EG somber over economie in 1993

ROTTERDAM, 3 FEBR. De economische groei in de Europese Gemeenschap zal dit jaar slechts 0,8 procent bedragen. Dit heeft de Europese Commissie vanmorgen meegedeeld, naar aanleiding van de publicatie van de jaarlijkse economische verkenning van de EG. In 1992 bedroeg de gemiddelde economische groei van de EG-landen nog 1,1 procent. Pas in 1994 is volgens de Commissie een licht herstel te verwachten.

Het rapport geeft een somber beeld van de economische omstandigheden in de Europese Gemeenschap in 1993. De gemiddelde inflatie komt volgens het rapport in 1992 nauwelijks naar beneden, maar blijft steken op een gemiddelde van 4,5 procent. Vorig jaar bedroeg het tempo van de geldontwaarding 4,6 procent. In de vooruitblik voor het lopende jaar verwacht Brussel bovendien een forse stijging van de werkloosheid in de EG, van een gemiddelde van 10,1 procent vorig jaar tot 11,4 procent in 1993.

In het jaarlijkse rapport wordt de oorzaak voor de groeivertaging in Europa en de stijgende werklossheid gezocht in de neergaande conjunctuur en het monetaire beleid van Duitsland. Ook de voortdurende onrust in het Europese Monetaire Stelsel heeft een nadelige invloed op de economische vooruitzichten van de EG.

De Duitse economie zal volgens het rapport van de Europese Commissie dit jaar in het geheel geen groei doormaken. Maar er zal volgens de Europese Commissie wel sprake zijn van een expansie van de Duitse economie van circa 1,5 procent in 1994. Lichtpuntje in het rapport is dat de Europese Commissie een daling van de Duitse korte-termijnrente in het lopende jaar voorziet, tot 7,5 procent Vorig jaar was dat gemiddeld 9,5 procent. In 1994 wordt een korte rente van 5,8 procent verwacht. Volgens de Commissie stijgt de Duitse staatsschuld in 1993 evenwel naar 48,5 procent van het bruto binnenlands produkt. Vorig jaar was dat nog geen 46 procent.