Brinkman houdt vast aan sociale dienstplicht jongeren

AMSTERDAM, 3 FEBR. “Sociale dienstplicht werkt niet als het met politie te paard moet worden afgedwongen. Misschien moeten we van dwang naar drang”. De fractieleider van het CDA in de Tweede Kamer, L.C. Brinkman, moest in een debat over sociale dienstplicht, gisteravond in De Rode Hoed, toegeven dat zijn idee om een sociale dienstplicht in te voeren steeds struikelde over het woord "plicht'.

“De jongeren van nu zijn het slachtoffer van de verschuiving van plichten naar rechten”, aldus Brinkman. “In onze cultuur is afkeer ontstaan van het woord plicht. Maar een lichte vorm van dwang is toch wel nodig, anders zijn het altijd dezelfden die de klus moeten klaren”.

Brinkman lanceerde het idee voor invoering van een sociale dienstplicht bij de algemene beschouwingen in oktober. De regering ontraadde toen, bij monde van minister-president Lubbers, het voorstel en verwees het voor advies naar de Raad voor het Jeugdbeleid. Gisteren verdedigde Brinkman zijn idee dat sociale dienstplicht een methode is om “solidariteit” te organiseren. “Er blijft werk liggen, er is een moreel appel nodig”. Volgens hem heeft de sociale dienstplicht tevens een “pedagogische functie”. De Nederlandse jeugd moet weer van een "ik-' naar een "wij-gevoel'.

Het weerwerk kwam van een aantal jongerenorganisaties, die zich afvroegen of Brinkman via de sociale dienstplicht probeerde te bezuinigen op collectieve uitgaven. Het wantrouwen zat diep, de eigen positie stond voorop. “U meet met twee maten”, aldus een Jonge Socialist. “Eerst wordt er op het jongerenwerk bezuinigd en nu wilt U ons met sociale dienstplicht het werk laten doen dat blijft liggen.” De jongeren bestreden het "gevoel' bij Brinkman dat zij vooral interesse hebben voor hun eigen zaakjes. “We zijn niet de kille, koude blazers, we zijn echt wel bereid tot solidariteit”, aldus de vertegenwoordiger van de liberale JOVD. Maar toch was er weinig animo onder de jongerenorganisaties voor het minder aangename werk. “We hebben geen zin om stom werk te doen als het schilderen van een vloer”, zei de voorzitter van de Jonge Democraten, de jongerenorganisatie van D66. Alleen de CDA-jeugd die is verenigd in het CDJA had begrip voor Brinkmans stok achter de deur. “Er zijn zoveel excuses om iets niet te doen dat er niet veel van solidariteit terechtkomt als er niet een vorm van aandrang is”, aldus een CDA-jongere.

De Amsterdamse politiecommissaris E. Nordholt had begrip voor de bezwaren van de jongeren. Ook hij wees "plicht' van de hand omdat deze met sancties niet zou zijn te handhaven. Hij vindt dat jongeren een perspectief moeten krijgen in de maatschappij, zodat ze “gemotiveerd” zijn om uit eigen beweging meer solidair gedrag te laten zien. “Het moet voor jongeren de moeite waard zijn, iets waar ze trots op kunnen zijn”. Nordholt, die PvdA-voorzitter Rottenberg adviseert in zaken van wet en orde, noemde Brinkmans idee “erg betekenisvol” onder de voorwaarde dat het slechts met "lichte dwang' kan worden uitgevoerd.

De Amsterdamse hoogleraar R. van de Ploeg, in december gekozen als lid van het PvdA-partijbestuur, steunde Brinkmans opmerkingen over het sterker organiseren van de solidariteit, maar pleitte voor een uitgebreid verlofsysteem. Burgers die vrije tijd opnemen om in de thuiszorg of het onderwijs actief te zijn zouden, aldus Van de Ploeg, met verlofpremies moeten worden gesteund. Zij sparen geld uit voor de overheid omdat bijvoorbeeld familieleden thuis de zorg verrichten die anders door beroepskrachten in ziekenhuizen gedaan had moeten worden. De werkgever is echter duurder uit, omdat een werknemer verlof neemt en een tijdelijke kracht moet worden ingehuurd. De overheid, die immers geld uitspaart, zou de werkgever moeten compenseren via een premie. Het stelsel zou voor iedereen moeten gelden, niet alleen voor jongeren. “Zeer creatief”, zo noemde Nordholt het verlofidee en ook Brinkman had geen bezwaar, al zag de gedoodverfde premier een adder onder het gras: “Er is een financieel probleem, want wie veel onbetaald verlof neemt, moet wél rekening houden met een flinke daling van het inkomen”.