Boeren beheren natuur tegen betaling; "Zodra de boer besluit gras in plaats van grutto's te verbouwen, zijn we terug bij af'

Sinds de Relatienota van 1975 kunnen boeren een beheersovereenkomst sluiten met het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij om zich tegen een vergoeding beperkingen op te leggen ter wille van de natuur. Met de handtekening van een boer uit Haps valt sinds gisteren 25.000 hectare landbouwgrond onder de regeling. Uiteindelijk moet dit 200.000 hectare worden.

HAPS, 3 FEBR. Thijs Mooren, een 37-jarige boer in Haps, dorp van 2.800 zielen in oostelijk Noord-Brabant, liet gisteren brandewijn met kandijsuiker schenken, want hij had een feestje te vieren. Omdat hij twee percelen land voortaan op natuurvriendelijke wijze zal beheren was hij tot een soort nationale jubilaris verheven. Met die twee kavels maakte hij landelijk gezien de 25.000 hectare vol, waarvoor het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij beheersovereenkomsten met een reeks agrariërs heeft afgesloten.

Daarom was ook staatssecretaris Gabor naar Haps gekomen. In Moorens huiskamer, tegen de achtergrond van een hoge antieke kast, tekenden beiden het contract dat de Brabantse veehouder verplicht om zich op 8,5 hectare grond, deels grasland, deels bouwland, beperkingen op te leggen terwille van de natuur. Omdat hierdoor zijn opbrengst daalt, krijgt hij ter compensatie een vergoeding van de staat.

De feestelijkheden vloeiden voort uit de zogenoemde Relatienota, die al van 1975 dateert en de verhouding tussen landbouw en natuur beschrijft. Volgens het Natuurbeleidsplan van de regering moet in het kader van die nota op den duur 200.000 hectare boerenland niet alleen de agrarische bedrijfstak maar ook de wilde flora en fauna dienen. Daarbij gaat het om pure natuurreservaten, die aan landbouwkundig gebruik worden onttrokken, en beheersgebieden, waar de bedrijfsvoering op plant en dier wordt afgestemd. Eentonige weilanden moeten weer bloem- en kruidenrijke velden worden.

Mooren bijvoorbeeld mag op zijn perceel grasland, acht kilometer van de boerderij verwijderd, niet vóór 15 juni maaien en geen drijfmest gebruiken. Ook scheuren, frezen en herinzaaien van de grond zijn hem verboden. Op een stuk bouwland waar maïs voor het rundvee wordt geteeld, mag hij tussen september en april slechts oude, met stro vermengde stalmest uitrijden. Verder moet hij het natuurlijke reliëf handhaven en circa duizend meter heg in stand houden. Mooren verwacht dat hij hierdoor meer krachtvoer voor zijn melk- en slachtvee zal moeten kopen, maar dat kan wat hem betreft worden betaald van de beheersvergoeding, die in zijn geval gemiddeld 1.200 gulden per jaar per hectare bedraagt.

Voor dit alles tekende hij een overeenkomst op vrijwillige basis en voor de tijd van vijf jaar. De regering wil aan het vrijwillige karakter van het systeem en de tijdslimiet niet tornen. “Anders bederf je het klimaat tussen boer en overheid”, zei gisteren staatssecretaris Gabor in Haps. Met andere woorden: de boer laat zich niet dwingen. Maar hierin schuilt tegelijk een zwakte van het stelsel, reden waarom sommige particuliere natuurbeschermers er vraagtekens bij zetten. Ir. R.D.W. Hijdra van het Zuidhollands Landschap zei eens met betrekking tot de Krimpenerwaard: “Er is grond voor twijfel aan het duurzame karakter van zo'n beheersovereenkomst. Zodra het de boer commercieel beter uitkomt om gras in plaats van grutto's te verbouwen, kan hij na vijf jaar terugvallen op de oude toestand en zijn we weer even ver van huis.”

Onder de boeren blijkt intussen de animo om mee te doen, te groeien, na veel argwaan in het begin. Ze zouden, aldus een veelgehoorde grief, geen echte boer meer zijn, maar een soort parkwachter die zich slechts om de wilde plantjes bekommert. Hierdoor heeft het, na verschijning van de Relatienota, jaren geduurd voor het eerste contract werd afgesloten. Dat was op 1 april 1981 in Giethoorn-Wanneperveen. Sindsdien nam het areaal beheersgebied, verspreid over Nederland, gestadig toe tot gisteren de 25.000 hectare werd volgemaakt. In totaal zijn daar 3.700 boeren bij betrokken.

Volgens ir. J.M.H. van Erp van de Directie Beheer Landbouwgronden, die de contracten afsluit, is het aantal opzeggingen buitengewoon laag, ongeveer twee procent. Natuurwetenschappelijk onderzoek in dertig representatieve Relatienota-gebieden heeft bovendien aangetoond dat natuur en landschap er inderdaad wel bij varen. Er zijn bijvoorbeeld aantoonbaar meer grutto's dan op andere percelen, waar slechts het hoogproduktieve Engels raaigras welig tiert. Inmiddels is het oppervlak waarvoor een beheersplan van kracht is, gestegen tot 82.000 hectare. In een deel daarvan (ruim 14.000 hectare) is de reservaatvorming voltooid. Deze gronden zijn in eigendom en beheer overgedragen aan diverse natuurbeschermingsorganisaties.

Gisteren bij de brandewijn in Haps werden voornamelijk optimistische geluiden gehoord. Milieugedeputeerde L.H.J. Verheijen zag in de Relatienota een doeltreffend middel om de sterk in verval geraakte Brabantse natuur op te krikken, terwijl ir. A.J. Latijnhouwers, voorzitter van de Brabantse Boerenbond, bij de gemiddelde agrariër een groeiende aandacht voor natuur en landschap ontwaarde.

De man om wie alles draaide, Thijs Mooren, gaf ruiterlijk toe dat de boeren in hun drang naar schaalvergroting en intensivering te ver waren doorgeschoten: “Alle bosjes en houtwallen dreigden te verdwijnen en daarmee de flora en fauna die niet rechtstreeks met produktiviteit te maken had. Maar gelukkig trokken organisaties als Greenpeace en het Wereldnatuurfonds aan de bel.”

Vanachter een cafétafel met koperen stangen, geleend van een naburige tapperij, riep Mooren collega-boeren op zijn voorbeeld te volgen. De rijksvergoeding zou een beter alternatief zijn om een slinkend inkomen aan te vullen dan bijvoorbeeld het houden van vleesvee: “Per slot van rekening is boeren niet alleen een broodwinning of hobby, maar ook het beheren van land dat je van je vader hebt gekregen en straks weer in goede staat dient door te geven aan je opvolger.”