Controverse in EG over import uit derde landen

BRUSSEL, 3 FEBR. De EG-ministers van handel zijn het nog steeds niets eens over een gemeenschappelijk beleid voor de import van produkten uit derde landen. De Europese Commissie dreigt nu met juridische stappen tegen Duitsland, Nederland en Groot-Brittannië omdat die landen op eigen houtje de invoer geheel of gedeeltelijk hebben geliberaliseerd.

Dat bleek gisteren na afloop van een bijeenkomst van de handelsministers in Brussel. Een eenduidig importbeleid aan de buitengrenzen van de gemeenschap is nodig omdat met ingang van 1 januari de binnengrenzen zijn weggevallen voor het handelsverkeer. Om die reden moeten alle bilaterale handelsrestricties die de twaalf lidstaten van de EG individueel hadden afgesproken met derde landen, vooral staatshandelslanden, worden omgezet in gemeenschappelijke afspraken.

Zo heeft Brussel vorig jaar met Japan een overeenkomst gesloten over vrijwllige beperking van de invoer van auto's. En vlak voor de jaarwisseling slaagden de EG-ministers van landbouw er in om overeenstemming te bereiken over een gemeenschappelijk invoerbeleid ten aanzien van bananen. Maar dergelijke communautaire handelsafspraken ontbreken bijvoorbeeld nog steeds op het gebied van staal, cement en sokken.

De voortgang van de onderhandelingen wordt bemoeilijkt doordat dit onderwerp is gekoppeld aan een voorstel van de Europese Commissie om haar meer bevoegdheden te geven om op te treden als er volgens haar sprake is van handelsverstoring en dumping. Duitsland, Nederland en Groot-Brittannië verzetten zich daar tegen. Ze willen voorkomen dat Brussel te snel naar het wapen van importbeperking grijpt. Met name de zuidelijke lidstaten willen hun nationale invoerbescherming daarentegen alleen maar opgeven als ze er zeker van zijn dat er op communautair niveau voldoende bescherming wordt geboden.

Staatssecretaris Van Rooy toonde zich gisteren niet erg onder de indruk van het dreigement van de Commissie om maatregelen te nemen. Ze vindt het de omgekeerde wereld als Nederland zou worden bestraft, terwijl er op gemeenschappelijk niveau geen overeenstemming is bereikt over het invoerbeleid.