Geldproblemen kleuren gesprekken over Fokker

ROTTERDAM, 3 FEBR. Op het ministerie van economische zaken in Den Haag, waar al maanden wordt onderhandeld over de overname van de vliegtuigfabriek Fokker door het Duitse luchtvaartconcern Dasa, neemt de spanning snel toe. EZ moet, namens grootaandeelhouder de Staat, de onderhandelingen met Dasa snel tot een goed einde brengen. Het Fokker-bestuur meent niets meer aan de onderhandelingen te kunnen toevoegen en moet nu toezien hoe minister Andriessen en topman Jürgen Schrempp van Dasa over de toekomst van Fokker beslissen. PvdA-parlementariër Henk Vos, voorzitter van de Tweede Kamer-commissie voor economische zaken, voerde gisteren de druk verder op door Dasa nog 10 dagen te gunnen om de deal af te ronden.

Voor betrokkenen is het in deze enerverende dagen dan ook verleidelijk om elke ontwikkeling in de slepende overname-kwestie uit te leggen als een onderdeel van de onderhandelingsstrategie. Zo lekte gisteren uit dat Fokker met de Nationale Investerings Bank (NIB) praat over kredieten, onder meer als een vangnet voor het geval de Duitsers alsnog afhaken. In politiek Den Haag viel her en der onmiddellijk te horen, dat Fokker hiermee een poging deed om Andriessen en Schrempp tot haast te manen.

In werkelijkheid heeft Fokker juist bijzonder weinig belang om de gesprekken met de NIB aan de grote klok te hangen. De raad van bestuur van de vliegtuigfabrikant heeft zich gedurende de onderhandelingen sterk gemaakt voor een zo vlot mogelijke aansluiting bij Dasa, de vliegtuigdochter van het reusachtige Daimler Benz-concern. Daarbij heeft de Fokker-directie er meermalen op gewezen dat Fokker niet alleen verder kan en voor zijn overleving is aangewezen op Dasa.

Ook bij de recente strubbelingen ziet Fokker niets liever dan dat Andriessen de eis van Dasa - dat ook de Nederlandse staat een bijdrage (200 miljoen gulden) levert aan het versterken van de vermogenspositie van Fokker - zo spoedig mogelijk inwilligt. Zo'n vermogensinjectie is alleen maar goed voor Fokker, heet het. Openlijk zinspelen op een eventueel zelfstandig bestaan vermindert juist de druk op Andriessen. De kans dat Andriessen na de akkoorden in juli en oktober vorig jaar voor de derde keer door de knieën gaat wordt alleen maar minder als er alternatieven zijn.

De motieven van Fokker voor gesprekken met de NIB zijn dan ook heel wat banaler dan hogere onderhandelingstactiek: een reële kans op het mislukken van de overname en een gebrek aan geld in de kas. In de fracties van de PvdA en het CDA wordt serieus rekening gehouden met de mogelijkheid dat de deal een dezer dagen afketst. Dat betekent in dat geval dat Fokker zelf geld op tafel moet leggen, terwijl de financiële positie moeilijk is.

De malaise in de internationale luchtvaart maakt dat verschillende Fokker 100-toestellen met witte staarten staan geparkeerd op het vliegveld Woensdrecht. Die toestellen leveren geen geld op, kosten alleen maar geld aan rente en dreigen de komende jaren slechts in getal toe te nemen.

In plaats van het op grote schaal verminderen van de produktie-capaciteit, heeft Fokker er voor gekozen om F100-toestellen te produceren "op voorraad'. Elk toestel gaat direct van de produktielijn naar Woensdrecht om te wachten op betere tijden. Als de conjunctuur weer aantrekt en luchtvaartmaatschappijen weer geld hebben om de toestellen te kopen, hoopt Fokker die voorraad op de markt te kunnen brengen.

Het bouwen op voorraad is buitengewoon riskant, zo leert bijvoorbeeld de geschiedenis van de Nederlandse scheepsbouw die in de jaren zeventig volstrekt onverkoopbare tankers produceerde. Om die reden wil Fokker de "voorraad-produktie' min of meer uit het bedrijf lichten en onderbrengen in een aparte juridische eenheid. Wat overblijft is de technologische en marketing-kennis van de al ontwikkelde maar nog niet gelanceerde F70 en de nagenoeg voltooide F130, die een aantrekkelijk onderpand kunnen vormen voor commerciële banken.

Voor de voorraadproduktie van de F100 is 800 miljoen tot 1 miljard gulden nodig, een bedrag dat Dasa na de overname moet ophoesten. Als de overname afketst moet Fokker zelf een geldbron vinden. Vandaar de gesprekken met de NIB, die voor 50,6 procent een overheidsbank is. Zelfs als de overname wel doorgaat, is de kans groot dat Dasa voor Fokker gebruik zal willen maken van Nederlandse kredieten.

Het betekent niet per se dat de NIB voor het volle pond hoeft op te draaien, als Fokker alleen verder moet. Fokker heeft in theorie nog steeds de mogelijkheid voor de uitgifte van aandelen. In december 1991 had Fokker met de Zwitserse bank Union Bank of Switserland een akkoord voor een emissie ter waarde van 500 miljoen gulden. Die werd begin 1992 afgeblazen, toen de onderhandelingen met Dasa begonnen.

Als een emissie nu zou slagen, hoeft de NIB "slechts' een bedrag van 300 tot 500 miljoen op tafel te leggen - zo de bank dit zou willen. De vraag is alleen of de banken in de rij zullen staan voor een emissie; nu zijn de omstandigheden minder gunstig zijn dan ruim een jaar geleden. Het beursklimaat is een stuk guurder dan destijds, terwijl de financiële positie van Fokker er sindsdien ook niet op vooruit is gegaan. Voor Fokker een reden te meer om het afblazen van de emissie destijds te betreuren, daar een geldzak van 500 miljoen ook al tjdens de onderhandelingen de positie van Fokker sterker zou hebben gemaakt.