Clinton ervaart macht van de megafoon van vox populi; VS in de greep van "talkshows'

Miljoenen Amerikanen zijn verslingerd aan de ontelbare praatprogramma's op radio en televisie. De invloed van de "talkshows' is groot, zoals ook politici steeds meer beseffen.

WASHINGTON, 3 FEBR. Sinds vorige week zijn massa's Amerikanen minder bereikbaar omdat ze hun geliefde draadloze telefoon van de hand hebben gedaan. Ook de aandelen in de telefoonindustrie zijn gekelderd. Oorzaak: een gast bij een televisietalkshow van Larry King beweerde vorige week dat zijn vrouw was gestorven aan een kankergezwel in de hersenen, juist op de plek waar ze de hoorn van haar apparaat altijd hield. Na deze openbaring zong het al gauw verder rond van luidspreker tot microfoon tot luidspreker. En iedereen had een mening.

Ook president Clintons koers zakte de afgelopen anderhalve week door de nerveuze reacties in de ether. Twee keer lagen de telefooncentrales van het Witte Huis plat, eerst over de illegale kinderoppassen van zijn kandidaat-minister van justitie, later over homoseksuelen in de krijgsmacht. Deze twee kwesties waren uitgebreid behandeld in radiotalkshows, de megafoon voor de stem des volks. “Er moet een debat zijn, het moet in de openbaarheid komen”, zo verdedigde Clinton gisteren de ophef over zijn eerste beleidsdaden. Maar hij voegde daaraan toe dat hij er nog niet op was ingericht: “De telefooncentrale in het Witte Huis stamt uit 1963. Geen wonder dat die was geblokkeerd.”

Bij de verkiezingen van afgelopen jaar nam de politieke betekenis van talkshows een hoge vlucht. Ze opereren steeds meer op nationale schaal. Bill Clinton en de onafhankelijke kandidaat Ross Perot hebben er politiek van geprofiteerd. Clinton verscheen zelfs op de rockzender MTV, praatte in radiotalkshows en speelde saxofoon bij de zwarte televisieprater Arsenio Hall. Ross Perot werd gelanceerd door Larry King en hield vergaderingen op een "elektronisch dorpsplein'. President Bush zag te laat het belang ervan in. Inmiddels is de teledemocratie een vast onderdeel van de politiek geworden. Nu Clinton president is, heeft hij het zwaar te verduren.

Pag.5: Medium voor de grillige stem des volks

Even was hij vergeten dat de illegale kinderoppas en homoseksuele soldaten even dankbare talkshowonderwerpen zijn als zijn vroegere slippertjes en dienstplichtontduiking tijdens de campagne. Veel kiezers hebben hun achterdocht jegens de politiek nog niet verloren en laten dat blijken in commentaren, die ze anoniem kunnen leveren. In de kantoren van het Congres staat de radio steeds vaker aan.

“U bent in de ether, Lubbock, Texas”, zegt de talkshow-prater tegen de opbeller.

“Ik ben een kapitein van de mariniers en ik vind dat die Clinton helemaal geen respect heeft voor militairen. Hij salueerde niet maar krabde zijn buik, toen hij een saluerende marinier passeerde”, klinkt het uit de diepte.

En zo gaat het door, uur in, uur uit. De huilende huisvrouw uit Arkansas, de boze homo uit Boone, de sentimentele sergeant uit Milwaukee of de zieke vutter uit Texas. Zelfs de inbreker in het Watergateschandaal Gordon Liddy heeft zijn eigen radiopraatprogramma.

De populairste radiotalkshow wordt geleid door een rechtse vertolker van de vox populi, Rush Limbaugh. Zijn tirades doen sterk denken aan die van de voormalige Telegraaf-columnist Leo Derksen. Dagelijks zitten over het hele land 15 miljoen luisteraars gekluisterd aan zijn Excellence in Broadcasting Network. Met zijn felle aanvallen à la Archie Bunker, de reactionaire arbeider uit de televisie-soap-opera All in the Family, blijkt hij een gat in de markt te hebben aangeboord. Sinds hij in 1988 begon hebben zijn uitzendingen zich als een heidebrand verspreid over radiostations in heel Amerika.

Zeker onder de gematigd progressieve president Clinton is er veel behoefte aan tegenwicht. Sinds kort verschijnt Limbaugh om half twee 's nachts op de televisie en zelfs op dat tijdstip groeien de aantallen kijkers. Zijn boek "The Way Things Ought to Be' staat al bijna een half jaar bovenaan op de bestsellerslijsten. Er zijn twee miljoen exemplaren van verkocht. “De kopers zijn vooral blanke mannen”, verzekert een boekverkoper.

Limbaugh, een dikke, licht kalende man met een babyface, is trots op zijn eigen woordgebruik, waarmee hij zich afzet tegen de strakke regels van het heersende linkse "politiek correcte' klimaat, al doet hij dat zonder veel humor. "Feminazi's' staat voor feministen, "uglo-American' zijn al die lelijke mensen die hij bij de supermarkt ziet, "commie-libs' sterven uit als ze niet veranderen in "milieu-idioten'.

Een andere spreekbuis voor de belegerde blanke man is Howard Stearn, die er uitziet als een popzanger met zonnebril en lang donker golvend haar. Zijn radiostations zijn al beboet wegens schunnig, puberaal woordgebruik. Hij heeft ook een programma op de televisie, waar hij gretig optredende vrouwen vernedert. Zo organiseert hij een quiz over wie van de drie aanwezige vrouwen haar borsten niet door een chirurg heeft laten vergroten. Stearns sidekick, een zwarte vrouw, moet dit allemaal legitimeren voor het "politiek correcte' deel van zijn gehoor.

De enorme aantallen luisteraars op de middengolf overdag hebben de populaire, gematigd liberale Larry King bewogen om zijn talkshow van 's nachts naar midden overdag te verplaatsen.

Het satirische programma Saturday Night Life had afgelopen zaterdag een persiflage op de beleefde doch razende Amerikaanse vox pop met een scheidsrechter van American Football. Een meneer vroeg hoffelijk aan de scheidsrechter of zijn hersenen waren gevuld met “honde-uitwerpselen” of met “paarde-uitwerpselen”. Een ander vroeg belangstellend of hij in zijn “eigen achterste zat te kijken” in plaats van naar de wedstrijd. De laatste heer besloot: “Ik raad u aan om geslachtsgemeenschap met uzelf te hebben.”

Vooral de mannen domineren in het radiopraatvak. In de nationale top-tien komen in tegenstelling tot de televisietalkshow geen vrouwen voor. Op de radio is ook net iets meer geoorloofd dan op de televisie en de mannelijke gastheren gaan eerder dan vrouwen over tot het luchten van hun woede, wat zeer wordt gewaardeerd.

Dan zijn er nog de evangelische radiostations met hun politieke agenda's. Sinds de Republikeinen het Witte Huis verloren, hebben organisaties als de Christian Coalition enorme netwerken opgebouwd, die binnen een paar uur de gigantische telefooncentrale van het Capitool tot sluiting kunnen brengen.

De grillige etheragenda van de dag bezorgt politici telkens nieuwe verrassingen maar in de teledemocratie is gisteren lang geleden. Iedereen is snel moe van een onderwerp. De kwestie van de illegale kinderoppas werd vervangen door die van de homoseksuelen in de krijgsmacht. Al gauw kwam de gevaarlijke draadloze telefoon. Door het inlassen van een half jaar pauze heeft Clinton de stilte over het punt van de homoseksuelen weer hersteld. Het Witte Huis levert geen commentaar meer op de kwestie. Het aantal homohaters in de ether neemt af.

Technische begrotingskwesties en ziektekostenverzekeringsplannen vinden weinig aftrek bij opbellers, maar een dreigende verhoging van de benzine-accijns brengt de telefooncohorten in beweging, evenals een kruisraket op Bagdad. Geen wonder dat Clinton de politieke campagne permanent onderdeel van zijn presidentschap wil maken. De rad pratende gouverneur van New York, Mario Cuomo, verslaat zijn politieke tegenstanders inmiddels op hun terrein. Hij heeft zelf een lokale talkshow.