FEBR. Het zit minister Andriessen niet mee, verzucht het Tweede Kamerlid. “De panelen van de vergaderzaal - één van de technologische hoogstandjes van ons nieuwe gebouw - zijn kapot juist op het moment dat technolgie hèt onderwerp van gesprek is.” Het Kamerlid gaat naar het euthanasiedebat (“Gaat DAF dood?”, informeert hij nog) terwijl Andriessen vertrouwelijk de Kamercommissie van economische zaken op de hoogte brengt van de perikelen rondom de Eindhovense vrachtwagenfabrikant.

Wanneer een minister de Kamer "met gesloten deuren' informeert, worden de panelen van de vergaderzaal gesloten. Gistermiddag bleven ze open en daardoor leek het overleg op een stomme film. Een tragedie met sombere Kamerleden die aan de lippen hingen van de "verteller' Andriessen.

Voordat het overleg begon, had Andriessen de Kamer in een - openbare - brief op de hoogte gebracht van de surséance van betaling door DAF; in een eerste reactie lieten de woordvoerders van de regeringsfracties Van Iersel (CDA) en Vos (PvdA) weten dat de bewindvoerders de ontstane impasse zouden kunnen doorbreken.

Door op het allerlaatste moment een tijdrovend onderzoek te eisen, gooiden de Britse banken roet in het reddingsplan voor DAF. Afgelopen donderdag meldde Andriessen nog dat er overeenstemming tussen de partijen was. De Kamer eiste uitleg.

Ik hou niet van het "zwarte-pieten-spel', liet Andriessen de Kamerleden weten. En ik wil niemand de schuld geven van het mislukte reddingsplan van DAF. “Zelfs de banken niet.” De minister van economische zaken schetste de parlementariërs het toekomtsperspectief van DAF: terug naar de core-business. De rendabele onderdelen van DAF - de truckactiviteiten - moeten volgens Andriessen blijven behouden en “alle franje” kan worden weggesneden. “Want ik heb geweldig veel vertrouwen in de toekomst van DAF, maar wel in een nieuwe afgeslankte vorm.” De term "sterfhuis' wil Andriessen niet hanteren, wel het eufemisme "doorzakconstructie'.

De grote klappen zullen waarschijnlijk in Groot-Brittannië vallen bij Leyland DAF; de truck- en bestelwagenproducent die in 1987 met veel fanfare van de Britse staat wordt overgenomen. Eindhoven ontspringt de dans. “En terecht”, meent het Kamerlid Van Gelder (PvdA) “want hoe kun je werknemers in Eindhoven uitleggen dat hun bedrijf dicht moet, terwijl ze een winstgevend produkt maken. De ellende ligt in Engeland.”

De Tweede Kamer steunde - met een paar procedurele kanttekeningen geplaatst door de oppositie - het optreden van Andriessen. 's Ochtends toen bekend werd dat DAF surséance van betaling had aangevraagd, hielden de Tweede Kamerfracties hun wekelijkse fractievergadering. Het binnendruppelende nieuws leidde niet tot commotie. En marge is er over gesproken in de fracties. “Sociale zekerheid, WAO, en inkomensplaatjes maken de tongen los”, zegt een PvdA'er. “Het industriebeleid blijft een ondergeschoven kindje.”

Van Iersel: “Het industriebeleid scheidt de geesten in de ministerraad en de fracties niet”. Maar hij erkent dat Nederland geen echt industriebeleid kent. Een opvatting die gedeeld wordt door bijna alle 150 Kamerleden.

Het ontbreekt aan financiële middelen om een industriebeleid te voeren dat zich kan meten met Frankrijk en Duitsland. Onder de politieke leiding van Andriessen transformeert Economische Zaken zich in de richting van het ministerie voor de markteconomie. Het scheppen van een gunstig industrieel klimaat is het EZ-credo.

“De overheid moet niet tegen de industrie zeggen: dit moet je wel doen en dat niet”, meent EZ-topambtenaar Van der Harst belast met het industriebeleid. “Niemand weet beter dan het bedrijfsleven zelf welke sectoren de toekomst hebben.”

Sinds het Rijn-Schelde-Verolme debâcle begin jaren tachtig - waarbij 8000 van de 13.000 arbeidsplaatsen verloren ging ondanks de 2,25 miljard gulden staatssteun - is steunbeleid taboe. Andriessen: “Ik ga niet met de geldbuidel rammelen.”. Maar door "Fokker' staat het industriebeleid weer op de Haagse agenda. “We hebben de zaak opengebroken”, vindt Fokker-topman Nederkoorn. Het reveil culmineerde twee weken geleden in het Industriefonds (zelf spreekt Andriessen liever van een "faciliteit'). Het instrument is bestemd voor middelgrote en grote bedrijven die de kern vormen van een cluster van hoogwaardige activiteiten op het gebied van technologie, werkgelegenheid, kennisinfrastructuur en toeleveranciers. Economische Zaken, de banken, en de verzekeringsmaatschappijen stellen ieder 200 miljoen gulden beschikbaar. De beheerder en uitvoerder van het fonds, de Nationale Investeringsbank, legt voor iedere ingelegde gulden zelf een dubbeltje bij (de overheidsbijdrage komt uit een eenmalige aardgasbaten van DSM-dochter Energie Beheer Nederland). “Industriebeleid in Nederland is een kwestie van centen”, schertste het Kamerlid Tommel (D66) gisteren. Een collega van hem somt de toekomstige problemen van Andriessen: Hoogovens, Philips, DSM. “Het fonds is al leeg voordat het actief is.”

Voor steun aan DAF had Andriessen een bedrag van ongeveer 200 miljoen gulden op zijn begroting bijeen gesprokkeld. Saillant is dat dit geld "ontstaat' omdat het bedrijfsleven relatief weinig in speur- en ontwikkelingswerk investeert. EZ stimuleert deze activiteiten, dus houdt Andriessen nu geld over. In de ministerraad van 22 januari heeft de minister van economische zaken zijn collega's in het kabinet op de hoogte gebracht van de perikelen rondom DAF en via welke methode hij het bedrijf wil steunen. Van zijn collega's kreeg Andriessen - nagenoeg zonder discussie - het groene licht voor de reddingsoperatie.

Een industriebeleid vergt “Ausdauer”: enorme investeringen die pas na jaren rendement opleveren, analyseert het oud-Kamerlid Van der Hek vanmorgen desgevraagd (PvdA; en nu directeur Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij). “Dat is niets voor ons. Wij zijn kooplui. Wij willen altijd snel geld zien. En dat geldt voor iedereen: ondernemers, werknemers, bankiers, vakbonden en politici. (...) DAF leidt niet tot verhitte debatten in het parlement en de ministerraad.” En ook buiten de parlementsgebouwen lieten DAF-demonstranten het gisteren afweten. In de vrieskou was er alleen een "Gebeds- en stiltecentrum tegen euthanasie'.